Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/21.3.2.5:21.3.2.5 Art. 5:51
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/21.3.2.5
21.3.2.5 Art. 5:51
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS481192:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Mijnssen/Van Dam/Van Velten 2002 (3-II), p. 165.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De muur als bedoeld in art. 5:51 is per definitie een – al dan niet vrijstaande – muur die toebehoort aan de eigenaar van het erf waarop deze is geplaatst.1 Van een muur dienende tot afscheiding (afpaling) is hier geen sprake. Deze muur staat immers niet op de erfgrens. Wel kan de muur dienen tot afsluiting van een perceel. Het werk waar het hier om gaat is ondoorzichtig. Ten behoeve van de verkrijging van licht wordt het toegestaan om in een dergelijk werk lichtopeningen te maken, mits voorzien van vaststaande en ondoorzichtige vensters.