Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/8.4.1.2:8.4.1.2 Overzicht knelpunten en aanbevelingen
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/8.4.1.2
8.4.1.2 Overzicht knelpunten en aanbevelingen
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS501515:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het valt buiten de reikwijdte van deze studie om alternatieve oplossingen aan te dragen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder verwijzing naar hetgeen in voorgaande paragraaf is overwogen en indachtig het rechtskarakter van de btw kunnen samenvattend de volgende knelpunten worden onderscheiden:
Lidstaten hebben de mogelijkheid om ‘niet-betaling’ uit te sluiten van de herzieningsregels.
De herzieningsregels voorzien niet in een additionele correctie in geval van een ‘betaling alsnog’.
Toepassing van de regeling voor oninbare vorderingen heeft tot gevolg dat goederen en/of diensten belastingvrij bij de niet-betalende consument belanden.
Het is onduidelijk of de categorie van de ‘onbetaald gebleven handelingen’ in de regeling voor onbetaalde schulden (tevens) betrekking heeft op de niet-betalende afnemer.
De herzieningsregels gaan uit van een omgekeerd uitgangspunt (wel of geen herziening).
Bovenstaande knelpunten kunnen naar mijn mening enkel worden weggenomen door een actief ingrijpen van de Uniewetgever. Het verdient naar mijn idee aanbeveling om de Btw-richtlijn op de volgende punten aan te passen:
Invoeren van een verplichte herziening bij niet-betaling (zonder facultatieve afwijkingsbevoegdheid).
Invoeren van de verplichting om bij een ‘betaling alsnog’ een additionele correctie door te voeren.
‘Niet-betaling’ ondubbelzinnig opnemen in art. 185 Btw-richtlijn.
Deze aanbevelingen doen mijns inziens het meest recht aan het rechtskarakter van de btw. Het knelpunt dat goederen en/of diensten belastingvrij bij de niet-betalende consument belanden, zou (bijvoorbeeld) kunnen worden weggenomen door de detailhandelsfase van art. 90 Btw-richtlijn uit te sluiten. Dit vind ik geen goede oplossing. Naar mijn idee weegt het neutraliteitsbeginsel zwaarder dan het verbruiksbeginsel (als onderdeel van het rechtskarakter): ondernemers dienen – als onbezoldigd rijkskassier – te allen tijde van enige btw-druk te worden ontlast. Het btw-insolventierisico in de laatste fase van de bedrijfskolom dient wat mij betreft dan ook (net als bij andere belastingmiddelen) geheel voor rekening en risico van de staat te komen.1