Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/11.4.3.5
11.4.3.5 Rekening en verantwoording
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS589498:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.a. HR 3 december 1971, NJ 1972, 338; en HR 8 februari 1991, NJ 1991, 338.
Zie HR 2 december 1994, NJ 1995, 548 Gohannes/Elisabeth), m.nt. WMK.
Vgl. Kolkman 2008, p. 47; Van der Ploeg 1945, nr. 158.
Zie over volmacht en rekening en verantwoording, Tempelaar 2010.
Vgl. reeds Star Busmann/Rutten 1972, nr. 434.
Art. 3:253 lid 1 BW verwijst alleen naar art. 490b Rv, maar aangenomen dient te worden dat op grond van art. 3:253 lid1 BW ook art. 490c Rv voor de pandhouder geldt Vgl. Loesberg 2001, p. 241; Molenaar 1999, nr. 27. Bij pand en derdenbeslag heeft het afleggen van rekening en verantwoording betrekking op de wijze van executie en dient deze een opgave te bevatten van de gerealiseerde opbrengst, de executiekosten en de verdeling van de netto-opbrengst.
Vgl. voor minderjarigenbewind art. 1:372 BW en art. 1:337 lid3 BW. Zie een nadere uitwerking van de verplichting, art. 1:445 lid 2-4 BW, art. 3.6.1.8 lid 2-4 en 3.6.1.8a Ontw.BW en art. 4:161 lid2-4 BW. Vgl. voorts, Luijten & Meijer 2005, p. 37-41.
Vgl. art. 4:214,215,221 BW.
Zie T.M., Parl. Gesch. Boek 3, p. 644 en 647.
Zie V.V. II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 647, en M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 648.
Zie voor zijn verplichting ex art. 3:205 lid 4 BW, hiervoor.
Bij testamentair bewind ligt overeenkomstige toepassing van art. 4:148 BW of art.1:436 lid 5 BW voor de hand.
Zie Hof 's-Gravenhage 25 september 2007, JOR 2007/287 (Hamm q.q./ABN Amro), m.nt. W.J.M. van Andel.
Zie HR 21 januari 2005, NJ 2005, 249 (Funds/Curatoren Jomed I) en HR 21 januari 2005, NJ 2005, 250 (Funds/Curatoren Jomed II). In faillissement heeft de gefailleerde in beperkte mate recht op inzage van de niet openbare stukken in het faillissementsdossier. Zie HR 22 september 1995, NJ 1997, 339, m.nt. EAA.
Vgl. A-G Verkade in zijn conclusie voor HR 21 januari 2005, NJ 2005,249 en NJ 2005, 250 (Funds/Curatoren Jomed I en II); en Hof Amsterdam 15 januari 2004, JOR 2004/62 (Funds/Curatoren Jomed), m.nt. R.J. Abendroth. Vgl. ook HR 22 september 1995, NJ 1997, 339, m.nt. EAA, waar ook de aansprakelijkheidsstelling van de ( eerste) curator aan de orde was.
Zie hiervóór nr. 112 en 617.
700. De derde die zich vermogensrechtelijk inlaat met andermans goed, dient zich hierover jegens de rechthebbende en andere belanghebbenden te verantwoorden.1 De inhoud van hetgeen als rekening en verantwoording mag worden verlangd, wordt telkens bepaald door de aard van de rechtsverhouding en de omstandigheden van het geval.2 De verplichting is een uitwerking van de zorgverplichting van de bevoegde derde. Op de lasthebber, de zaakwaamemer, de beheersbevoegde deelgenoot, de beslaglegger, de bewindvoerder, de executeur, de vereffenaar van een nalatenschap en de curator rust de verplichting om periodiek, bijvoorbeeld jaarlijks, tenzij andere tijdstippen zijn bepaald, en/of bij het einde van de rechtsverhouding rekening en verantwoording af te leggen.3 Hij legt rekening en verantwoording af de rechthebbende, aan andere belanghebbenden, zoals schuldeisers, en/of aan een derde die hem opvolgt in het beheer. Zie voor lastgeving, art. 7:403 lid 2 BW;4 voor zaakwaameming, art. 6:199 lid2 BW; voor gemeenschap, art. 3:173 BW; voorbeslag, art. 490c lid 1 Rv;5 voor pand, art. 3:253 lid 1 jo 490c Rv;6 voor hypotheek, art. 3:272 lid 1 BW; voor bewind, art. 1:445 lid 1 BW, art. 4:161 lid1 BW en art. 3.6.1.8 lid 1 Ontw.BW;7 voor executele, art. 4:151 BW; voor vereffening, art. 4:207 BW en art. 4:218 lid 1 BW;8 voor faillissement, art. 73 lid 2 Fw, en vgl. art. 162 lid1 Fw en art. 193 lid2 Fw.
De vruchtgebruiker is niet verplicht tot het afleggen van rekening en verantwoording.9 Is hij vrijgesteld van de verplichting om zekerheid te stellen, dan kan de hoofdgerechtigde jaarlijks verlangen dat aan hem de aan het vruchtgebruik onderworpen zaken worden getoond (art. 3:206 lid 2 eerste zin BW). Ten aanzien van waardepapieren en gelden kan met overlegging van een verklaring van een geregistreerde kredietinstelling worden volstaan (art. 3:206 lid 2 tweede zin BW). Art. 3:206 lid 2 BW is (kennelijk) niet van toepassing op in vruchtgebruik gegeven vorderingen op naam. Op de vruchtgebruiker rust voorts de verplichting om jaarlijks aan de hoofdgerechtigde een ondertekende nauwkeurige opgave te zenden van de goederen die niet meer aanwezig zijn, van de goederen die daarvoor in de plaats zijn gekomen, en van de voordelen die de goederen hebben opgeleverd en die geen vruchten zijn (art. 3:205 lid 4 BW). De vruchtgebruiker dient een behoorlijke administratie te voeren om aan deze verplichting te kunnen voldoen.10
Op de lasthebber, pandhouder, de vruchtgebruiker,11 de bewindvoerder, de executeur en de curator rust ook de verplichting om, tussentijds dan wei bij het einde van de bevoegdheid of taak, al dan niet desverlangd inlichtingen te verstrekken. De aard van deze verplichtingen loopt uiteen. Vergelijk bijvoorbeeld voor de pandouder, art. 3:241 BW; voor de bewindvoerder bij het meerderjarigenbewind, art. 1:354 BW en art.1:436 lid 5 BW; voor de executeur, art. 4:148 BW;12 en voor de curator, art. 73a Fw. De bewindvoerder, de executeur dan wei de curator geeft op grond van deze bepalingen inlichtingen over het door hem gevoerde beleid.
De regeling van lastgeving bevat een bepaling van vergelijkbare aard. De lasthebber dient de lastgever op de hoogte te houden van zijn werkzaamheden ter uitvoering van de last en hem onverwijld in kennis stellen van de voltooiing van de opdracht als de lastgever daarvan onkundig is (art. 7:403 lid1 BW).
Gaat het om het beheer van een vermogen, dan kunnen onder meer de erfgenamen, de deelgenoten in een gemeenschap en de schuldeisers in faillissement ten aanzien van de boekhouding van het beheerd vermogen openlegging van tot de administratie behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers vorderen, voorzover zij daarbij een rechtstreeks en voldoende belang hebben (art. 3:15j BW). De tot de administratie behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers omvatten de gehele administratie.13 Het inzagerecht van art. 3:15j BW is beperkt tot de administratie van de rechthebbende zelf. Het heeft geen betrekking op de administratie van bijvoorbeeld de curator zel£.14 Het recht op inzage is niet onbeperkt. Het gaat om een belangenafweging, waarbij ook het doel meespeelt waarvoor inzage wordt gevraagd, zoals een aansprakelijkheidsstelling van bijvoorbeeld de curator.15
701. Bestaat tussen de stille cedent en de stille cessionaris een rechtsverhouding uit lastgeving, dan volgen daaruit voor de stille cedent jegens de stille cessionaris de verplichting om rekening en verantwoording af te leggen en andere informatieverplichtingen (art.7:403 BW). Dergelijke andere informatieverplichtingen omvatten bij de inning en het beheer van de vordering onder meer de verplichting om de stille cessionaris te informeren over de niet-nakoming van de schuldenaar en diens verzuim en over een derdenbeslag dat ten laste van de stille cedent op de stil gecedeerde vordering wordt gelegd.16