Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/2.5.5
2.5.5 Jaarrekeningprocedure bij de Ondernemingskamer
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS649066:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Bovendien is ook de A-G van het Hof Amsterdam bevoegd om de Ondernemingskamer om een jaarrekeningenprocedure te verzoeken in het kader van het openbaar belang (artikel 2:448 lid 1 onder b BW). Zie in dit verband onder meer: HR 5 september 1990, NJ 1991/62.
Deze specifieke jaarrekeningprocedure maakt sinds de inwerkingtreding van de Wet toezicht financiële verslaggeving per 1 januari 2007 onderdeel uit van Titel 2.9 BW, namelijk afdeling 16 Rechtspleging (artikel 2:447 BW t/m 2:453 BW). Per 1 januari 2009, met de inwerkingtreding van de Wet tot implementatie van de Transparantierichtlijn, zijn aan deze afdeling twee bepalingen toegevoegd (artikel 2:454 BW en 2:455 BW).
Indien ten onrechte niet wordt voldaan aan de vereiste van artikel 2.9 BW kan iedere belanghebbende1 een jaarrekeningprocedure starten door een verzoekschrift in te dienen bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam2 voor zover wordt voldaan aan de vereisten van artikel 2:447 BW:
Artikel 2:447 BW
Op verzoek van degenen die krachtens artikel 448 daartoe bevoegd zijn, kan de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam aan een rechtspersoon of vennootschap als bedoeld in artikel 360 waarop deze titel van toepassing is, een statutair in Nederland gevestigde effectenuitgevende instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet toezicht financiële verslaggeving of een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht bevelen de jaarrekening, het bestuursverslag, de daaraan toe te voegen overige gegevens of het verslag, bedoeld in artikel 392a, in te richten overeenkomstig door haar te geven aanwijzingen.
Het verzoek kan slechts worden ingediend op de grond dat de verzoeker van oordeel is dat de in het eerste lid bedoelde stukken niet voldoen aan de bij of krachtens artikel 3 van verordening (EG) 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PbEG L 243), deze titel, onderscheidenlijk de Wet op het financieel toezicht gestelde voorschriften. Het verzoekschrift vermeldt in welk opzicht de stukken herziening behoeven.
Het verzoek heeft geen betrekking op een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 393 lid 5.
Via een jaarrekeningenprocedure kan een belanghebbende, die van oordeel is dat een jaarrekening niet aan de wettelijke vereisten voldoet, de Ondernemingskamer verzoeken om de betrokken rechtspersoon te bevelen de jaarrekening in te richten overeenkomstig de door de Ondernemingskamer aan te geven aanwijzingen.
Een belanghebbende kan een verzoekschrift aangaande een jaarrekeningprocedure indienen bij de Ondernemingskamer binnen een termijn van twee maanden na de vaststelling of deponering van de jaarrekening bij de Kamer van Koophandel, dan wel binnen twee maanden na het bekend worden van een tekortkoming die niet uit de jaarstukken bleek. Indien het gaat om een effecten uitgevende instelling, waarvan de financiële verslaggeving ingevolgde de Wtfv onder toezicht staat van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), is de bovengenoemde termijn tot het instellen van een jaarrekeningprocedure geen twee maanden maar negen maanden.
In het verzoekschrift dient de verzoeker te onderbouwen dat hij als belanghebbende dient te worden aangemerkt. Tevens dient de verzoeker aan te geven wat zijn concrete bezwaren zijn en waarom hij van mening is dat de jaarrekening niet voldoet aan de wettelijke eisen dan wel niet voldoet aan de IFRS-EU-voorschriften.
De jaarrekeningprocedure vindt plaats bij de Ondernemingskamer in een besloten zitting. De uitspraak is wel openbaar. De betrokken controlerend accountant zal in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de in het verzoekschrift naar voren gebrachte bezwaren. Tegen een uitspraak van de Ondernemingskamer staat in deze situatie geen appel open, wel kan in cassatie worden gegaan bij de Hoge Raad.