Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/15.2.1
15.2.1 Inleiding
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS411985:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Rapport Jenard, p. C 59/30; Kropholler, EZPR, p. 196; Kramer, VA 2006, p. 111; Kropholler, EZPR, 5' druk, p. 158; Spanjaart, NTvH 2006, p. 225; Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 267; Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a-241.
Art. 8 laatste zinsnede EEX-V°/7 laatste zinsnede Verdrag.
HvJ EG 13 juli 2000, zaak C-412/98, Group Josi/UGIC, Jur. 2000, p. 1-5925, NJ 2003, 597, NJ 2003, 597, r.o. 64; HvJ EG 12 mei 2005, zaak C-112103, SFIP/AXA Belgium e.a., Jur. 2005, p. 1-3707, NJ 2006, 513, r.o. 30; HvJ EG 26 mei 2005, zaak C-77/04, Réunion européenne/Zilrich Espafia, Jur. 2005, p. 1-4509, NJ 2006, 514, r.o. 17 en 22.
HvJ EG 26 mei 2005, zaak C-77/04, Réunion européenne/Zilrich Espaha, Jur. 2005, p. 1-4509, NJ 2006, 514, r.o. 22.
HvJ EG 26 mei 2005, zaak C-77/04, Réunion européenne/Zilrich Espaha, Jur. 2005, p. 1-4509, NJ 2006, 514, r.o. 21. Voor het begrip 'verzekeringnemer' in verhouding tot het Engelse begrip Policy bolder' verwijs ik naar het Rapport Schlosser, PbEG, p. C-59/117.
HvJ EG 13 juli 2000, zaak C-412/98, Group Josi/UGIC, Jur. 2000, p. 1-5925, NJ 2003, 597, NJ 2003, 597, r.o. 64 en HvJ EG 12 mei 2005, zaak C-112/03, SFIP/AXA Belgium e.a., Jur. 2005, p. 1-3707, NJ 2006, 513, r.o. 30; HvJ EG 26 mei 2005, zaak C-77/04, Réunion européenne/Zilrich Espafia, Jur. 2005, p. 1-4509, NJ 2006, 514, r.o. 17 en 21.
Ras, TvP 1975, p. 878; Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 267; AG Mancini voor HvJ EG 14 juli 1983, Gerling/Tesoro dello Stato, Jur. 1983, p. 2503, NJ 1984, 716, par. 5; HvJ EG 13 juli 2000, zaak C-412/98, Group Josi/UGIC, Jur. 2000, p. 1-5925, NJ 2003, 597, r.o. 64 en HvJ EG 12 mei 2005, zaak C-112103, SFIP/AXA Belgium e.a., Jur. 2005, p. 1-3707, NJ 2006, 513, r.o. 30 noemen alleen de verzekerde maar deze arresten zijn evenzeer van belang voor begunstigden van verzekeringen. HvJ EG 26 mei 2005, zaak C-77/04, Réunion européenne/Zilrich Espaha, Jur. 2005, p. 1-4509, NJ 2006, 514, r.o. 21 noemt daarentegen de 'begunstigde' uitdrukkelijk.
Ras, TvP 1975, p. 880.
HvJ EG 13 juli 2000, zaak C-412/98, Group Josi/UGIC, Jur. 2000, p. 1-5925, NJ 2003, 597, r.o. 64; HvJ EG 26 mei 2005, zaak C-77/04, Réunion européenne/Zilrich Espafia, Jur. 2005, p. 1-4509, NJ 2006, 514, r.o. 17.
HvJ EG 12 mei 2005, zaak C-112/03, SFIP/AXA Belgium e.a., Jur. 2005, p. 1-3707, NJ 2006, 513, r.o. 31; HvJ EG 26 mei 2005, zaak C-77/04, Réunion européenne/Ziirich Espafia, Jur. 2005, p.1-4509, NJ 2006, 514, r.o. 17. Zie echter par. 13.2.5 over vormvoorschriften; AG Mancini voor HvJ EG 14 juli 1983, zaak 201/82, Gerling/Tesoro dello Stato, Jur. 1983, p. 2503, NJ 1984, 716, par. 5 stelt zich op het uitgangspunt dat art. 12 EEX een bijzondere regel is ten opzichte van de algemene regel van art. 17 EEX.
HvJ EG 15 januari 2004, zaak C-433/01, Freistaat B ayern/Blijdenstein, Jur. 2004, p.1-981, NJ 2005, 411, r.o. 25 voor iedere afwijking van art. 2 EEX-V°/Verdrag; HvJ EG 12 mei 2005, zaak C-112/03, SFIP/AXA Belgium e.a., Jur. 2005, p. 1-3707, NJ 2006, 513, r.o. 31.
HvJ EG 13 juli 2000, zaak C-412/98, Group Josi/UGIC, Jur. 2000, p. 1-5925, NJ 2003, 597, r.o. 65; HvJ EG 26 mei 2005, zaak C-77/04, Réunion européenne/Ziirich Espafia, Jur. 2005, p. 1-4509, NJ 2006, 514, r.o. 18 en HvJ EG 12 mei 2005, zaak C-112/03, SFIP/AXA Belgium e.a., Jur. 2005, p. 1-3707, NJ 2006, 513, r.o. 38. In de laatste twee zaken lijkt het Hof van Justitie echter niet bereid de sterkte van een partij daadwerkelijk te toetsen, indien de verzekeringovereenkomst binnen het toepassingsbereik van Afdeling 3 valt en het niet gaat om een groot risico. Zie ook Vlas in noot HvJ EG 26 mei 2005, zaak C-77/04, Réunion européenne/Ziirich Espafia, Jur. 2005, p. 1-4509, NJ 2006, 514, par. 5 en Spanjaart, NTvH 2006, p. 227 die zich sterk maakt voor een afschaffing van Afdeling 3 en ook wijst op banken/hypotheeknemers die als begunstigde in levensverzekeringsovereenkomsten de bescherming van Afdeling 3 niet nodig hebben.
HvJ EG 13 juli 2000, zaak C-412/98, Group Josi/UGIC, Jur. 2000, p. 1-5925, NJ 2003, 597.
De bevoegdheid betreffende geschillen over verzekeringsovereenkomsten is volgens art. 8 EEX-V°/7 Verdrag autonoom en uitputtend geregeld in Afdeling 3 van EEX-V°/ Verdrag (Art. 8-14 EEX-V°/7-12A Verdrag).1 Dat blijkt met name uit art. 8 EEX-V°/7 Verdrag. Slechts de art. 4 en 5 sub 5 EEX-V°Nerdrag behouden hun werking.2 De art. in Afdeling 3 gaan uit van de bescherming van de sociaal-economisch zwakke partij 3 die juridisch het minste ervaring heeft4 te weten de verzekeringnemer,5 verzekerde,6 en begunstigde.7 De bevoegdheidsregels zijn daarom dwingend of semi-dwingend van aard.8 Met de beschermingsgedachte is niet te verenigen dat partijen een ruime mogelijkheid hebben tot forumkeuze, omdat de sterke partij daarmee (eenzijdig) zijn wil kan opleggen aan de sociaal-economisch zwakke partij. Bovendien gaat het vaak om een forumkeuze in standaardvoorwaarden waarover niet kan worden onderhandeld, omdat de overeenkomst volgens vaste voorbedrukte stukken (bijv. verzekeringspolissen) wordt gesloten (`Formularvertriige').9Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag geldt derhalve niet onverkort voor een forumkeuze in verzekeringsovereenkomsten.10 Gelet op de beschermingsgedachte dienen afwijkingen van systematiek van Afdeling 3 - en met name ook forumkeuzen ten voordele van de verzekeraar strikt te worden uitgelegd.11 Ten slotte heeft het Hof van Justitie herhaalde malen benadrukt dat de bijzondere bevoegdheidsregels van Afdeling 3 niet mogen worden uitgebreid tot personen die deze bescherming niet nodig hebben.12
Afdeling 3 bevat een bijzondere regeling voor forumkeuze in art. 13 EEX-V°/12 Verdrag. Deze bepaling is voor forumkeuze belangrijk, omdat art. 23 lid 5 EEX-V°/17 lid 3 Verdrag bepaalt dat een forumkeuze die strijdig is met art. 13 EEX-V°/12 Verdrag geen rechtsgevolg heeft. Art. 13 EEX-V°/12 Verdrag staat in deze paragraaf dan ook centraal. Eerst zal in par. 15.2.2 worden gedefinieerd wat onder een 'verzekeringszaken' in dit kader moet worden verstaan teneinde het materiële toepassingsbereik van Afdeling 3 af te bakenen. Niet iedere verzekeringsovereenkomst valt onder Afdeling 3. In het bijzonder is de herverzekeringsovereenkomst uitgesloten, omdat in de herverzekeringsovereenkomst geen sociaal-economisch zwakke partij aanwezig is of geacht kan worden aanwezig te zijn.13Par. 15.2.3. gaat over het formele toepassingsbereik van Afdeling 3 EEX-V°Nerdrag. Een verzekeringsovereenkomst valt ook onder het toepassingsbereik van het Haags Forumkeuzeverdrag (par. 15.2.4). Deze paragraaf bespreekt het Haags Forumkeuzeverdrag summier, omdat daarin geen (bijzondere) regeling ter bescherming van verzekeringnemers, verzekerden of begunstigden is opgenomen. De laatste paragraaf (par. 15.2.5) gaat ten slotte in op de forumkeuze in een verzekeringsovereenkomst in het commune internationaal privaatrecht.
Sommige bepalingen in Afdeling 3 zijn door het Eerste Toetredingsverdrag gewijzigd op aandringen van het Verenigd Koninkrijk. Art. 12 EEX is toen aangevuld met de leden vier en vijf. Omdat inmiddels het Eerste Toetredingsverdrag geruime tijd in werking is, laat ik de bepalingen luidende vóór het Eerste Toetredingsverdrag onbesproken. Nadien hebben de Toetredingsverdragen deze bepaling niet meer gewijzigd. Ik ga derhalve uit van de huidige tekst van art. 13 EEX-V°/12 Verdrag. Bij oudere rechtspraak dient ermee rekening te worden gehouden dat deze betrekking kan hebben op Afdeling 3 EEX in de versie voor het Eerste Toetredingsverdrag.14