Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/2.2.4.2
2.2.4.2 Objectieve vereisten artikel 133 InsO
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS402312:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Zie over het Duitse begrip Rechtshandlung hierboven § 2.1.2.2.
Dauernheim, Das Anfechtungsrecht in der Insolvenz, p. 76. Niet onder artikel 133 InsO vallen daarmee executiemaatregelen of andere handelingen van derden. Zie Kreft, Aktuelle Probleme der Insolvenzanfechtung, p. 150. Voldoening door middel van executie valt wel onder het bereik van artikelen 130 en 131 InsO. Zie verder hierover BGH 18 december, 2003, IX ZR 199/02.
Kirchhof, Münchener Kommentar zur Insolvenzordnung, p. 560.
Zie over de subjectieve criteria onder artikel 133 InsO en de aantastbaarheid van congruente en incongruente voldoeningen op grond van artikel 133 InsO hieronder § 2.2.4.
Toelichting op Regeringsontwerp artikel 129 InsO (Balz en Landfermann, Die Neuen Insolvenzgesetze, p. 229). Zie ten aanzien van de toepasselijkheid van artikel 133 InsO op overdrachten tegen de marktprijs ook Kirchhof, Münchener Kommentar zur Insolvenzordnung, p. 571 en Hirte, Insolvenzordnung Kommentar, p. 1994.
Zie hierboven § 2.2.2.2.
Het kenmerk van artikel 133 InsO is dat het bescherming biedt tegen handelingen waarmee de schuldenaar opzettelijk zijn schuldeisers benadeelt. Naast opzet aan de zijde van de schuldenaar is vereist dat de wederpartij hier wetenschap van had. Deze subjectieve vereisten worden hieronder in § 2.2.4.3 besproken.
In tegenstelling tot artikel 130 en 131 InsO vereist artikel 133 InsO een handeling1 van de schuldenaar.2Anders dan de artikelen 130 en 131 InsO is voor toepasbaarheid van artikel 133 InsO niet vereist dat de wederpartij reeds een schuldeiser is en zonder de gewraakte handeling de hoedanigheid van insolventie-schuldeiser zou hebben.3 Hoewel het dus niet vereist is dat de wederpartij reeds schuldeiser was op het moment van het verrichten van de handeling, staat het zijn van schuldeiser niet aan de toepasselijkheid van artikel 133 InsO in de weg. Congruente en incongruente voldoeningen zijn dan ook niet van het werkingsgebied van artikel 133 InsO uitgesloten. Een belangrijke consequentie hiervan is dat zowel congruente als incongruente voldoeningen meer dan drie maanden voor de aanvraag (buiten de wettelijke Krise), mogelijk nog op grond van artikel 133 InsO aangetast kunnen worden.4 Wel is dan uiteraard vereist dat aan de subjectieve criteria van artikel 133 InsO is voldaan.
Voor toepasselijkheid van artikel 133 InsO is niet vereist dat de schuldeisers onmiddellijk door de handeling benadeeld zijn. Ook handelingen die de benadeling slechts middellijk hebben veroorzaakt vallen onder het bereik van artikel 133 InsO. Zo stelt de Toelichting op het Regeringsontwerp uitdrukkelijk dat ook overdrachten waarbij een redelijke prijs overeengekomen is, binnen het bereik van de Insolvenzanfechtung van 133 InsO kunnen komen indien de wederpartij wist dat de schuldenaar het voornemen had om het geld aan het verhaal van de schuldeisers te onttrekken. De Toelichting stelt het als volgt:
So kann die Veräußerung eines Grundstücks auch dann wegen vorsätzlicher Benachteiligung (§ 133 InsO) anfechtbar sein, wenn sie zesar zu einem angemessenen Preis erfolgt, wenn der Schuldner aber die dem anderen Teil bekannte Absicht hat, das Geld dem Zugriff der Gläubiger zu entziehen.'5
Artikel 133 InsO biedt ook het toetsingskader voor mislukte herstructureringen (gescheiterte Sanierungsversuche). Zoals hierboven reeds ter sprake is gekomen bij artikel 131 InsO,6 is het Bundesgerichtshof bereid gebleken om bepaalde handelingen die individueel beschouwd als een incongruente voldoening zouden kwalificeren, te toetsen aan artikel 133 InsO in plaats van artikel 131 InsO, indien deze handeling onderdeel uitmaakt van een meeromvattende herstructurering.