Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/2.6:2.6 Samenvatting en conclusies
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/2.6
2.6 Samenvatting en conclusies
Documentgegevens:
Datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS485796:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het recht op een behoorlijk strafproces in art. 6 EVRM, waarin het recht tegen gedwongen zelfbelasting is belichaamd, is onderdeel van een groter geheel, te weten het EVRM-corpus. Doel en voorwerp van het EVRM bestaan primair in de bescherming van de mensenrechten en fundamentele vrijheden van het individu door de verdragsstaten. (Organen van) verdragstaten zijn gebonden aan het Verdrag en de uitlegging van daarin vastgelegde rechten en vrijheden door het EHRM.
Het Hof is primair ingesteld om in individuele gevallen rechtsherstel te bieden. Het is (daarom) terughoudend in de toetsing in abstracto van nationale voorschriften. Het onthoudt zich van een (normatief) oordeel over de wijze waarop verdragsstaten aan hun verdragsverplichtingen voldoen; het is enkel de taak van het Hof om vast te stellen of verdragsstaten het door het Verdrag verlangde resultaat hebben bereikt.
Bij de interpretatie van de verdragsrechten sluit het Hof vooral aan bij doel en strekking van het Verdrag. Deze teleologische benadering komt tot uiting in enkele beginselen die bij de interpretatie van het EVRM een belangrijke rol spelen, te weten het effectiviteitsbeginsel, de autonome uitleg van begrippen en de evolutieve uitleg van de in het Verdrag vastgelegde normen.
Karakteristiek voor de toetsing van een klacht over schending van één of meer verdragsrechten is vooral dat het Hof de verdragsstaten een zekere beoordelingsruimte pleegt te geven bij de verwezenlijking van verdragsrechten binnen de eigen rechtsorde. Die toetsing heeft bij art. 6 EVRM bovendien een globaal karakter: het Hof gaat in de regel na of de nationale strafprocedure als geheel, inclusief de wijze waarop het bewijs is verkregen, behoorlijk was.
Ten slotte garandeert het EVRM in de opvatting van het Hof praktische en effectieve rechten.