Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/11.3.4.2:11.3.4.2 Geheel van de aan de overeenkomst te ontlenen aanwijzingen
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/11.3.4.2
11.3.4.2 Geheel van de aan de overeenkomst te ontlenen aanwijzingen
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS419248:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Schultsz, noot onder HvJ EG 24 juni 1986, zaak 22185, Anterist/Crédit Lyonnais, Jur. 1986, p. 1951, NJ 1987, 656, p. 2247.
Vgl. Rb. Haarlem 22 december 1998, NIPR 1999, 84; Rb. Middelburg 24 februari 1999, NIPR 1999, 183; Rb. Maastricht 16 december 1993, NIPR 1995, 420.
Rb. 's-Hertogenbosch 8 april 1994, rolnummer 2063/93, niet gepubliceerd.
Schultsz, noot onder HvJ EG 24 juni 1986, zaak 22165 Anterist/Crédit Lyonnais, Jur. 1986, p. 1951, NJ 1987, 656, p. 2247.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het criterium 'Geheel van de aan de overeenkomst te ontlenen aanwijzingen' lijkt over de inhoud van de overeenkomst te gaan met uitzondering van de forumkeuze zelf. Dit criterium heeft betrekking op de totstandkoming van de overeenkomst en de fase die daaraan voorafgaat. Het woord 'overeenkomst' moet niet eng worden opgevat. Voor trusts, statuten en reglementen geldt hetzelfde. Het gaat niet noodzakelijkerwijs om de tekst van de overeenkomst.1 Het is geen subcategorie van het eerste criterium. Tot nu toe is nog niet duidelijk wat hieronder moet worden verstaan. De volgende aanwijzingen kunnen een rol spelen:
de forumkeuze komt voor in algemene voorwaarden;2
de overeenkomst is opgesteld door één partij en is niet onderhandeld;
de overeenkomst is in zijn geheel bezien bezwarend voor de andere partij;
de forumkeuze is opgenomen in statuten, reglementen of een trust;
de meeste andere bepalingen in de overeenkomst bevoordelen eveneens deze partij. de toepasselijkheid van het recht van het land waar de bevoordeelde partij haar woonplaats heeft.3
De conclusie van Schultsz4 dat het gebruik van een standaardformulier en keuze voor de rechter van de woonplaats van de gebruiker niet voldoende is om bevoordeling aan te nemen, lijkt om deze reden voorbarig. Het BGH had de prejudiciële vraag voorgelegd of de aanwijzing van de woonplaats van één van de partijen (sec) voldoende was. Het Hof van Justitie beantwoordt deze vraag ontkennend. Het Hof van Justitie geeft geen indicatie welke en hoeveel andere argumenten daarnaast nodig zijn om van uitsluitende bevoordeling te kunnen spreken. De combinatie van de keuze van de woonplaats van één van de partijen en algemene voorwaarden of een standaardformulier waarover niet is onderhandeld, lijkt voldoende voor het aannemen van uitsluitende bevoordeling, tenzij de benadeelde partij hier argumenten van betekenis tegenover stelt.