NJ 1947/383
Uitlegging charter-partij In cassatie? Aansprakelijkheid van den zee-vervoerder; art. 468 K., lid 8 tegenover lid 1 en 2.
HR 21-03-1947, ECLI:NL:HR:1947:133, m.nt. Prof. E. M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 maart 1947
- Magistraten
Mrs. Donner, Nypels, van der Plier, Losecaat Vermeer en Smits
- Zaaknummer
[21031947/NJ_1947-383]
- Conclusie
Mr. Wijnveldt
- Noot
Prof. E. M. Meijers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS133009:1
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1947:133, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑03‑1947
- Wetingang
(WvK art. 468.)
Essentie
Uitlegging charter-partij In cassatie? Aansprakelijkheid van den zee-vervoerder; art. 468 K., lid 8 tegenover lid 1 en 2.
Samenvatting
Nu het Hof zijn beslissing omtrent de beteekenis van de onderhavige charterpartij op niets anders heeft gegrond dan op zijn oordeel aangaande de Nederlandsche wet, met name van art. 468, lid 3, K., is het tegen de daaromtrent gehuldigde rechtsopvatting gerichte middel voor onderzoek in cassatie vatbaar.
Het 3e lid van art. 468 bepaalt mede de draagwijdte van de in het 1e lid neergelegde verplichting, zonder aan den grond der aansprakelijkheid iets te veranderen; de geschiedenis bevestigt, dat van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.