Prg. 2015/54
Ondervertegenwoordiging van vrouwen in bepaalde beroepsgroep kan bijdragen aan vermoeden van discriminatie bij sollicitaties.
Hof Amsterdam 07-10-2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:4132
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
7 oktober 2014
- Magistraten
Mrs. J.E. Molenaar, L.A.J. Dun, D. Kingma
- Zaaknummer
200.134.062/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Staatsrecht / Grondrechten
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2016:3417, Uitspraak, Hof Amsterdam, 23‑08‑2016
ECLI:NL:GHAMS:2014:4132, Uitspraak, Hof Amsterdam, 07‑10‑2014
- Wetingang
Art. 3:305a BW; art. 3 lid 1, 6a WGBMV
Essentie
Arbeidsrecht. Gelijke behandeling. Is ondervertegenwoordiging van vrouwen in beroepsgroep voldoende voor vermoeden van verboden onderscheid naar geslacht bij sollicitatie?
Neen. Maar als blijkt dat selectiecommissie geheel uit mannen bestaat, geen buitenstaanders zijn betrokken, de vastgestelde procedure niet is gevolgd en geen vrouwen zijn aangenomen, kan ondervertegenwoordiging daaraan wel bijdragen.
Samenvatting
Feministische econome solliciteert naar functie Universitair Docent en wordt afgewezen. Zij stelt dat sprake is van verboden onderscheid naar geslacht en vordert € 10.000 schadevergoeding. Volgens de universiteit is geen verboden onderscheid gemaakt, maar sloot het onderzoeksprofiel van econome niet aan op de functie. De rechtbank wijst de vordering ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.