Hof Amsterdam, 04-01-2021, nr. 200.201.244/01 OK
ECLI:NL:GHAMS:2021:365
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
04-01-2021
- Zaaknummer
200.201.244/01 OK
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHAMS:2021:365, Uitspraak, Hof Amsterdam, 04‑01‑2021; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2016:5597, Uitspraak, Hof Amsterdam, 14‑12‑2016; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2016:4473, Uitspraak, Hof Amsterdam, 15‑11‑2016; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2016:4392, Uitspraak, Hof Amsterdam, 11‑11‑2016; (Eerste aanleg - meervoudig)
- Wetingang
art. 349a Burgerlijk Wetboek Boek 2
- Vindplaatsen
OR-Updates.nl 2021-0150
JOR 2021/148 met annotatie van Josephus Jitta, M.W.
Ondernemingsrecht 2021/85 met annotatie van P.H.M. Broere
AR 2016/3322
OR-Updates.nl 2016-0296
Uitspraak 04‑01‑2021
Inhoudsindicatie
beëindiging enquête en voorzieningen
Partij(en)
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.201.244/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 4 januari 2021
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROYAUMS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTERS,
advocaten: mr. T. Steffens en mr. T. Welschen, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROYAUMS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] ,
gevestigd te [....] ,
2. [C],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam.
1. Het verloop van het geding
1.1 In het vervolg zullen de hierna te vermelden personen als volgt worden aangeduid:
verzoekster sub 1 als [A] ;
verzoekster sub 2, tevens verweerster, als Royaums;
belanghebbende sub 1 als [B] ;
belanghebbende sub 2 als [C] ;
belanghebbenden sub 1 en 2 als [G]
[D] als [D] .
1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 11 en 15 november 2016, 14 december 2016 en 12 januari 2017 in deze zaak.
1.3 Bij de beschikkingen van 11 en 15 november 2016 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang een onderzoek gelast naar het beleid en de gang van zaken van Royaums en bij wijze van onmiddellijke voorziening [D] en [C] als bestuurders van Royaums geschorst, mr. J.G. Molenaar tot bestuurder van Royaums benoemd en bepaald dat de aandelen in het kapitaal van Royaums - met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders - ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. J.H. van Woudenberg (hierna: mr. Van Woudenberg).
1.4 Bij beschikking van 12 januari 2017 heeft de Ondernemingskamer met onmiddellijke ingang de bij de beschikking van 11 november 2016 getroffen onmiddellijke voorzieningen tot benoeming van een tijdelijk bestuurder van Royaums en tot schorsing van [D] als bestuurder van Royaums beëindigd.
1.5 Bij verzoekschrift met producties, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 2 december 2020, heeft mr. Welschen namens [A] en Royaums de Ondernemingskamer verzocht om de enquêteprocedure en de getroffen onmiddellijke voorziening te beëindigen.
1.6 Bij brief aan de Ondernemingskamer van 3 december 2020 heeft mr. Van Woudenberg de Ondernemingskamer onder meer bericht in te stemmen met het verzoek bedoeld onder 1.5.
1.7 Bij e-mail van 7 december 2020 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer mr. Coskun in de gelegenheid gesteld uiterlijk op 14 december 2020 te 14:00 uur te reageren op het verzoek bedoeld onder 1.5. De Ondernemingskamer heeft geen reactie van mr. Coskun ontvangen.
2 De feiten
2.1
De Ondernemingskamer verwijst naar de feiten die staan vermeld in de beschikking van 12 januari 2017. Deze feiten worden in het navolgende aangevuld.
2.2
Op 27 december 2016 heeft [E] (verder: [E] ) een verzoek tot faillietverklaring van Royaums ingediend bij de rechtbank Amsterdam. Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 januari 2017 is Royaums failliet verklaard. Royaums heeft zich bij verzoekschrift van 25 januari 2017 tegen de faillietverklaring verzet en hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 9 februari 2017 is het verzet gegrond verklaard en is het vonnis van 12 januari 2017 vernietigd. [E] is bij op 16 februari 2017 ter griffie van het gerechtshof Amsterdam ingekomen beroepschrift in hoger beroep gekomen van het vonnis van 9 februari 2017. Bij arrest van 21 maart 2017 is het hoger beroep verworpen. [E] heeft bij beroepschrift van 28 maart 2017 cassatie ingesteld tegen het arrest. [E] heeft het verzoek vervolgens weer ingetrokken.
2.3
Op 30 april 2020 heeft een aandeelhoudersvergadering van Royaums plaatsgevonden. Bij de vergadering zijn aanwezig [D] , mr. Van Woudenberg en mr. J.D.M. Schoonbrood, notaris te Amsterdam. [B] is niet verschenen. Mr. Schoonbrood heeft de notulen van de vergadering opgemaakt bij notariële akte. De akte vermeldt dat de aandeelhoudersvergadering onder meer heeft gestemd over het besluit tot splitsing in de zin van artikel 2:334a lid 2 juncto artikel 2:334 cc BW waarbij “(i) de vennootschap als splitsende vennootschap ter gelegenheid van die splitsing - Royaums B.V., een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, en [F] , een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, beiden te vestigen te Amsterdam, hierna respectievelijk aan te duiden als: de verkrijgende vennootschap I en de verkrijgende vennootschap II, welke vennootschappen hierna tezamen zullen worden aangeduid als: de verkrijgende vennootschappen, opricht, (ii) de verkrijgende vennootschappen ieder een deel van het vermogen van de vennootschap welke delen tezamen het gehele vermogen uitmaken onder algemene titel verkrijgen, (iii) [A] als aandeelhouder van de vennootschap enig aandeelhouder wordt van de verkrijgende vennootschap I en [B] als aandeelhouder van de vennootschap enig aandeelhouder wordt van de verkrijgende vennootschap II en (iv) de vennootschap als splitsende vennootschap ophoudt te bestaan”. Mr. Van Woudenberg (98 stemmen) en [A] (één stem) hebben voor het voorstel gestemd. De akte vermeldt dat het besluit tot splitsing is genomen conform het voorstel.
Dezelfde dag is een splitsingsakte ex artikel 2:334n BW ten overstaan van mr. Schoonbrood verleden en zijn Royaums B.V. (nieuw) en [F] opgericht. Enig aandeelhouder van Royaums B.V. (nieuw) is [A] en enig bestuurder is [D] . Enig aandeelhouder van [F] is [B] en enig bestuurder is [D] .
Artikel 2 van de akte van splitsing vermeldt:
“Ter voorbereiding van de splitsing is het navolgende verricht:
2.1
Door het bestuur van de splitsende vennootschap is een voorstel tot splitsing opgesteld als bedoeld in artikel 2:334f lid 1 Burgerlijk Wetboek welk voorstel tot splitsing op vijfentwintig maart tweeduizend twintig door de enige bestuurder van de splitsende vennootschap is ondertekend.
2.2
Het bestuur van de splitsende vennootschap heeft een schriftelijke toelichting als bedoeld in artikel 2:334g lid 1 juncto artikel 2:334cc Burgerlijk Wetboek opgesteld.
2.3
Het laatste boekjaar van de splitsende vennootschap waarover een jaarrekening is vastgesteld, is geëindigd op eenendertig december tweeduizend achttien. Aangezien het voorstel tot splitsing meer dan zes maanden na het verstrijken van het in de vorige zin bedoelde boekjaar, is neergelegd is met betrekking tot de splitsende vennootschap een tussentijdse vermogensopstelling als bedoeld in artikel 2:334g lid 2 Burgerlijk Wetboek opgesteld.
2.4
Het bestuur van de splitsende vennootschap heeft op dertig april tweeduizend twintig medegedeeld dat, onder andere, aan het bepaalde in artikel 2:334h lid 2 en artikel 2:334aa lid 6 Burgerlijk Wetboek is voldaan. De stukken, welke ingevolge die artikelen ten kantore van de splitsende vennootschap ter inzage hebben gelegen, zullen gedurende zes maanden na de totstandkoming van deze splitsing ten kantore van de verkrijgende vennootschappen ter inzage liggen voor de aandeelhouders, alsmede voor eventuele overige personen als bedoeld in artikel 2:334h lid 2 Burgerlijk Wetboek.
2.5
Op zesentwintig maart tweeduizend twintig zijn door de splitsende vennootschap het voorstel tot splitsing en de overige in artikel 2:334h lid 1 juncto artikel 2:334aa lid 1 en - artikel 2:334cc lid 1 sub c Burgerlijk Wetboek bedoelde stukken neergelegd ten kantore van het handelsregister.
2.6
Op zevenentwintig maart tweeduizend twintig heeft het bestuur van de splitsende vennootschap in het landelijk verspreide dagblad: Trouw aangekondigd, dat de sub 4 - en 5 bedoelde nederleggingen hebben plaatsgehad, met opgave van het handelsregister en met opgave van het adres van hat kantoor van de splitsende vennootschap.
2.7
Bij de splitsende vennootschap is geen ondernemingsraad ingesteld.
2.8
Op negenentwintig april tweeduizend twintig heeft het handelsregister schriftelijk bericht, dat het voorstel tot splitsing en de overige in artikel 2:334h lid 1 juncto artikel 2:334aa lid 1 en artikel 2:334cc lid 1 sub c Burgerlijk Wetboek Burgerlijk Wetboek bedoelde stukken sinds zesentwintig maart tweeduizend twintig bij het handelsregister ter inzage hebben gelegen.
2.9
De griffier van de rechtbank Amsterdam heeft op achtentwintig april tweeduizend twintig een verklaring afgegeven, waaruit blijkt dat geen wederpartijen bij een rechtsverhouding van de splitsende vennootschap in verzet zijn gekomen tegen het voorstel tot splitsing.
2.10
Na de ondertekening van het voorstel tot splitsing zijn het bestuur van de splitsende vennootschap geen belangrijke wijzigingen bekend geworden in de activa en passiva, die van belang zijn voor de mededelingen in het voorstel tot splitsing of in de toelichting daarbij.”
Pagina 38 van de akte vermeldt onder meer:
“Mr. Johannes Daniël Maria Schoonbrood, notaris te Amsterdam, verklaart dat hem is gebleken dat de vormvoorschriften in acht zijn genomen voor alle besluiten die Afdelingen 4 en 5, Titel 7, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de statuten van na te melden vennootschap voor het tot stand komen van de splitsing waarbij Royaums B.V., statutair gevestigd te Amsterdam, met adres: Nassaukade 364 H, 1054AB Amsterdam, nummer handelsregister 56618638 als splitsende vennootschap betrokken is vereisen, en dat voor het overige de daarvoor in Afdelingen 4 en 5, Titel 7, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en de in de statuten van gemelde - vennootschap gegeven voorschriften zijn nageleefd.”
2.4
Op 8 mei 2020 is Royaums uitgeschreven uit het handelsregister.
3. De gronden van de beslissing
3.1
In het verzoek bedoeld onder 1.5 heeft mr. Welschen onder meer het volgende naar voren gebracht.
- -
In de periode na de beschikking van de Ondernemingskamer van 12 januari 2017 heeft [C] - met behulp van stromannen, advocaten en gemachtigden - talloze procedures tegen Royaums gestart, waaronder de faillissementsprocedure (zie r.o. 2.2);
- -
In de boeken van Royaums is een vordering op [C] / [B] opgenomen vanwege onrechtmatigheden;
- -
In de loop van 2019 is het plan ontstaan om een splitsing ex artikel 2:334 cc BW door te voeren binnen Royaums, waarbij – kort samengevat – de vordering van Royaums op [C] zou worden toebedeeld aan [C] en al het overige aan [D] ;
- -
[D] heeft een splitsingsvoorstel opgesteld en heeft dit voorstel na het doorlopen van alle vereisten aan de aandeelhoudersvergadering van Royaums voorgelegd ter stemming;
- -
[C] en [B] hebben gedurende het gehele proces niet van zich laten horen;
- -
Met de splitsing zijn - kort gezegd - de vordering van Royaums op [C] en [B] overgegaan op een nieuw opgerichte vennootschap genaamd " [F] " met [B] als enig aandeelhouder. Al het overige van Royaums is overgaan op de andere nieuw opgerichte vennootschap met (vanwege commerciële redenen) opnieuw de naam Royaums B.V., met [A] als enig aandeelhouder.
- -
Op 30 april 2020 is de splitsing doorgevoerd en met de splitsing hield Royaums op te bestaan;
- -
Door middel van de splitsing zijn [D] en [C] van elkaar gescheiden. De splitsing is met het verstrijken van de termijn ex artikel 2:334u BW onaantastbaar;
- -
Voorafgaand aan de splitsing heeft Royaums aan mr. Welschen verzocht om na het verstrijken van de termijn bedoeld onder artikel 2:334u BW de Ondernemingskamer te verzoeken de enquêteprocedure te beëindigen;
- -
Eddouane Holding, thans aandeelhouder van Royaums B.V. (nieuw), wil ook graag dat de enquêteprocedure eindigt.
3.2
Mr. Van Woudenberg heeft in haar brief van 2 december 2020 aan de Ondernemingskamer bericht het verzoek van mr. Welschen bedoeld onder 1.5 te ondersteunen. De brief vermeldt onder meer:
“Van indirect aandeelhouder en (voormalig) bestuurder [C] is gedurende al die tijd dat ik als beheerder van aandelen ben opgetreden nooit iets vernomen, ondanks uitnodigingen voor een gesprek, uitnodigingen voor aandeelhoudersvergaderingen etcetera. Met enige regelmaat werden de uitnodigingen aan het adres van [B] onbesteld retour gezonden. Via de advocaat van [C] , mr. Coskun, die alle uitnodigingen ook kreeg, heb ik naar aanleiding daarvan ook nooit enige reactie ontvangen. Onduidelijk is waar [C] zich bevond en bevindt. Ik heb [C] alleen begin 2017 één keer ontmoet bij een zitting waarbij het erom ging of het faillissement van Royaums al dan niet terecht was uitgesproken. Tijdens die ontmoeting is het mij niet gelukt met [C] tot enig gesprek te komen (ik heb hem de hand proberen te schudden, maar ook daar was hij nauwelijks toe bereid) en dus ook niet om een afspraak te maken.
Het is dus ook onmogelijk gebleken om te komen tot gesprekken tussen de aandeelhouders van Royaums. [C] was op geen enkele manier bereikbaar. Door middel van dergelijke gesprekken had een schikking kunnen worden beproefd waarmee mogelijk ook een oplossing voor Royaums en de governance binnen de onderneming had kunnen worden bereikt.
Om toch tot een oplossing te komen voor de situatie waarin Royaums zich bevond, is in 2019 door het bestuur van Royaums onderzocht of een splitsing van de onderneming tot de mogelijkheden zou behoren. Dit bleek mogelijk door de vordering van Royaums op [B]
vanwege de onrechtmatige onttrekkingen aan [B] (Nieuw) toe te delen (het ging in feite dus om het totaalbedrag van de vorderingen van Royaums op de partijen aan wie door [C] ten onrechte grote bedragen waren overgemaakt) en de overige activa van de onderneming aan [A] .
De procedure om tot een splitsing te komen is vervolgens in gang gezet. De (concept)stukken in het kader van de splitsing zijn vanzelfsprekend ook toegestuurd aan [C] ; ook in het vervolg van de procedure zijn alle formaliteiten in acht genomen, waaronder publicatie in dagblad Trouw.
[C] heeft op geen enkel moment van zich laten horen. De splitsing is op 8 mei 2020 geëffectueerd. Inmiddels is er geen mogelijkheid meer voor [C] om zich alsnog tegen de splitsing te verzetten.
Nu er door de splitsing geen aandelen Royaums meer zijn, zijn daarmee ook mijn taken als tijdelijk beheerder van aandelen tot een einde gekomen. Ter voorkoming van misverstanden: één van de vennootschappen die uit de splitsing van Royaums B.V. is voortgekomen heet ook Royaums B.V., maar dit is een nieuwe onderneming en dus niet het 'oude' Royaums dat in de procedure bij de Ondernemingskamer is betrokken.
Ik meen dan ook dat de procedure bij de Ondernemingskamer moet eindigen, nu daarmee geen doel meer kan worden gediend.”
3.3
De Ondernemingskamer overweegt als volgt.
3.4
Nu mr. Welschen namens [A] en Royaums de Ondernemingskamer heeft verzocht om de enquêteprocedure te beëindigen en mr. Van Woudenberg dit verzoek ondersteunt en hiertegen geen bezwaren zijn ontvangen, de Ondernemingskamer gebleken is dat als gevolg van een splitsing Royaums inmiddels is opgehouden te bestaan en de Ondernemingskamer niet is gebleken van enig belang dat zich verzet tegen beëindiging van de procedure, zal de Ondernemingskamer het bij de beschikking van 11 november 2016 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorzieningen beëindigen, een en ander met ingang van heden.
4. De beslissing
De Ondernemingskamer:
beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 11 november 2016 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Royaums B.V.;
beëindigt met onmiddellijke ingang de bij de beschikking van 11 november 2016 getroffen onmiddellijke voorzieningen, voor zover deze niet beëindigd zijn bij beschikking van 12 januari 2017;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. V.G. Molenaar, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 4 januari 2021.
Uitspraak 14‑12‑2016
Inhoudsindicatie
OK; Enquête; ontheffing van de door de OK benoemde bestuurder op eigen verzoek; art. 2:349a lid 2 BW.
Partij(en)
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.201.244/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 14 december 2016
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROYAUMS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTERS,
advocaat: mr. T. Steffens en mr. T. Welschen, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROYAUMS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] ,
gevestigd te [....] ,
2. [C],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam.
1. Het verloop van het geding
1.1 In het vervolg zullen de hierna te vermelden personen als volgt worden aangeduid:
verzoekster sub 1 als [A] ;
verzoekster sub 2, tevens verweerster, als Royaums;
belanghebbende sub 1 als [B] ;
belanghebbende sub 2 als [C] ;
[D] als [D] .
1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 11 en 15 november 2016 in deze zaak. Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - bij wijze van onmiddellijke voorziening, vooralsnog voor de duur van het geding, [D] en [C] als bestuurders van Royaums geschorst, mr. J.G. Molenaar tot bestuurder van Royaums benoemd en bepaald dat de aandelen in het kapitaal van Royaums - met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders - ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. J.H. van Woudenberg.
1.3 Bij brief van 29 november 2016 heeft mr. Molenaar de Ondernemingskamer verzocht om te worden ontheven uit de functie van bestuurder van Royaums.
1.4 Bij brief van 30 november 2016 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over dat verzoek.
1.5 Bij brief (met bijlagen) van 2 december 2016 heeft mr. Welschen namens [A] verzocht om de bij wijze van onmiddellijke voorziening uitgesproken schorsing van [D] te beëindigen.
1.6 Bij brief (met bijlagen) van 6 december 2016 heeft mr. Coskun namens [C] verzocht om- naar de Ondernemingskamer begrijpt - de schorsing van [C] te beëindigen, dan wel de getroffen onmiddellijke voorziening ten aanzien van het bestuur te beëindigen.
2. De gronden van de beslissing
2.1
De door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder heeft aan zijn verzoek onder meer ten grondslag gelegd dat hij zijn bestuurstaak niet kan vervullen nu Royaums thans geen bedrijfsmiddelen heeft om haar activiteiten voort te zetten of haar schuldeisers te voldoen, nagenoeg de gehele administratie uit het kantoorpand van Royaums is verwijderd, en noch [D] (Holding) noch [C] (Holding) in staat is zekerheid te stellen voor de kosten van de bestuurder.
2.2
De Ondernemingskamer zal mr. Molenaar ontheffen uit diens functie van bestuurder, reeds omdat hij daarom in zijn brief van 29 november 2016 heeft verzocht.
2.3
Gelet op de toelichting van het verzoek van mr. Molenaar en de reacties daarop van partijen, zal de Ondernemingskamer partijen en de beheerder van aandelen in de gelegenheid stellen zich schriftelijk uit te laten over de al dan niet voortzetting, praktische uitvoerbaarheid en financiering van de getroffen onmiddellijke voorzieningen.
2.4
Voorts zal de Ondernemingskamer, afhankelijk van de inhoud van deze reacties een mondelinge behandeling gelasten op donderdag 12 januari a.s. te 9:30 uur ter gelegenheid waarvan de onder 1.5 en 1.6 weergegeven verzoeken zullen worden behandeld.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
ontheft mr. J.G. Molenaar te Amsterdam uit de functie van bestuurder van Royaums, zoals bedoeld in de beschikking van 11 november 2016;
stelt partijen in de gelegenheid zich uiterlijk op dinsdag 3 januari 2017 te 16:00 uur schriftelijk uit te laten als bedoeld in 2.3 hiervoor;
houdt iedere verdere beslissing aan;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Faber, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. P.G. Boumeester en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en in het openbaar uitgesproken doormr. Broekhuijsen-Molenaar op 14 december 2016.
Uitspraak 15‑11‑2016
Inhoudsindicatie
OK; Enquête; aanwijzing bestuurder en beheerder van aandelen; art. 2:349a lid 2 BW.
Partij(en)
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.201.244/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 15 november 2016
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROYAUMS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTERS,
advocaat: mr. T. Steffens en mr. T. Welschen, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROYAUMS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] ,
gevestigd te [....] ,
2. [C],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam.
1. Het verloop van het geding
1.1 In het vervolg zullen de hierna te vermelden personen als volgt worden aangeduid:
verzoekster sub 2, tevens verweerster, als Royaums;
belanghebbende sub 2 als [C] ;
[D] als [D] .
1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking van 11 november 2016 in deze zaak.
1.3 Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - bij wijze van onmiddellijke voorziening, vooralsnog voor de duur van het geding, [D] en [C] als bestuurders van Royaums geschorst, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot bestuurder van Royaums benoemd en bepaald dat de aandelen in het kapitaal van Royaums - met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders - ten titel van beheer zijn overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon.
2. De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden personen aanwijzen als bestuurder respectievelijk als beheerder van aandelen, een en ander zoals bedoeld in de beschikking van 11 november 2016.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
wijst aan als bestuurder van Royaums, zoals bedoeld in de beschikking van 11 november 2016 in deze zaak: mr. J.G. Molenaar te Amsterdam;
wijst aan als beheerder van aandelen, zoals bedoeld in de beschikking van 11 november 2016 in deze zaak: mr. J.G. van Woudenberg te Amsterdam;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Faber, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. P.G. Boumeester en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. Wolfs op 15 november 2016.
Uitspraak 11‑11‑2016
Partij(en)
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.201.244/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 11 november 2016
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROYAUMS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTERS,
advocaat: mr. T. Steffens en mr. T. Welschen, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROYAUMS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] ,
gevestigd te [....] ,
2. [C],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam.
1. Het verloop van het geding
1.1 In het vervolg zullen de hierna te vermelden personen als volgt worden aangeduid:
verzoekster sub 1 als [A] ;
[D] als [D] ;
verzoekster sub 2, tevens verweerster, als Royaums of de vennootschap;
belanghebbende sub 1 als [B] ;
belanghebbende sub 2 als [C] ;
[C] en [B] tezamen als [B] c.s.
1.2 [A] en Royaums hebben bij verzoekschrift met producties, ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen op 14 oktober 2016, de Ondernemingskamer verzocht - zakelijk weergegeven - bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Royaums, en bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding:
[C] als bestuurder van Royaums te schorsen en te bepalen dat [C] en/of [B] gedurende de schorsing geen recht hebben op enige managementvergoeding;
de door [B] in Royaums gehouden aandelen ten titel van beheer aan een derde over te dragen;
te bevelen dat [C] en/of [B] zich onthouden van activiteiten die concurreren met die van Royaums, op straffe van een in het verzoekschrift nader omschreven dwangsom;
zodanige onmiddellijke voorzieningen te treffen als de Ondernemingskamer geraden acht;
met veroordeling van [B] c.s. in de kosten van het geding.
1.3 [B] c.s. en Royaums hebben bij verweerschrift, tevens houdende voorwaardelijk tegenverzoek, met producties, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 19 oktober 2016, geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van verzoeksters althans afwijzing van hun verzoek met veroordeling van [A] in de kosten van het geding. Voor het geval de Ondernemingskamer een onderzoek beveelt hebben [B] en Royaums bij wijze van tegenverzoek de Ondernemingskamer verzocht om, zakelijk weergegeven, bij beschikking, voor zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding
primair [D] als bestuurder van Royaums te schorsen en te bepalen dat [D] en/of [A] gedurende de schorsing geen recht hebben op enige managementvergoeding, subsidiair [D] en [C] als bestuurders van Royaums te schorsen en een onafhankelijke bestuurder te benoemen;
primair de door [A] , subsidiair de door [A] en [B] , in Royaums gehouden aandelen ten titel van beheer aan een onafhankelijke derde over te dragen;
te bevelen dat [D] , [A] en de werknemers die onder haar controle staan zich onthouden van activiteiten die concurreren met die van Royaums, op straffe van een in het tegenverzoek nader omschreven dwangsom;
zodanige onmiddellijke voorzieningen te treffen als de Ondernemingskamer geraden acht;
met veroordeling van [D] en [A] in de kosten van het tegenverzoek.
1.4 Het verzoek strekkende tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 20 oktober 2016. Bij die gelegenheid hebben mr. Welschen en mr. Coskun de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht, wat mr. Welschen betreft aan de hand van - aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde - aantekeningen. Mr. Welschen heeft een bij brief van 19 oktober 2016 geuit bezwaar tegen het overleggen van producties bij het verweerschrift laten varen. Partijen hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord.
2 De feiten
2.1
Royaums is op 6 december 2012 opgericht. Zij drijft een onderneming die zich bezig houdt met het ontwerpen, doen produceren en verhandelen van schoenen, tassen en riemen.
2.2
Bij de oprichting van Royaums zijn [D] en [C] , ieder voor 50% van het geplaatste kapitaal, aandeelhouder van Royaums geworden. Op 19 februari 2015 zijn die aandelen ingebracht in en overgedragen aan de toen opgerichte vennootschap Royaums Holding B.V. (hierna: Royaums Holding).
2.3
In artikel 6.2 lid 9 van de statuten van Royaums is onder meer het volgende bepaald:
“verplichte aanbieding
De betreffende aandelen moeten verder aan de overige aandeelhouders worden aangeboden:
(…)
b. bij overgang door boedelmenging op grond van huwelijksvermogensrecht of partnerschapsvermogensrecht, tenzij de oorspronkelijke aandeelhouder de rechten verbonden aan de aandelen als enige uitoefent, (…)”.
En verderop in artikel 6.2 lid 10 van die statuten:
“verzuim
a. Zolang de aanbieder zijn verplichtingen tot aanbieding of overdracht niet nakomt, wordt zijn stemrecht (…) opgeschort. (…)”
2.4
Sinds de oprichting van Royaums zijn [D] en [C] de bestuurders van Royaums en is ieder van hen bevoegd Royaums zelfstandig te vertegenwoordigen.
2.5
[D] is enig bestuurder en enig aandeelhouder van [A] . [C] is enig bestuurder en enig aandeelhouder van [B] . [D] en [C] zijn neven van elkaar.
2.6
[C] houdt zich binnen Royaums vooral bezig met design en online marketing (waaronder social media en up-to-date houden van de website), terwijl [D] zich binnen de vennootschap met name bezighoudt met financiën, administratie en personeelszaken, inkoop en marketing.
2.7
Op 5 februari 2016 heeft [C] de eenmanszaak Qifesh opgericht. Deze onderneming houdt zich bezig met groothandel in modeartikelen en het laten ontwerpen, produceren en verkopen van fashion.
2.8
Bij brief van 25 februari 2016 heeft Rabobank Amsterdam aan Royaums Holding bericht de bancaire relatie met Royaums Holding en Royaums te beëindigen “om redenen die aan de heer [C] zijn meegedeeld en die wij, vanuit privacy overwegingen ten aanzien van de heer [C] , niet nader benoemen.”
2.9
Op enig moment is de persoonlijke verhouding tussen [D] en [C] verslechterd. In onderling overleg hebben zij besloten om een waarderingsdeskundige in te schakelen teneinde tot een waardering van de aandelen in Royaums te komen aan de hand waarvan kon worden onderzocht of en hoe [D] en [C] hun belangen kunnen ontvlechten. Dit heeft geresulteerd in een door [E] , verbonden aan de onderneming “Overname expert”, uitgevoerde waardering van de aandelen Royaums, gedateerd 28 juni 2016.
2.10
Op 3 augustus 2016 is Royaums Holding, bij wijze van zuivere splitsing, opgegaan in twee verkrijgende vennootschappen, te weten de toen opgerichte vennootschappen [A] en [B] . Sindsdien houden [A] en [B] elk 50% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van Royaums.
2.11
In een e-mail van 13 september 2016 heeft [D] aan [C] onder meer het volgende geschreven:
“Ik wil even begrijpen wat jou[w] plannen zijn met de zaak? Op 3 augustus 2016 hebben we voor het laatst gezeten om de plannen te bespreken, de volgende dag ben je op vakantie gegaan. Je zou 2 weken weg zijn maar inmiddels is het 3 weken geworden zonder overleg! Je zou ondanks dat je weg bent al jou[w] taken blijven uitvoeren/opvolgen, maar helaas is dat ook niet gebeurd……. Social media ligt al weken stil en er is naar mijn weten geen oplossing gevonden hiervoor. Je bent al weken niet meer op kantoor geweest/aanwezig en ook geen terugkoppeling aan mij gegeven met je plannen.”
2.12
Op 14 september 2016 heeft [D] bewerkstelligd dat [C] niet langer toegang had tot internetbankieren.
2.13
Bij e-mail van 17 september 2016 heeft [C] aan [D] onder meer het volgende laten weten:
“Je hebt mij op 13 september een mail gestuurd. Deze mail en de ontwikkelingen van gisteren zijn voor mij reden om je mail te beantwoorden. Gisteren kwam ik er achter dat je mijn bevoegdheden bij de bank hebt geblokkeerd. (…) Ik kan niet langer internetbankieren. Hoe haal je dit in je hoofd. Je bent hiermee te ver gegaan. Jij (…) probeert steeds de zaak verder te laten escaleren. In mijn ogen zie jij totaal niet in dat jouw handelingen niet goed zijn voor het bedrijf. Graag spreek ik met je af op (…) 27 september (…) om dit alles te bespreken. (…) Ook geef ik aan dat ik onder deze omstandigheden mijn aandelen niet zal verkopen of jouw aandelen zal kopen. (…)”
2.14
Daarop heeft [D] bij e-mail van 19 september 2016 aan [C] onder meer als volgt gereageerd:
“(…) Je bent alleen bezig met andere zaken en voor ROYAUMS doe je nauwelijks iets, en dit was natuurlijk niet de afspraak. Dat je terugkomt op de afspraak die gemaakt is door ons op 29 juni jl. waarbij je mijn aandelen zou kopen is uiteraard ook niet correct (…).”
2.15
Bij e-mail van 23 september 2016 heeft [C] daarop gereageerd:
“(…) Dat je jouw aandelen aan mij hebt aangeboden is onjuist, dat jij deze graag aan mij wil verkopen onder dwang omdat het niet goed zou gaan tussen ons, is de waarheid. (…).”
2.16
Bij brief van 29 september 2016 heeft [C] namens [B] [A] opgeroepen voor een algemene vergadering van aandeelhouders van Royaums op 10 oktober 2016 met als enig agendapunt het ontslag van [D] als bestuurder van Royaums.
2.17
Op de algemene vergadering van aandeelhouders van 10 oktober 2016 heeft [B] voor het ontslag van [D] gestemd, en [A] tegen. Die zelfde dag heeft [C] [D] uit het handelsregister laten uitschrijven als bestuurder van Royaums.
2.18
In een e-mail van 11 oktober 2016 van de Chinese fabrikant (door partijen de heer [H] genoemd) van producten voor Royaums aan [G] , productiemanager bij Royaums (hierna: [G] ), staat onder meer het volgende:
“I don’t know what is going on now, you told me you will send all the SS17 orders 2 weeks ago, but I still didn’t get the total order. (…) We only made 190 pairs shoes last month. Some Korean order, some fat Wu order, some Cero Nine samples some Qifesh samples. No Royaums at all. (…) I am serious, don’t push me finishing the order on time if you guys keep wasting time like this.”
2.19
Met ingang van 12 oktober 2016 is de onderneming van Qifesh opgeheven.
2.20
Bij e-mail van 13 oktober 2016 heeft [C] aan [F] (hierna: [F] ), medewerker van 2HelpU, het administratiekantoor dat in opdracht van Royaums haar salarisadministratie en andere boekhoudkundige werkzaamheden verricht(te), laten weten:
“Bijgaand stuur ik jullie een nieuwe KVK uittreksel na wijziging van het bestuur. Ik verzoek jullie nadrukkelijk geen informatie te delen met oud-werknemers die hiertoe niet bevoegd zijn.”
2.21
In een daaropvolgende e-mail van diezelfde middag van [F] aan [C] staat onder meer:
“Ik heb van je zus (…) begrepen dat je de administratie ergens anders wilt onderbrengen. Om alles op een juiste manier af te kunnen sluiten ontvangen wij graag van jou een schriftelijke bevestiging waarin je aangeeft per wanneer je bij ons stopt. Laat ook even weten wanneer we de salarisadministratie stop moeten zetten. (…).”
2.22
Royaums had ten tijde van de terechtzitting een bedrag van circa € 450.000 aan liquide middelen.
3. De gronden van de beslissing
3.1
Nu namens Royaums zowel, samen met [A] , een verzoekschrift als, samen met [B] c.s., een verweerschrift is ingediend, zal de Ondernemingskamer ter bevordering van de leesbaarheid van deze beschikking bij de weergave van stellingen en standpunten verzoeksters aanduiden met [A] en verweerster en belanghebbenden met [B] c.s.
3.2
Ter toelichting op het verzoek heeft [A] het volgende aangevoerd. [C] heeft zich sinds februari 2016 steeds minder ingezet voor Royaums. Dat moment valt ongeveer samen met de oprichting door [C] van Qifesh, dat zich blijkens het uittreksel uit het handelsregister richt op “ontwerpen, laten produceren en verkopen van fashion”. Met die onderneming treedt [C] in concurrentie met Royaums. [C] heeft in dit verband voorts het relatienetwerk en de knowhow van Royaums aangewend voor de activiteiten van Qifesh. Terwijl de productie door [H] voor Royaums in gevaar komt vanwege het uitblijven van door [C] te ontwerpen designs, heeft [C] wel een (proef)order geplaatst bij [H] voor de productie van schoenen voor Qifesh. Met ingang van augustus 2016 heeft [C] elke inspanning voor Royaums gestaakt. Naamsbekendheid is belangrijk voor Royaums; die is ondermijnd door gebrek aan activiteit van [C] op social media.
Door toedoen van [C] heeft de Rabobank de relatie met Royaums beëindigd. Na escalatie van het conflict heeft [C] in strijd met wet en statuten maatregelen getroffen die de positie van [D] als bestuurder en het belang van Royaums schaden. Zo heeft hij gepoogd [D] als bestuurder te ontslaan, heeft hij [D] uitgeschreven uit het handelsregister, zijn telefoon en e-mailaccount laten blokkeren, de sloten van de bedrijfsruimte van Royaums laten vervangen, de relatie met het administratiekantoor beëindigd, en twee voor de onderneming cruciale medewerkers, te weten [G] en [I] (broer van [D] ) op non-actief gesteld. De vrees bestaat dat [C] gelden zal onttrekken aan Royaums, aldus [A] . Op het verwijt van [C] dat [D] met werknemers van Royaums in april 2016 in het geheim is begonnen met twee nieuwe kledinglijnen onder de namen Monde Elite en Naughty by Jungle heeft [A] aangevoerd dat Monde Elite slechts een instagramaccount is zonder achterliggend businessmodel, CeroNine het eigen merk van [H] is en laatstgenoemde met [D] heeft gesproken over mogelijkheden de Nederlandse markt te betreden. De bedoeling is dat Naughty by Jungle een modemerk zal worden, maar niet in concurrentie met Royaums, omdat Naughty by Jungle zich uitsluitend zal richten op de verkoop van petjes; er zijn geen werknemers ingezet voor een van die merken tijdens werktijd die zij aan Royaums hadden moeten besteden, aldus [A] .
3.3
[B] c.s. hebben - samengevat - het volgende aangevoerd.
- [D] heeft sinds het najaar van 2015 alles in het werk gesteld om [C] tegen te werken, te isoleren en buiten spel te zetten. [D] heeft zich in dat verband binnen Royaums omringd met vertrouwelingen, te weten [G] (kennis van de heer [D] ), [I] en [K] (zus van [D] ). Ten bewijze van dit een en ander heeft [C] verwezen naar een groot aantal door hem overgelegde Whatsapp-berichten tussen [D] en diens “vertrouwelingen”.
- [C] heeft [D] reeds in december 2015 op de hoogte gesteld van zijn voornemen tot oprichting van Qifesh. Destijds heeft [D] daartegen geen bezwaar gemaakt. [C] betwist dat de activiteiten van Qifesh concurrerend zijn aan die van Royaums. De mail van 11 oktober 2016 van [H] aan [G] (zie hierboven onder 2.18) is opgesteld in opdracht van [D] . Op 12 oktober 2016 heeft [C] de registratie in het handelsregister met betrekking tot Qifesh teruggetrokken.
- Met betrekking tot beëindiging van de bankrelatie door de Rabobank hebben [B] c.s. aangevoerd dat zij die relatie daarvoor al zelf wilden beëindigen vanwege de onheuse behandeling van [C] door de Rabobank.
- [B] c.s. betwisten dat [C] niet beschikbaar zou zijn voor Royaums. Bovendien doen [D] en diens vertrouwelingen er alles aan om [C] buiten de deur te houden, gezien de Whatsapp-berichten.
- [D] heeft [C] op het verkeerde been gezet; [D] heeft in 2013 huwelijkse voorwaarden laten opstellen en is daarna in alle stilte gescheiden. Indien [C] hiervan op de hoogte zou zijn geweest, dan zou [C] nimmer hebben ingestemd met de inbreng in Royaums Holding en de splitsing die daarop heeft plaatsgevonden. [A] had op één van beide momenten [C] moeten informeren over beide gebeurtenissen en zijn aandelen vanwege die gebeurtenissen op grond van artikel 6.2 lid 9 van de statuten van Royaums moeten aanbieden.
- [C] heeft niet verkeerd gehandeld door over te gaan tot ontslag van [D] als bestuurder van Royaums. De door [C] verrichte acties na het ontslag van [D] waren in het belang van Royaums. Uit de overgelegde Whatsapp-berichten blijkt volgens [B] c.s. dat [D] en medewerkers [C] belachelijk maken, frauduleuze handelingen verrichten en dat het administratiekantoor samen met [D] optrekt. Voorts is [D] arbeidsongeschikt, kan hij zijn werkzaamheden als bestuurder niet uitoefenen en disfunctioneert hij ook overigens als bestuurder. Het is aan [D] te wijten dat activiteit op social media is vertraagd.
- [C] verwijt [D] voorts dat hij met werknemers van Royaums in april 2016 in het geheim is begonnen met twee nieuwe kledinglijnen onder de namen Monde Elite en Naughty by Jungle, waarbij de relaties van Royaums worden ingezet om samen met [H] in China deze merken gestalte te geven. Nog een andere modelijn, CeroNine, heeft [D] buiten medeweten van [C] met [H] opgezet. Facturen daarvan worden ten onrechte in rekening gebracht bij Royaums.
3.4
De Ondernemingskamer stelt voorop dat zij slechts onmiddellijke voorzieningen voorafgaand aan een beslissing op het enquêteverzoek kan treffen, indien er naar haar voorlopig oordeel gegronde redenen zijn om aan een juist beleid en juiste gang van zaken te twijfelen.
3.5
Allereerst is de vraag aan de orde of sprake is van een impasse in het bestuur van Royaums. [B] c.s. menen van niet, omdat volgens hen op de algemene vergadering van aandeelhouders van 10 oktober 2016 een rechtsgeldig besluit tot ontslag van [D] als bestuurder van Royaums is genomen, als gevolg waarvan [C] thans enig bestuurder is. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer gaat die stelling niet op. [B] c.s. hebben niet betwist dat [A] aandeelhouder is van Royaums. Niet valt in te zien hoe de opstelling van huwelijkse voorwaarden in 2013 tussen [D] en zijn toenmalige echtgenote, alsmede de scheiding van [D] van diens echtgenote in 2015 ten aanzien van [A] valt te kwalificeren als “overgang door boedelmenging op grond van huwelijksvermogensrecht” op grond waarvan een aanbiedingsplicht (en daarmee opschorting van stemrecht) ontstaat. Dit standpunt is in rechte niet houdbaar. De Ondernemingskamer gaat er derhalve bij haar verdere beoordeling van het verzoek van uit dat [D] stemgerechtigd was en van een rechtsgeldig ontslagbesluit daarom geen sprake is, nu [D] op de algemene vergadering tegen het voorstel tot ontslag heeft gestemd. De besluitvorming tijdens deze algemene vergadering van aandeelhouders, gevolgd door het uitschrijven van [D] als bestuurder van de vennootschap, vormen een gegronde reden voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van de vennootschap.
3.6
Voorts zijn er vraagtekens te stellen bij de achterliggende redenen van het beëindigen door Rabobank van de bankrelatie met Royaums. Ter terechtzitting heeft [C] hierover geen duidelijkheid willen verschaffen.
3.7
Dat de verhoudingen tussen [D] en [C] ernstig zijn verstoord en dat die verhoudingen zich kenmerken door een groot wantrouwen over en weer blijkt uit de hierboven weergegeven feiten en omstandigheden en uit de standpunten van partijen, waarin zij elkaar over en weer tal van verwijten maken. Hierdoor doet zich, gelet op de stemverhoudingen een impasse voor in zowel het bestuur als de algemene vergadering van aandeelhouders. Voorzienbaar is dat deze impasse de onderneming van Royaums ernstig zal schaden, zo niet haar continuïteit in gevaar zal brengen. Immers, uit de opmerkingen van partijen ter zitting daarover valt af te leiden dat hooguit enkele weken resteren om ten behoeve van de voorjaarscollectie 2017 alle ontwerpen gereed te hebben en de productie in China te kunnen laten aanvangen. Zolang de impasse voortduurt, bestaat het risico dat de daarvoor noodzakelijke besluitvorming niet van de grond komt. Is die voorjaarscollectie niet of niet tijdig gereed dan zal dat - naar ter zitting van de zijde van [D] onweersproken is gesteld - leiden tot wanprestatie van Royaums jegens haar afnemers, met alle gevolgen van dien.
3.8
Naar het voorlopig oordeel van de Ondernemingskamer volgt uit de voorgaande overwegingen eveneens dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en juiste gang van zaken.
3.9
Door [C] op de overgelegde Whatsapp-berichten gebaseerde aantijgingen jegens [D] en/of medewerkers van Royaums, onder meer met betrekking tot (pogingen tot) fiscale fraude, de verkoop van schoenen van Royaums buiten de boeken van Royaums om en het opstellen van spookfacturen, acht de Ondernemingskamer onvoldoende toegelicht. Evenmin is de Ondernemingskamer uit de overgelegde Whatsapp-berichten gebleken dat het administratiekantoor “onder één hoedje speelt” met [D] . Ook deze stelling is blijven steken in een insinuatie.
3.10
Ter doorbreking van de impasse acht de Ondernemingskamer het noodzakelijk bij wijze van onmiddellijke voorziening een onafhankelijke bestuurder te benoemen en aandelen ten titel van beheer over te dragen aan een onafhankelijke beheerder van aandelen.
3.11
Voorts kan het in het belang van Royaums niet langer bestaan dat de neven gezamenlijk als bestuurders actief zijn. Ter toelichting daarvan geldt het volgende.
3.12
[D] en [C] dulden elkaar niet langer als medebestuurder. De Ondernemingskamer wijst in dit verband op het feit dat enerzijds [D] de toegang van [C] tot de bankzaken van Royaums heeft geblokkeerd en anderzijds [C] heeft gepoogd [D] als bestuurder van Royaums te ontslaan, en hem vervolgens als bestuurder uit het handelsregister heeft uitgeschreven en de toegang tot zijn zakelijke telefoon en e-mail en tot de bedrijfsruimte heeft belemmerd. Daarnaast kan uit de grote hoeveelheid door [B] c.s. in het geding gebrachte Whatsapp-berichten tussen [D] en medewerkers van Royaums worden afgeleid, dat [D] weinig verwachtingen heeft van een samenwerking met [C] . De ontwikkeling van nieuwe merken door beide bestuurders buiten Royaums om wekt voorts de indruk dat zowel [C] als [D] sinds enige tijd de intentie hebben zich te richten op het benutten van commerciële kansen buiten hun onderlinge samenwerkingsverband in Royaums. Daarbij is thans niet vast te stellen - partijen hebben een op vele punten van elkaar afwijkende lezing van de gebeurtenissen gegeven - en ook niet van belang, of en in welke mate die activiteiten tot op heden daadwerkelijk zijn uitgevoerd, of en in welke mate zij met Royaums concurreren, welke rol [C] respectievelijk [D] daarin speelt, en of en wanneer precies de ander op de hoogte is gesteld van die (voorgenomen) activiteiten. Waar het thans om gaat is dat die gang van zaken de teloorgang van hun samenwerking en de gebrekkige communicatie tussen hen beiden onderstreept. Dit een en ander schaadt de belangen van Royaums.
3.13
Gelet op hetgeen is overwogen in 3.12 hiervoor acht de Ondernemingskamer het noodzakelijk om bij wijze van onmiddellijke voorziening voor de duur van het geding in verband met de toestand van Royaums en de met haar verbonden onderneming [D] en [C] te schorsen als bestuurders van Royaums en te bepalen dat zij gedurende hun schorsing geen recht hebben op enige managementvergoeding. Vanzelfsprekend is het aan de te benoemen bestuurder overgelaten om te bepalen of en door wie hij zich bij de uitoefening van zijn werkzaamheden laat bijstaan. In dat kader kan de bestuurder (ook) een beroep doen op [D] en/of [C] tegen een door hem te bepalen vergoeding. De te benoemen bestuurder mag het bovendien tot zijn taak rekenen een minnelijke regeling tussen partijen te beproeven.
3.14
De Ondernemingskamer zal gelet op het voorgaande en ter doorbreking van de impasse in de algemene vergadering, bij wijze van onmiddellijke voorziening bepalen dat alle aandelen in het geplaatste kapitaal van Royaums, met uitzondering van één door [A] en één door [B] gehouden aandeel in Royaums, ten titel van beheer zullen zijn overgedragen.
3.15
Voor het treffen van meer of andere voorzieningen ziet de Ondernemingskamer thans geen aanleiding.
4. De beslissing
De Ondernemingskamer:
schorst bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding [D] en [C] als bestuurders van Royaums, en bepaalt dat zij gedurende hun schorsing geen recht hebben op enige managementvergoeding, behoudens voor zover de hierna te benoemen bestuurder anders beslist (zie rechtsoverweging 3.13);
benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot bestuurder van Royaums;
bepaalt bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding dat alle aandelen in het geplaatste kapitaal van Royaums, met uitzondering van één door [A] en één door [B] gehouden aandeel in Royaums, ten titel van beheer met ingang van heden zijn overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon;
bepaalt dat het salaris en de kosten van de bestuurder en van de beheerder van aandelen ten laste komen van Royaums en bepaalt dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de bestuurder respectievelijk beheerder van aandelen zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van hun werkzaamheden;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de meer of anders verzochte onmiddellijke voorzieningen af;
houdt de behandeling van het enquêteverzoek tot op eerste verzoek van (een van) partijen aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Faber, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. P.G. Boumeester en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 11 november 2016.