De fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties
Einde inhoudsopgave
De fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties (FM nr. 182) 2024/3.2:3.2 Verklaring van de begrippen
De fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties (FM nr. 182) 2024/3.2
3.2 Verklaring van de begrippen
Documentgegevens:
M.M.F.J. van Bakel, datum 15-06-2024
- Datum
15-06-2024
- Auteur
M.M.F.J. van Bakel
- JCDI
JCDI:ADS975750:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
“met elkaar, met verenigde krachten werken, gemeenschappelijk aan eenzelfde taak werken”1
Bovenstaand citaat is de betekenis die Van Dale aan het werkwoord ‘samenwerken’ geeft. De opsomming laat meteen duidelijk zien welke elementen bij een samenwerking de boventoon voeren, namelijk op elkaar afgestemde activiteiten van twee of meer actoren teneinde een gezamenlijk doel te bereiken of een gemeenschappelijke taak te realiseren. Samenwerking betreft al het gedrag van personen in de deelnemende organisaties dat relevant is of kan zijn voor het bereiken van een gezamenlijk doel of ambitie.2 Kaats & Opheij definiëren samenwerken als een context waar twee of meer organisaties duurzame afspraken maken en werk op elkaar afstemmen.3 Aan de hand van de verschillende beschrijvingen die ik in de diverse (met name sociaal-wetenschappelijke) onderzoeken ben tegengekomen, heb ik één definitie geformuleerd van het begrip samenwerking, welke centraal staat in dit onderzoek:
Samenwerking betreft het uitvoeren van een activiteit tussen ten minste twee onafhankelijke partijen, waarbij op basis van een duurzame onderlinge verhouding een gemeenschappelijke doelstelling wordt nagestreefd, deelnemers samen de omvang en inhoud van het project bepalen en gezamenlijk wordt bijgedragen aan de tenuitvoerlegging van het project.
Uit de definitie van samenwerking komt als belangrijk kenmerk naar voren dat alle betrokkenen in de samenwerking zorgen voor een optimale afstemming tussen de eigen belangen en de (gedeelde) belangen van de samenwerking.4 Deze betrokkenen zijn met verschillende termen aan te duiden, zoals ‘participanten’, ‘deelnemers’, ‘deelgenoten’, ‘deelhebbers’, ‘partners’, ‘compagnons’, ‘associërenden’, ‘leden’, ‘vennoten’, ‘firmanten’ en ‘aandeelhouders’. De rechtsvorm van een samenwerkingsverband speelt veelal een rol in de wijze waarop de actoren van een bepaald samenwerkingsverband worden aangeduid. Zo is het gemeengoed om deelnemende actoren in een kapitaalvennootschap aan te duiden als ‘aandeelhouders’, die aan een personenvennootschap als ‘vennoot’ of ‘firmant’ en die aan een vereniging of coöperatie als ‘leden’. In dit onderzoek zal ik de neutrale term ‘deelnemers’ hanteren. Deze benaming brengt mijns inziens goed naar voren waar het bij een samenwerking om draait, namelijk dat (samen) met ten minste één ander ergens aan wordt deelgenomen. Verder is de term objectief ten aanzien van de juridische samenwerkingsvorm die wordt gekozen dan wel of de betrokken entiteiten tot de non-profit of profitsector behoren.