AB 2019/65
Verzwegen inkomsten. Staat de onschuldpresumptie er aan in de weg dat intrekking en terugvordering plaatsheeft ondanks een vrijspraak door de strafrechter? Nee.
CRvB 07-08-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2398, m.nt. R. Stijnen
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
7 augustus 2018
- Magistraten
Mrs. G.M.G. Hink, M. Hillen, M. ter Brugge
- Zaaknummer
16/5500 WWB
- Noot
R. Stijnen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS930320:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Sociale zekerheid bijstand / Algemene bijstand
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2018:2398, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 07‑08‑2018
- Wetingang
Art. 6 lid 2 EVRM; art. 17 WWB
Essentie
Verzwegen inkomsten. Staat de onschuldpresumptie er aan in de weg dat intrekking en terugvordering plaatsheeft ondanks een vrijspraak door de strafrechter? Nee.
Samenvatting
Uit de rechtspraak van het EHRM (…) volgt dat het feit dat een verband als bedoeld onder 4.9 is vastgesteld op zichzelf niet voldoende is voor de conclusie dat het oordeel van de strafrechter eraan in de weg staat dat in een latere bestuursrechtelijke procedure de gedragingen waarvan de betrokkene is vrijgesproken — als gevolg van minder strenge bewijsregels of op grond van aanvullend bewijs — bewezen worden verklaard. Daarbij is wel van belang dat de rechterlijke ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.