RI 2013/44
Redelijke termijn. Kan de bank ex art. 69 Fw een bevel uitlokken van de R-C om alsnog een redelijke termijn te verkrijgen, wanneer de oorspronkelijk door de curator gestelde termijn voor executie van zekerheden is verstreken? (Rabobank Parkstad Limburg U.A./Aarts q.q.)
HR 01-03-2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2776 (Rabobank Parkstad/Aarts)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 maart 2013
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, C.E. Drion, G. de Groot
- Zaaknummer
12/03648
- Conclusie
A-G mr. J.B.M.M. Wuisman
- LJN
BZ2776
- Roepnaam
Rabobank Parkstad/Aarts
- JCDI
JCDI:ADS913701:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2013:BZ2776, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑03‑2013
ECLI:NL:PHR:2013:BZ2776, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑01‑2013
- Wetingang
Essentie
Redelijke termijn.
Kan de bank ex art. 69 Fw een bevel uitlokken van de R-C om alsnog een redelijke termijn te verkrijgen, wanneer de oorspronkelijk door de curator gestelde termijn voor executie van zekerheden is verstreken?
Samenvatting
De curator stelt de bank een termijn van twee maanden om tot executie van haar hypotheekrecht over te gaan. De bank is van mening dat de gestelde termijn nog niet is ingegaan en bovendien onredelijk is en verzoekt de R-C om de curator ex art. 69 Fw te bevelen alsnog een redelijke termijn als bedoeld in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.