Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/2.3.4.1.1
2.3.4.1.1 Omschrijving
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS971893:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie over agency theory onder meer Ross 1973; en Jensen & Meckling 1976. Jensen en Meckling worden veelal gezien als de grondleggers van deze theorie, zie ook Overkleeft (diss.) 2017, p. 178 e.v. Zie voorts Kraakman e.a. 2017, p. 29 e.v.; en Wolf (diss.) 2013, p. 159 e.v.
Zie Jensen & Meckling 1976, p. 309: “Since the relationship between the stockholders and manager of a corporation fit the definition of a pure agency relationship it should be no surprise to discover that the issues associated with the “separation of ownership and control” in the modern diffuse ownership corporation are intimately associated with the general problem of agency.”
Zie Jensen & Meckling 1976, p. 308: “We define agency costs as the sum of: (1) the monitoring expenditures by the principal, (2) the bonding expenditures by the agent, (3) the residual loss.”
Zie Kraakman e.a. 2017, p. 29-30; en Wolf (diss.) 2013, p. 160-161. In de corporate governance zijn drie agency problems te onderscheiden, namelijk belangenconflicten tussen aandeelhouders en bestuurders, tussen meerderheids- en minderheidsaandeelhouders en tussen de vennootschap en de partijen waarmee zij contractuele relaties aangaat.
Een ander relevant agency problem is het belangenconflict tussen meerderheids- en minderheidsaandeelhouders. Zie hierover ook Suetens-Bourgeois (diss.) 1969, waarin onder meer is betoogd dat toegang tot informatie kan bijdragen aan de bescherming van minderheidsaandeelhouders tegen machtsmisbruik van meerderheidsaandeelhouders (p. 375). In de rechtspraak is vaak te zien dat de meerderheidsaandeelhouder tevens in het bestuur is vertegenwoordigd, als gevolg waarvan deze beide agency problems met elkaar overlappen. Gezien deze overlap, zal ik in het navolgende niet separaat ingaan op dit specifieke agency problem.
Zie hierover vanuit een Amerikaans perspectief Hansmann & Kraakman 2001, p. 440 e.v.; en zie voor een tegengeluid Clark 1985, p. 56.
Vgl. Arrow 1985, p. 39: “In the hidden information problems, the agent has made some observation that the principal has not made. The agent uses (and should use) this observation in making decisions; however, the principal cannot check whether the agent has used his or her information in the way that best serves the principal’s interest.” Zie in dit verband ook De Roo (diss.) 2021, p. 269; Glasz, Beckman & Bos 1994, p. 8 e.v.; en Beckman (oratie) 2007, p. 5 en 7.
Vgl. Arrow 1985, p. 45, waar in dit verband wordt gesproken over ‘monitoring’.
De agency theory beschrijft relaties waarin een principaal een bepaalde taak delegeert aan een agent, die geacht wordt deze taak te vervullen ten behoeve van de principaal.1 De agency theory is daarmee onlosmakelijk verbonden met de functiescheiding.2 In de relatie tussen agent en principaal kunnen belangenconflicten ontstaan: zogeheten agency problems. Doordat de principaal zelf niet rechtstreeks betrokken is bij de vervulling van de gedelegeerde taak, heeft hij een informatieachterstand ten opzichte van de agent. Deze informatieasymmetrie beperkt de mogelijkheden van de principaal om toezicht te houden op de agent, en kan een motief opleveren voor de agent om zijn taak suboptimaal te vervullen of zelfs zijn eigen belangen boven die van zijn principaal te plaatsen. Agency problems kunnen zo leiden tot kosten en waardeverlies, aangeduid als agency costs.3 Agency theory stelt ten doel deze agency costs te voorspellen en strategieën te ontwikkelen om deze te beperken.
In het vennootschapsrecht kunnen verschillende agency problems spelen.4 Een daarvan ziet op de mogelijke belangenconflicten tussen aandeelhouders en bestuurders.5 Daarbij worden de aandeelhouders gezien als de principalen die de leidinggevende functie delegeren aan de bestuurders; ik gebruikte eerder al de term delegated management. In deze verhouding veronderstelt agency theory dat bestuurders (de agenten) in het belang van de aandeelhouders (hun principalen) dienen te handelen.6 Het belangenconflict ontstaat doordat de bestuurders de onderneming leiden, maar dat de opbrengst daarvan – de behaalde winst – ten goede komt aan de aandeelhouders. Tegelijkertijd heeft het bestuur een informatievoorsprong op de aandeelhouders, als gevolg waarvan de aandeelhouders niet goed in staat zijn te controleren of het bestuur zijn taak behoorlijk uitoefent. Het risico bestaat in dergelijke gevallen dat het bestuur niet (voldoende) ter verantwoording kan worden geroepen.
Een dergelijk gebrek aan verantwoording en controle kan in de hand werken dat het bestuur zijn taak niet optimaal uitoefent, bijvoorbeeld door zich te richten op eenvoudige werkzaamheden in plaats van belangrijkere, maar ingewikkeldere taken, of door te veel (of juist te weinig) risico te nemen. Ook kan dit ertoe leiden dat bestuurders mede of uitsluitend in hun eigen belang gaan handelen, bijvoorbeeld door op onzakelijke voorwaarden te contracteren met de vennootschap of door het ontnemen van corporate opportunities aan de vennootschap. Dit noopt niet alleen tot het presenteren van de uitkomst van het handelen van de agent (rekening), maar ook tot het geven van tekst en uitleg over hoe dat tot stand is gekomen (verantwoording).7 Zonder verantwoording, kunnen de checks and balances binnen de vennootschap niet behoorlijk functioneren. De aandeelhouders zouden dan slechts een uitkomst zien van de taakuitoefening van het bestuur (bijvoorbeeld in de vorm van dividend of ander financieel gewin), maar kunnen zonder inzage in het proces dat tot die uitkomst heeft geleid niet goed oordelen over het functioneren van het bestuur.8