V-N Vandaag 2016/2500
Volgens A-G hoeven in zaak Brits ‘open-end’ beleggingsfonds geen prejudiciële vragen te worden gesteld
HR (A-G) 09-11-2016, ECLI:NL:PHR:2016:1105
- Instantie
Hoge Raad (Advocaat-Generaal)
- Datum
9 november 2016
- Zaaknummer
16/03955
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Dividendbelasting / Algemeen
Dividendbelasting / Inhoudingsvrijstelling
Vennootschapsbelasting / Beleggingsinstelling
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1945, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑12‑2020
ECLI:NL:HR:2017:346, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑03‑2017
ECLI:NL:PHR:2016:1105, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑11‑2016
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal Wattel concludeert dat er voor de Hoge Raad geen aanleiding bestaat om terug te komen van zijn arrest van 10 juli 2015. Om proceseconomische redenen is het stellen van prejudiciële vragen weliswaar gewenst, maar die vragen komen al aan de orde in de zaak van een Duits UCITS-fonds.
Samenvatting
X, een ‘open-end’ beleggingsfonds met variabel kapitaal, is gevestigd in het VK. De participanten in X kunnen deelnemen in zijn bezittingen door het kopen van aandelen. De aandelen zijn verkrijgbaar als ‘income shares’ (waarop dividend wordt uitgekeerd) en ‘accumulation shares’ (waarvan de prijs wordt verhoogd met het dividend). ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.