De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.3.3.2:5.3.3.2 Uitzondering: geen economisch nadeel
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.3.3.2
5.3.3.2 Uitzondering: geen economisch nadeel
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS363616:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 13 maart 2012, appl.nr. 23780/08, EHCR 2012/127 m.nt. Schild (Malik).
Zie Barkhuysen en Van Emmerik Preadvies, p 62 waar wordt verwezen naar EcieRM 17 mei 1990, D&R 65, 250 en EcieRM 16 juli 1986, D&R 47, 5.
EHRM 13 maart 2012, appl.nr. 23780/08, EHCR 2012/127 m.nt. Schild (Malik).
EHRM 14 juni 2011, appl.nr. 24096/05 (Vefa Holding Sh.p.k. e.a.), respectievelijk EHRM 14 februari 2017, appl.nr. 36480/07 (Leki/). Vgl. ook EHRM 20 juli 2004, NJ 2005/479 (Bäck).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Niet iedere verstoring van eigendom levert noodzakelijkerwijs een inmenging op. Degene die zich op art. 1 EP beroept, moet wel daadwerkelijk financieel nadeel leiden en dient dat ook aan te tonen.1 Ter illustratie daarvan noemen Barkhuysen en Van Emmerik het oordeel van het EHRM dat geen sprake is van een inmenging indien het woongenot van een huiseigenaar enkel in immateriële zin wordt aangetast door geluidhinder.2 In het Malik-arrest3 ging het om de (als eigendom aangemerkte) praktijk van een arts, die (onder meer) aanvoerde dat de toestroom naar zijn praktijk was afgenomen, omdat hij een tijdje ten onrechte was geschorst. Het EHRM oordeelde naar aanleiding daarvan dat er geen sprake was van een inmenging omdat hij dit niet aannemelijk had kunnen maken.
Uit voornoemde rechtspraak kan mijns inziens niet worden afgeleid dat geen sprake kan zijn van een inmenging als hetgeen dat wordt ontnomen, of gereguleerd (bijna) geen waarde heeft, zoals bijvoorbeeld aandelen in een vennootschap op de rand van het faillissement. Zelfs een aandeel in een failliete of ontbonden en inactieve vennootschap kwalificeert als eigendom in de zin van art. 1 EP.4