M en R 2025/58
Recht op respect voor privéleven en woongenot van woning rondom veehouderijen. Positieve verplichtingen voor de Staat op grond van art. 8 EVRM bij geurhinder rondom veehouderijen. Wet geurhinder veehouderijen. Onrechtmatige overheidsdaad in milieuzaken.
Hof Den Haag 25-03-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:431, m.nt. A.A. al Khatib & S.M.A. van Venrooij
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
25 maart 2025
- Magistraten
Tan-de Sonnaville, Brand, Schutgens
- Zaaknummer
200.323.906/01
- Noot
A.A. al Khatib & S.M.A. van Venrooij
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD10894:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Algemeen
Milieurecht / Inrichtingen en activiteiten - vergunningen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2025:431, Uitspraak, Hof Den Haag, 25‑03‑2025
ECLI:NL:GHDHA:2024:20, Uitspraak, Hof Den Haag, 09‑01‑2024
- Wetingang
Essentie
Recht op respect voor privéleven en woongenot van woning rondom veehouderijen. Positieve verplichtingen voor de Staat op grond van art. 8 EVRM bij geurhinder rondom veehouderijen. Wet geurhinder veehouderijen. Onrechtmatige overheidsdaad in milieuzaken.
Samenvatting
Een aantal bewoners in de buurt van (intensieve) veehouderijen in het noorden van Limburg, Overijssel, Gelderland en in Noord-Brabant is een procedure begonnen tegen de Staat. Zij zeggen dat ze zoveel last hebben van de stank uit omliggende veehouderijen dat hun woongenot ernstig wordt aangetast en hun gezondheid wordt bedreigd. Zij verwijten de Staat dat hun grondrecht op ongestoord woongenot onvoldoende wordt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.