Bundeling van omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/5.5.4.1:5.5.4.1 Algemeen
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/5.5.4.1
5.5.4.1 Algemeen
Documentgegevens:
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS353791:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 9 Wm is ook gebruik gemaakt van het typisch juridische ordeningscriterium van de gelede normstelling.1 Dit hoofdstuk bevat een groot aantal artikelen dat de basis vormt voor het stellen van uitvoeringsregels bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. Dat geldt ook voor Titel 9.2 Wm, die is ontstaan als gevolg van de integratie op 1 juni 2008. Hieronder een kort overzicht, waarbij gebruik is gemaakt van Titel 9.2 Wm zoals die luidde op 1 juni 2008.2
Artikel 9.2.1.3 Wm bepaalt dat een ieder die beroepshalve een stof, preparaat of genetisch gemodificeerd organisme vervaardigt, in Nederland invoert, toepast, bewerkt, verwerkt of aan een ander ter beschikking stelt, desgevraagd aan Onze Minister gegevens verstrekt over die stof of dat preparaat of organisme waarover hij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken (lid 1). Bijalgemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde gegevens (lid 2).
Artikel 9.2.1.4 Wm bepaalt dat bijalgemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat degene die beroepshalve stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen vervaardigt, in Nederland invoert, toepast, bewerkt of verwerkt, in daarbij aangegeven categorieën van gevallen een administratie bijhoudt van de hoeveelheden die hij daarvan heeft vervaardigd, in Nederland heeft ingevoerd, heeft toegepast, bewerkt of verwerkt of aan een ander ter beschikking heeft gesteld (lid 1). Bij of krachtens de maatregel worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de administratie wordt bijgehouden en kunnen andere gegevens worden aangewezen die in de administratie dienen te worden opgenomen (lid 2).
Artikel 9.2.1.5 Wm bepaalt dat bij algemene maatregel van bestuur in het belang van de landsverdediging vrijstelling kan worden verleend van de in de artikelen 9.2.3.1, 9.2.3.3, 9.3.3 of 9.3a.3 gestelde verplichtingen (lid 1).
Artikel 9.2.2.1 Wm bepaalt dat, indien een redelijk vermoeden is gerezen dat door handelingen met stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen ongewenste effecten voor de gezondheid van de mens of voor het milieu zullen ontstaan, bij algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, toepassen, bewerken, verwerken, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, vervoeren, uitvoeren en zich ontdoen van deze stoffen, preparaten of organismen (lid 1). Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen (lid 3).
Artikel 9.2.2.2 Wm bepaalt dat een algemene maatregel van bestuur waarbij toepassing is gegeven aan artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder b, d, g, i, j, k, l of m, tevens de verplichting kan inhouden te voldoen aan door bestuursorganen die bij de maatregel zijn aangewezen, omtrent onderwerpen die in de maatregel zijn geregeld, gestelde nadere eisen.
Artikel 9.2.2.3 Wm bepaalt dat indien toepassing wordt gegeven aan artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder c, tevens bijalgemene maatregel van bestuur regels worden gesteld betreffende de wijze waarop de aanvraag om een vergunning geschiedt, en de gegevens die van de aanvrager kunnen worden verlangd (lid 1).
Artikel 9.2.2.4 Wm bepaalt dat indien toepassing wordt gegeven aan artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder g, Onze Minister de instantie aanwijst, die de in die bepaling bedoelde keuring verricht. Bij de maatregel worden regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop een zodanige keuring plaatsheeft.
Artikel 9.2.2.5 Wm bepaalt dat indien toepassing wordt gegeven aan artikel 9.2.2.1, tweede lid, onder k, l of m, tevens kan worden bepaald dat de schade, geleden door degene die de stoffen, preparaten, genetisch gemodificeerde organismen of producten moet terugzenden of afgeven, of de kosten, gemaakt door degene die is aangewezen om die stoffen, preparaten, organismen of producten in te zamelen, ten laste kunnen worden gebracht van degenen die deze stoffen, preparaten, organismen of producten hebben vervaardigd of in Nederland ingevoerd. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld inzake de berekening van die schade of kosten en de bepaling van degenen ten laste van wie die schade of kosten worden gebracht.
Artikel 9.2.2.6 Wm bepaalt dat indien de verwachte of gebleken effecten van stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen op de gezondheid van de mens of op het milieu het stellen van regels als bedoeld in artikel 9.2.2.1, eerste lid, naar het oordeel van Onze Minister dringend noodzakelijk maken en naar zijn oordeel de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur krachtens dat artikel niet kan worden afgewacht, kan hij een besluit nemen van de in dat lid bedoelde strekking. Onze Minister neemt een zodanig besluit in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, tenzij de vereiste spoed zich daartegen naar zijn oordeel verzet. De artikelen 9.2.2.2 tot en met 9.2.2.5 zijn van overeenkomstige toepassing (lid 1). Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden of indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop die maatregel in werking treedt. De termijn kan bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar worden verlengd (lid 2).
Artikel 9.2.3.1 Wm bepaalt dat degene die een preparaat aan een ander ter beschikking stelt of in Nederland invoert, behorende tot een of meer van de in het tweede lid aangewezen categorieën, er zorg voor draagt dat dat preparaat bij de aflevering en bij het ter aflevering voorhanden hebben is verpakt en op de verpakking is aangeduid overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de artikelen van deze paragraaf (lid 1). Lid 2 noemt als categorieën ontplofbaar, oxiderend, zeer licht ontvlambaar, licht ontvlambaar, ontvlambaar, zeer vergiftig, vergiftig, schadelijk, bijtend, irriterend, sensibiliserend, kankerverwekkend, mutagen, voor de voortplanting vergiftig en milieugevaarlijk. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de criteria en methoden aangewezen volgens welke wordt bepaald of een stof of preparaat behoort tot een categorie als bedoeld in het tweede lid (lid 3). Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de aanduiding van preparaten waarvan nog niet is bepaald in hoeverre zij behoren tot een of meer van de in het tweede lid bedoelde categorieën (lid 4).
Artikel 9.2.3.2 Wm bepaalt dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld met betrekking tot de aanduiding van preparaten waarin daarbij aangewezen stoffen voorkomen, alsmede met betrekking tot de aanduiding van producten waarin daarbij aangewezen stoffen of preparaten voorkomen. Daarbij kan worden bepaald dat die regels slechts gelden in daarbij aangewezen gevallen.
Artikel 9.2.3.3 Wm bepaalt dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met betrekking tot de verpakking en sluiting regels kunnen worden gesteld. Daarbij kan worden bepaald dat die regels slechts gelden voor daarbij aangewezen preparaten of genetisch gemodificeerde organismen of categorieën daarvan of in daarbij aangewezen gevallen (lid 4).
Artikel 9.2.3.5 Wm bepaalt dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in daarbij aangewezen gevallen de artikelen 9.2.3.1, 9.2.3.3 en 9.2.3.4 geheel of voor een daarbij te bepalen gedeelte niet van toepassing zijn: a. ter uitvoering van een krachtens het Verdrag betreffende de oprichting van de Europese Unie tot stand gekomen bindende regeling of b. indien het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu zich daartegen niet verzet (lid 1). Bij of krachtens een maatregel als bedoeld in het eerste lid kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de in de artikelen 9.2.3.1, 9.2.3.3 en 9.2.3.4 geregelde onderwerpen (lid 2).