Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/9.2
9.2 Verhouding van commuun internationaal privaatrecht tot EEX-V°/Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS414404:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Schamp, RW 1975-1976, p. 905; Rb. Amsterdam 13 mei 1975, NJ 1976, 323; ICropholler EZPR, 5' druk, p. 190; Rigaux, Dip, p. 545; Boularbah e.a. (red.), Le nouveau droit international privé beige, JT 2005, nr. 6173, p. 173-203, par. 10; Pertegás Sender/Samyn, in: Erauw e.a. (red.), WIPR Becommentarieerd, p. 33.
HR 25 april 1997 NJ 1998, 665, Filippijnse zeelieden; Rb. Rotterdam 15 februari 1996, NIPR 1996, 443 gaat niet op het beroep op reflexwerking in, maar wijst een beroep op art. 17 lid 5 EEX op andere gronden af; Ktr. 's-Gravenhage 23 april 1997, NIPR 1999, 919 wijst eveneens een beroep op art. 17 Verdrag af omdat partijen in de forumkeuze een gerecht van een niet verdragsluitende staat hadden aangewezen. Anders: Rb. Rotterdam 2 september 1994, NIPR 1995, 290 die toch in zekere mate een reflexwerking toekent bij derogatie van gerechten van een verdragsuitende staat.
De Nederlandse wetgever belijdt wel met de mond dat voor de regeling in Boek 1, Afdeling 1 Rv aansluiting is gezocht bij EEX-V°/Verdrag, zie MvT Wetsvoorstel 26 855, nr. 3, p. 24; Polak 2005, (T&C Rv), Inl. Opm. voor de Eerste Afdeling Rv, aant. 3.
HvJ EG 15 november 1983, zaak 288/82, Duijnstee/Goderbauer, Jur. 1983, p. 3663, NJ 1984, 695, r.o. 14.
Anders: Pretura di Brescia, 25 oktober 1975, Serie D, I-17.1.1-B 1; HvB Antwerpen, 15 juni 1977, Serie D I-17.1.1-B 5; vgl. (art. 17 EEX niet toepasselijk) Rb. Arnhem 8 januari 1987, NIPR 1988, 173; nationale gerechten in HvJ EG 13 november 1979, zaak 25/79, Collin/Sanicentral, Jur. 1980, p. 3423, NJ 1980, 510; LG Mainz 24 februari 1978, Serie D, I-17.3-B 2; Wirth, NJW 1978, p. 462 voor wat betreft art. 38 ZPO bij aanknoping met slechts één verdragsluitende Staat (zie ook par. 7.4); UitdrukkelijkBevestigend: Rb. Utrecht 6 februari 1974, NJ 1974, 449; RvK Brussel 15 januari 1976, Serie D, I-17.1.1-B 2; RvK Brussel 27 december 1977, Serie D, I-17.1.1B 7; CA Parijs 25 april 1979, I-17.1.1-B12 en Clunet 1980, p. 352; OLG Karlsruhe 30 december 1981, Serie D, I-17.1.1-B 17 (hoewel toch art. 9 AGBG toepassend); OLG Koblenz 4 juli 1980, Serie D, I-17.1.2-B 31 (art. 17 EEX ten opzichte van art. 38 lid 2 ZPO); OLG München 11 februari 1984, Serie D, I-17.1.2-B 22 (art. 17 EEX heeft voorrang boven art. 38 lid 1 ZPO); CA Nouméa 12 augustus 1982, Serie D I-17.1.2-B 25 (art. 17 EEX heeft voorrang boven art. 48 NCPC); Corti di Cassazione 10 januari 1984, Serie D, I-17.1.2-B 28 (art. 17 EEX heeft voorrang boven art. 1341 Codice Civile dat voor forumkeuze een bijzondere schriftelijke aanvaarding voorschrijft); Ktr. Rotterdam 9 april 1987, S&S 1987, 133, NIPR 1988, 376 (art. 17 EEX gaat voor art. 98a Oud Rv); Rb. Amsterdam 27 oktober 2005, NIPR 2006, 50.
HvJ EG 24 juni 1981, zaak 150/80, Elefanten Schuh/Jacqmain, Jur. 1981, p. 1671, NJ 1981, 546.
Hartley, Civil Jurisdiction, p. 73.
Zie ook Wirth, NJW 1978, p. 461 die de niet geregelde mondelinge forumkeuze tussen Vollkaufleute' beheerst acht door art. 38 lid 1 ZPO, omdat art. 17 EEX over mondelinge forumkeuze geen voorschriften bevat.
Geimer, IZPR, 3' druk, p. 2120, par. 1606 en p. 422, par. 1629.
OLG Karlsruhe 30 december 1984, Serie D, I-17.1.1-B 17 en OLG München 11 februari 1981, Serie D I-17.1.2-B 22; anders Wirth, noot 10.
Duintjer Tebbens, NIPR geannoteerd, 1996, Forumkeuze in cognossement, p. 213.
Hemandez-Breton, Gerichtsstandsklauseln, p. 158 en De Bra, Verbraucherschutz, p. 123; Geimer, IZPR, 3' druk, p. 420, par. 1606 en p. 422, par. 1619.
Schamp, RW 1975-1976, p. 906; Droz, Compétence Judiciaire, nr. 217; Gothot/Holleaux, Clunet 1971, p. 763-764; Huet noot Cour de Cassation lère ch. civ. 19 december 1978, Rev. Crit. 1979, p. 619 ; Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 76 en HvJ EG 13 november 1979, zaak 25/79, Sanicentral/Collin, Jur. 1979, p. 3423, NJ 1980, 510.
Vlas, Verordeningen & Verdragen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a-972-976; anders: Kramer, NTHR 2006, p. 170.
Het commune internationaal privaatrecht over forumkeuze is van toepassing, indien — negatief geformuleerd — EEX-V°, EEX en EVEX, het Haags Forumkeuzeverdrag en verdragen over bijzondere onderwerpen, niet van toepassing zijn.1 De verordening respectievelijk het Verdrag beoogt immers niet een universele regeling te geven voor het bevoegdheidsrecht en uitdrukkelijke of stilzwijgende forumkeuze buiten hun toepassingsbereik onmogelijk te doen zijn. Het regelen van forumkeuze is buiten de grenzen van het toepassingsbereik van EEX-V°, EEX en EVEX overgelaten aan de nationale wetgever.
Het toepassingsbereik van de art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en 24 EEX-V°/18 Verdrag is nauwkeurig bepaald. De vraag is of de art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en 24 EEX-V°/18 Verdrag ook buiten het toepassingsbereik van belang zijn in het commune internationaal privaatrecht door de reflexwerking. Tot op heden is de rechtspraak veelal afwijzend.2 Het commune internationaal privaatrecht bevat eigen regels die niet noodzakelijkerwijs gelijk lopen met de verordening en de verdragen. De wetgevers hebben zelfs uitdrukkelijk afgeweken van de artikelen van EEX-V°/Verdrag of de afwijkingen gehandhaafd ondanks de invoering van deze artikelen Ik wijs bijv. op de art. 38 ZPO, 6 en 7 WIPR en 8 Rv (uitdrukkelijke forumkeuze) alsmede 39 ZPO, 6 lid 1 WIPR en 9 Rv (stilzwijgende forumkeuze) die uitdrukkelijk afwijken van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag respectievelijk 24 EEX-V°/18 Verdrag. Deze artikelen bevatten een zelfstandige regeling voor geschillen betreffende een forumkeuze die niet worden beheerst door de art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en 24 EEX-V°/18 Verdrag. Reflexwerking zou de samenhang en bewuste afwijkingen doorkruisen. Indien een reflexwerking zou worden gewenst, is het aan de wetgever te zorgen voor een aansluiting van de nationale regels op art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. De recente codificaties in Nederland en België tonen echter aan dat de wetgever - met art. 23 EEX-V°/17 Verdrag als voorbeeld - bewust kiest voor andere oplossingen.3 Dat is ook goed verklaarbaar, omdat de relaties tot derde staten andere regels kunnen vragen dan de regels die gelden in de verhouding tot andere staten in de EG.
Een omgekeerde reflexwerking zou zich ook kunnen voordoen. Het commune internationaal privaatrecht kan invloed hebben op de (uitleg van) regels van de verordening c.q. het Verdrag. Hiervan is geen sprake voor de art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en 24 EEX-V°/18 Verdrag. Een dergelijke omgekeerde reflexwerking is mijns inziens niet gauw toegestaan gelet op de voorrang van de EEX-V° en het Verdrag.4 Bovendien kiest het Hof van Justitie vaak voor een autonome uitleg van art. 23 EEX-V°/17 EEX en 24 EEX-V°/18 EEX, waarmee een omgekeerde reflexwerking zich niet laat rijmen. Dat is anders indien in het kader van de uitleg van de art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en 24 EEX-V°/18 Verdrag of het vinden van een autonome interpretatie dient te worden gezocht naar gemeenschappelijke rechtsregels of grondbeginselen van procesrecht.
De nationale rechters erkennen - afgezien van enige dissonante gerechtelijke uitspraken - de voorrang van de art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en 24 EEX-V°/18 Verdrag boven de nationale bepalingen en ongeschreven recht5
De voorrang van de art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en 24 EEX-V°/18 Verdrag betekent niet noodzakelijk dat aan het nationale recht geen betekenis toekomt. Twee visies zijn denkbaar:
De art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en 24 EEX-V°/18 Verdrag regelen forumkeuze uitputtend, zodra deze artikelen van toepassing zijn. Er is geen aanvullende werking van nationaal recht met inbegrip van het commune internationaal privaatrecht.
Het nationale recht heeft aanvullende werking in de gevallen dat wordt geconcludeerd dat geen forumkeuze tot stand is gekomen krachtens de art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en 24 EEX-V°/18 Verdrag. Biedt het commune internationaal privaatrecht een nog ruimere mogelijkheid voor forumkeuze, dan kan een forumkeuze ook op grond van het nationale recht tot stand komen. Dat is een ander geval dan de casus in het arrest Elefanten Schuh/Jacqmaid6 waarin de forumkeuze volgens art. 17 EEX geldig was, maar volgens Belgische taalwetgeving niet. Hier was de voorrang van het gemeenschapsrecht in het geding.
Hartley7 meent dat aan het commune internationaal privaatrecht een aanvullende werking toekomt. Indien bijv. niet aan de vormvereisten van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag is voldaan, kan het gerecht op grond van het commune internationaal privaatrecht de forumkeuze toch rechtsgeldig achten. Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag krijgt daardoor het karakter van een soort minimum uniformering.8 Een forumkeuze die aan de voorwaarden van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag voldoet, is steeds geldig en wordt uitsluitend aan deze artikelen getoetst. Het is echter mogelijk dat een forumkeuze (binnen het formele toepassingsbereik) die volgens art. 23 EEX-V°/17 Verdrag niet is tot stand gekomen, toch geldig is op grond van het commune internationale privaatrecht.
In de praktijk laat zich sinds het Tweede en Derde Toetredingsverdrag niet gauw zo'n casus denken. De vormvoorschriften zijn versoepeld, terwijl het nationale recht voor overeenkomsten met sociaal/economisch zwakkeren over het algemeen reeds streng is. Gedacht kan worden aan een forumkeuze onder art. 23 EEX-V°/17 Verdrag die is overeengekomen door Vollkaufleute’ . Art. 38 ZPO laat hen toe ook mondeling een forumkeuze overeen te komen.9 Ook zou het commune internationaal privaatrecht zwakke partijen minder vergaand kunnen beschermen en dus gemakkelijker een forumkeuze in verzekerings-, consumenten- of arbeidsovereenkomsten toestaan.
Aanvullende werking is tot op heden in de rechtspraak afgewezen.10 Naar mijn mening is de afwijzing terecht, met name omdat afbreuk wordt gedaan aan het autonome systeem van EEX-V°Nerdrag. De verordening respectievelijk deze verdragen beogen ten aanzien van forumkeuze volledig te zijn en voorrang te hebben boven de nationale regels van het commune internationaal privaatrecht. Het systeem van uniformering loopt gevaar, indien de regels slechts een minimum uniformering inhouden.
Aan het nationale recht komt voorts geen aanvullende werking toe, omdat EEX-V°/ Verdrag de bevoegdheid regelt van gerechten in de EG lidstaten respectievelijk verdragsluitende lidstaten binnen het toepassingsbereik teneinde een algehele uniformering tot stand te brengen om het vrij verkeer van gerechtelijke uitspraken te waarborgen (art. 293 EG). Slechts bij een gehele uniformering is een vrij verkeer van vonnissen mogelijk. Een aanvullende werking zou daarmee in strijd zijn, omdat de gerechten dan bevoegd kunnen zijn in strijd met de regels in EEX-V°Nerdrag. Nergens uit EEX-V°Nerdrag blijkt dat slechts een minimum uniformering is beoogd. EEX-V°/ Verdrag bepaalt de geldigheid van een forumkeuze.11 Hoofdregel in het EG recht is dat de uniformering volledig is, tenzij het tegendeel blijkt uit het EG Verdrag of het secundaire EG recht.12
Niet alleen art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en 24 EEX-V°/18 Verdrag bepalen uniform de geldigheid van forumkeuze. De ruimte voor forumkeuze in het commune internationaal privaatrecht wordt ook ingeperkt door de art. 13 c.q. 12 (verzekeringsovereenkomsten), 17 c.q. 15 (consumentenovereenkomsten), 21 c.q. 17 lid 5 (arbeidsovereenkomsten) en 22 c.q. 16 EEX-V°Nerdrag. Indien het geschil valt onder het toepassingsbereik van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag, heeft de forumkeuze geen rechtsgevolg (art. 23 lid 5/17lid 3 Verdrag). Bij de art. 13 c.q. 12 (verzekeringsovereenkomsten), 17 c.q. 15 (consumentenovereenkomsten) en 21 c.q. 17 lid 5 (arbeidsovereenkomsten) zullen partijen gebonden zijn aan de beperkingen in deze artikelen, zodra de afdelingen voor deze bijzondere overeenkomsten op grond van hun eigen formele en materiële vereisten van toepassing zijn. Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag is in deze gevallen niet steeds van toepassing door een ruimer toepassingsbereik van de afdelingen, terwijl het toepassingsbereik van het commune internationaal privaatrecht toch daardoor wordt beperkt.13
Voor het Haags Forumkeuzeverdrag is mutatis mutandis hetzelfde van toepassing. Is de forumkeuze — die valt binnen het toepassingsbereik van het Haags Forumkeuze-verdrag — niet geldig, dan hebben art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en het commune internationaal privaatrecht geen aanvullende werking. Dat volgt uit art. 71 EEX-V°/57 Verdrag voor EEX-V°Nerdrag respectievelijk 1 Rv voor het Nederlandse commune internationaal privaatrecht.14