Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/VI.1.1
VI.1.1 Inleiding
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS376174:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken 18 905, nr. 57 (VV), p. 2.
Kamerstukken 18 905, nr. 57a (MvA), p. 3.
OK 16 oktober 2010, JOR 2010/96 (Hooymans). In dit licht bleken de woorden van de rechtbank uit 1996 enigszins eufemistisch: 'Dat procedures op tegenspraak nu eenmaal geruime tijd plegen te duren (...)', Rb. Den Bosch 10 mei 1996, JOR 1998/26, ro. 4.4. Zie ook Willems (oud-voorzitter van de OK) die in 2008 over deze affaire schreef (p. 82): 'Daar ben ik persoonlijk oud mee aan het worden.'
OK 12 mei 2009, ARO 2009/91 (Sonder).
Een voorbeeld voor waardeverandering geeft de zaak Ramp/Lensen. Bij aanvang van de procedure was de vennootschap circa fl. 10 miljoen waard. Aan het einde was dit gereduceerd tot fl. 1 miljoen.
Asser-Maeijer 2-111 (2000), nr. 494.
Zie onder meer Leijten (1999/2), p. 237; Hermans (2002), p. 497; Den Boer (2002), p. 345; Sanders/ Westbroek (2005), p. 383; en Willems (2008), p. 82. Leijten (1997), p. 78, had het over 'De lange, lange procedure'.
De vaste commissie van Justitie van de Eerste Kamer bleek in 1987 een vooruitziende blik te hebben. In haar voorlopig verslag stelt ze de retorisch geformuleerde vraag of niet viel te verwachten dat
`(...) juist in zaken als deze, waarin de partijen scherp tegenover elkaar zullen staan, de duur van de procedure met conclusies, pleidooi, eventuele getuigenverhoren, en met daarna een eventuele behandeling in hoger beroep en in cassatie, reeds tot aan de benoeming van deskundigen mogelijk verscheidene jaren zal belopen?'
De vaste commissie verzocht vervolgens om een overzicht van de mogelijke maatregelen die de lange duur van de procedure konden bekorten.1 De minister gaf een dergelijk overzicht niet, maar dacht wel dat sprake kan zijn van langdurige procedures, iets wat een rechter ook niet kon voorkomen. Er was eventueel een comparitie van partijen mogelijk, wist de minister, en met art. 2:336 lid 4 BW is er alle ruimte een schikking te beproeven.2
De vraag bleek relevant te zijn. Het duurt doorgaans jaren voordat de uitstoting of uittreding van een aandeelhouder definitief is. De uittredingsprocedure tussen de gebroeders Hooymans is helaas een goed voorbeeld. Al op 8 november 1993 dagvaardde Geert zijn broers en medeaandeelhouders Wim en Hennie en vorderde hij de overname van zijn aandelen in het kapitaal van de Hooymansvennootschappen. Na ruim vijftien jaar procederen stelde de OK pas op 16 februari 2010 de waarde van de aandelen vast.3 Ook de strijd tussen twee andere broers is exemplarisch. Willem en Henny Sonder waren het eens over de uittreding van Willem. Het enige twistpunt betrof de waarde van de aandelen. De procedure ving aan met de dagvaarding op 3 september 1999 en eerst ruim negen jaar later heeft de OK in mei 2009 de te betalen prijs (bijna E 80.000) vastgesteld.4
Reden is dat in hoger beroep blijkt dat de deskundigenbenoeming en de waardering `dunnetjes wordt overgedaan'.5 Daarnaast gelden de woorden van Maeijer: 'Zoals zal blijken, is deze procedure betrekkelijk ingewikkeld.'6
Het gevolg is dat de ruziënde aandeelhouders de geschillenregeling in de praktijk links laten liggen. Meestal kiezen zij voor een enquêteprocedure. Soms wordt naast de geschillenregelingprocedure tevens een enquêteprocedure gestart. De onmiddellijke voorziening van deze procedure (art. 2:349a lid 2 BW) maakt een rechterlijk ingrijpen in de vennootschap in een vroeg stadium mogelijk.
De lange duur van de procedure is één van de belangrijkste oorzaken dat de geschillenregeling 'niet goed werkt'.7 In dit hoofdstuk staan de vertragende en andere procedurele aspecten centraal. Na een korte weergave van de voorgeschiedenis, bespreek ik enkele algemene kenmerken van de procedure in § VI.2. De eigenaardigheden van een geschillenregelingprocedure komen in de volgende paragraaf aan de orde. In § VI.4 beschrijf ik de wijzigingen die in het wetsvoorstel Flex-BV zijn opgenomen. Ik sluit af met mijn bevindingen en zal een voorstel doen voor procesrechtelijke aanpassingen in de wettekst van de geschillenregeling.