AB 2021/320
Beginselplicht tot handhaving. Handhavend optreden ondeugdelijk gemotiveerd gelet op prioriteringsbeleid.
ABRvS 01-09-2021, ECLI:NL:RVS:2021:1961, m.nt. C.M.M. van Mil
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
1 september 2021
- Magistraten
Mr. H.G. Sevenster
- Zaaknummer
202006168/1/R4
- Noot
C.M.M. van Mil
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS460133:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2021:1961, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 01‑09‑2021
- Wetingang
Essentie
Beginselplicht tot handhaving. Niet deugdelijk gemotiveerd waarom ondanks lage prioriteit overtreding toch handhavend is opgetreden.
Samenvatting
Zoals onder 2.1 is overwogen, zal het bestuursorgaan bij prioriteitstelling na een verzoek om handhaving een afweging moeten maken in het individuele geval. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college dat in het besluit op bezwaar niet gedaan, althans niet inzichtelijk. Niet duidelijk is waarom het college gelet op het karakter van het overtreden voorschrift, het daarbij betrokken algemeen belang en de belangen van de verzoekster is overgegaan tot handhaving. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het college aan de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.