De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting
Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/4.7.5:4.7.5 Gevolg van overtreding van het ledenverbod
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/4.7.5
4.7.5 Gevolg van overtreding van het ledenverbod
Documentgegevens:
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS387356:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank Rotterdam 11 oktober 1965, NJ 1966, 314.
De inhoud van de statuten blijkt uit de uitspraak Hof Amsterdam (OK) 3 februari 2017,JOR 2017/128 en ECLI:NL:GHAMS:2017:275.
Hof Amsterdam (OK) 3 februari 2017, JOR 2017/128, r.o. 2.15 waarin wordt verwezen naar de ‘Voorhangbrief Holland Casino’, verstuurd aan de Voorzitter van de Tweede Kamer op 14 oktober 2016.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor in paragraaf 4.2.5 werd al het in de praktijk “overzienbare risico” van het overschrijden van het ledenverbod genoemd, te weten ontbindbaarheid van de stichting door de rechtbank na een daartoe strekkend verzoek dat kan worden ingediend door een belanghebbende of door het openbaar ministerie (artikel 2:21 lid 1 sub c en lid 4 BW). Indien er een verzoek tot ontbinding wordt ingediend, gaat de rechter hiertoe pas over na verloop van een termijn waarbinnen de rechtspersoon alsnog aan de wettelijke eisen kan voldoen (artikel 2:21 lid 2 BW). Binnen deze termijn kan de rechtspersoon zich ook omzetten in een rechtspersoon met kenmerken waaraan hij wel voldoet (artikel 2:18 BW).
Rechtbank Rotterdam 1965
Dat ontbinding van de stichting op grond van overtreding van het ledenverbod niet vaak wordt verzocht, blijkt uit het geringe aantal uitspraken dat hierover bekend is. De Rechtbank Rotterdam ging in 1965 over tot ontbinding van een stichting nadat hij geoordeeld had dat het ledenverbod was overtreden.1 Uit de feiten die zijn genoemd in deze uitspraak blijkt dat de stichting deelnemers had die een jaarlijkse contributie betaalden en een algemene vergadering van deelnemers vormden, de stichtingsraad genoemd. De stichtingsraad kon – in de woorden van de Rechtbank – een beslissende invloed uitoefenen op grond van een aantal bepalingen in de statuten en het huishoudelijk reglement van de stichting. Het bestuur behoefde blijkens de statuten “machtiging” van de stichtingsraad om bepaalde rechtshandelingen, zoals het aangaan van leningen, te kunnen verrichten. Bovendien moesten de gelden van de stichting “worden belegd in waarden” die door de stichtingsraad werden aangewezen en was de stichtingsraad bevoegd wijzigingen in de statuten aan te brengen. De Rechtbank oordeelde dat de stichtingsraad de bevoegdheid had “om besluiten te nemen die de belangen van de stichting betroffen”, die het bestuur vervolgens alleen nog maar hoefde uit te voeren en dat zij daarmee een overheersende positie binnen de stichting had. In zijn oordeel liet de Rechtbank meespelen dat de deelnemers in veel opzichten op leden leken. In dit geval achtte de Rechtbank bovendien geen termen aanwezig om de stichting de gelegenheid te geven de statuten aan te passen, aangezien de stichtingsraad had aangegeven te willen blijven optreden als “een overkoepelend lichaam waarin de deelnemers een beslissende invloed konden uitoefenen”.
Uit de hiervoor genoemde uitspraak van de Rechtbank Rotterdam blijkt dat de rechter materieel toetst: hij kijkt naar het palet van bevoegdheden dat aan het stichtingsorgaan – bestaande uit deelnemers of aangeslotenen – is toebedeeld.
Holland Casino
Een voorbeeld van een stichting die naar mijn mening de grenzen van het ledenverbod (en overigens ook het uitkeringsverbod) heeft opgezocht is Holland Casino.2 De statuten van “Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland” (Holland Casino) zijn gewijzigd vastgesteld op 31 maart 2006. In deze statuten worden aan de Minister van Financiën verschillende vergaande bevoegdheden toegekend. Allereerst heeft de Minister de bevoegdheid om leden van de raad van commissarissen te benoemen en te ontslaan. Bestuurders worden benoemd, geschorst en ontslagen door de raad van commissarissen, maar een benoeming van een bestuurder kan slechts plaatsvinden nadat de Minister van Financiën een verklaring van geen bezwaar heeft afgegeven. De statuten bepalen dat besluiten “omtrent een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de onderneming” zijn onderworpen aan de goedkeuring van de Minister van Financiën. De Minister kan het bestuur volgens de statuten aanwijzingen geven ten aanzien van de algemene lijnen van het te voeren financiële beleid en het bestuur dient zich te gedragen naar deze aanwijzingen. Verderop in de statuten is te lezen dat de Minister aanwijzingen kan geven ten aanzien van de begroting. Bovendien is bepaald dat de Minister de jaarrekening vaststelt. Tot slot bepalen de statuten dat de netto-opbrengst van de geëxploiteerde casino’s jaarlijks wordt vastgesteld door de Minister en wordt afgedragen aan de Staat.
Interessant is dat de Minister van Financiën ook zelf zegt dat de verdeling van bevoegdheden binnen Holland Casino zo is ingericht dat de Staat over het algemeen bevoegdheden heeft die gelijk zijn aan die van een aandeelhouder in een kapitaalvennootschap.3 Inmiddels heeft Holland Casino het voornemen geuit om zich van een stichting om te vormen in een N.V. Niettemin is opvallend dat Holland Casino meer dan tien jaar op grond van de statuten niet lijkt te hebben voldaan aan de rechtskenmerken van een stichting terwijl in die tijd, voor zover bekend, door geen enkele belanghebbende noch door het openbaar ministerie bij de rechter een vordering tot ontbinding of omzetting is ingediend (op grond van artikel 2:21 lid 1 sub c BW).