Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/10.1:10.1 Inleiding
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/10.1
10.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633557:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 2012 introduceerde de fiscale wetgever de rubriek religie, spiritualiteit en levensbeschouwing (rsl) als een van de dertien wettelijke categorieën van algemeen nut (art. 5b, lid 3, onderdeel i AWR). Ook voordien kwamen ‘kerkelijke’ en ‘levensbeschouwelijke’ instellingen in de wet in aanmerking voor de status van een algemeen nut beogende instelling (anbi) met de bijbehorende fiscale faciliteiten. De wetsgeschiedenis bevat echter geen toelichting waarom rsl in de huidige opsomming van algemeen nut horen. Er wordt alleen opgemerkt dat kerkgenootschappen een lange traditie van filantropie kennen en daarom in beginsel bij uitstek binnen het anbi-concept passen.
In de fiscale rechtspraak is in de afgelopen twee decennia een toename te zien in zaken over uiteenlopende religieuze en levensbeschouwelijke instellingen. Het gaat dan veelal om het verkrijgen of behouden van de anbi-status. In tegenstelling tot traditionele religieuze, spirituele en levensbeschouwelijke instellingen (rsli’s) lijkt het voor niet-traditionele rsli’s lastiger om de anbi-status te verkrijgen. Niet-traditionele rsli’s hebben daarom regelmatig de gang naar de rechter moeten maken om de anbi-status te verkrijgen of te behouden. De praktijk laat zien dat niet alleen justitiabelen, maar ook de fiscus, de rechter en de belastingwetgever zoekende zijn als het gaat om de fiscale behandeling van rsli’s.
Rsli’s vormen een aanzienlijke groep anbi’s. Ze maken ruim twintig procent uit van alle in totaal ongeveer 45.000 anbi’s, die de fiscale wetgever in dertien categorieën heeft verdeeld. Per 15 mei 2019 ging het in de anbi-categorie rsl om 10.844 instellingen, waarvan 9946 religieuze instellingen. Verschil in fiscale behandeling tussen anbi’s en rsli’s en tussen rsli’s onderling raakt niet alleen de instellingen, maar ook hun oprichters, aanhangers en donateurs.
Deze ontwikkelingen vormen de aanleiding voor dit grondrechtelijke, civielrechtelijke en fiscale onderzoek naar de anbi-categorie rsl.
De onderzoeksvraag luidt als volgt:
Is er een verschil in fiscale behandeling tussen (a) rsli’s enerzijds en andere anbi’s anderzijds; (b) rsli’s onderling; (c) religieuze instellingen onderling, spirituele instellingen onderling alsook levensbeschouwelijke instellingen onderling en zo ja, bestaat daar een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor?
Voordat ik deze vraag in paragraaf 10.8 beantwoord, sta ik stil bij mijn werkdefinities (paragraaf 10.2), de rol van rsl in de Nederlandse samenleving (paragraaf 10.3), de invloed internationale en nationale grondrechten op de fiscale behandeling van rsl (paragraaf 10.4), de rechtsvormkeuze (paragraaf 10.5), de fiscale faciliteiten voor religie, spiritualiteit en levensbeschouwing (paragraaf 10.6) en mijn aanbevelingen (paragraaf 10.7). Daarna volgt mijn conclusie (paragraaf 10.9).