Levering en verpanding van toekomstige goederen
Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/1.2:1.2 Doelstelling en verantwoording
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/1.2
1.2 Doelstelling en verantwoording
Documentgegevens:
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS475612:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Van Swaaij 2000, passim; Peter 2007, p. 63-94; Verdaas 2008/179-227; en Rongen 2012/854-959.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
6. Het eerste doel van deze studie is een beschrijving en analyse van het geldende recht. In het verlengde van de beschrijving van het positieve recht ligt een kritische bespreking van de uitwerking van de wettelijke regelingen en de keuzes die door de wetgever of in de rechtspraak met betrekking tot de levering bij voorbaat zijn gemaakt.
Het belang van het onderzoek is onder meer gelegen in de, hiervóór gegeven, functie van de figuren van levering en vestiging bij voorbaat in de rechtspraktijk, in het bijzonder het kredietverkeer. Zowel bij een eenvoudig bankkrediet, als bij meer complexe meerpartijenfinancieringen kunnen vragen rijzen omtrent deze rechtsfiguur. Een andere aanleiding voor het onderzoek is gelegen in de enigszins beperkte, althans fragmentarische aandacht die de levering bij voorbaat in de literatuur geniet. Hoewel de dissertaties van Van Swaaij, Peter, Verdaas en Rongen in meer ofmindere mate aandacht besteden aan de levering bij voorbaat, is zij tot op heden niet als zodanig voorwerp van een onderzoek geweest.1
7. Deze studie is juridisch-dogmatisch van opzet. Het onderzoek naar het geldende positieve recht geschiedt in principe vanuit een intern perspectief in de zin dat het onder verwijzing naar zijn eigen bronnen wordt beschreven en uitgelegd, alsmede geanalyseerd op onderliggende waarden, veronderstellingen en beginselen. De bestudering van het onderwerp is daarmee voornamelijk gericht op het systematisch in kaart brengen van het bestaande recht en waar nodig voorstellen te doen tot interpretatie, aanvulling of aanpassing daarvan.
Het perspectief van deze studie is echter niet volledig naar binnen gekeerd. Waar dienstig aan de bestudering van het onderwerp wordt ook acht geslagen op gegevens die zijn verkregen uit een rechtsvergelijking met het oud burgerlijk recht, andere rechtsstelsels en internationale overeenkomsten en richtlijnen. Voor een goed begrip van het huidige recht is het dienstig om kennis te nemen van de ontwikkeling van het leerstuk onder het oude recht. Het doel van de vergelijking met andere rechtsstelsels is niet gericht op een volledige beschrijving van het andere recht, maar om inzicht te verschaffen in de invloeden van andere rechtsstelsels op de ontwikkeling van het Nederlandse recht en het huidige recht in te bedden in een meer algemene internationale ontwikkeling.