Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.4.9.10
9.4.9.10 Partijen die indirect door het akkoord worden geraakt
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192616:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. de in §9.6.2.1 te bespreken transfer schemes. Out of the money-partijen die worden achtergelaten met een vordering op een vrijwel lege vennootschap, hebben geen stemrecht. Hun juridische rechten worden immers niet aangetast. Wel kunnen zij bezwaar maken tijdens de sanctioning stage: als ze aantonen dat ze een economisch belang in de oude vennootschap hebben, zou de scheme wel eens op fairness-gronden kunnen stranden.
Vgl. Tollenaar 2016, §8.9.4.2.
Vgl. §7.3.4.1.
Zie over het verschil tussen het moeten dulden van een debt for equity swap en de situatie waarin de rechten van aandeelhouders in juridische zin worden gewijzigd om een debt for equity swap te bewerkstelligen §7.3.4.1.
528. Partijen wier rechten niet juridisch worden gewijzigd door het akkoord maar desondanks worden geraakt door de voorgestelde herstructurering, zouden tijdens de homologatiefase bezwaar moeten kunnen maken. Dat is in lijn met het Engelse recht inzake de scheme of arrangement.1 In §9.3.5 besprak ik dat het akkoord mogelijk gevolgen kan hebben voor niet-stemgerechtigde crediteuren. Het gaat dan om de situatie waarin hun juridische rechten niet worden gewijzigd (dan zouden zij immers stemgerechtigd zijn), maar waarbij zij feitelijk wel geraakt worden door het akkoord. Daarbij kan worden gedacht aan crediteuren van wie de vorderingen niet worden gewijzigd, maar die voorzien dat de schuldenaar hun niet zal kunnen betalen vanwege het zeer hoge rentepercentage dat verbonden is aan de met het akkoord gewijzigde financiering.2 Ook de aandeelhouder die een debt for equity swap moet dulden valt in de categorie indirect geraakten.3 De aanbieder van het akkoord zou, zoals betoogd in nr. 492, de rechter op de hoogte moeten brengen van het effect van het akkoord op niet-betrokken partijen.
De rechter kan vervolgens in de homologatiefase nagaan in hoeverre het akkoord kan worden gehomologeerd. Een reden om homologatie te weigeren zou kunnen zijn dat de indirect geraakte partijen als gevolg van het akkoord slechter af zouden zijn dan in het alternatieve liquidatiescenario. Normaliter zal er in het alternatieve scenario na vereffening geen surplus zijn waarop een aandeelhouder aanspraak kan maken. Doorgaans zijn aandeelhouders van (pre)insolvente vennootschappen out of the money. In de situatie dat de aandeelhouder wel recht kan doen gelden op een batig liquidatiesaldo en hij als gevolg van het akkoord moet dulden dat zijn aandelenbelang verwatert,4 is denkbaar dat hij – ook al worden zijn juridische rechten niet gewijzigd – slechter af is dan in faillissement. In dat geval moet de rechter homologatie van het akkoord kunnen weigeren.