Einde inhoudsopgave
Vertrouwen voorop (IVOR nr. 114) 2019/5.1
5.1 Inleiding
E.V.A. Eijkelenboom, datum 01-05-2019
- Datum
01-05-2019
- Auteur
E.V.A. Eijkelenboom
- JCDI
JCDI:ADS608625:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 4.3.
De evaluatie van het AFM-toezicht op accountantsorganisaties staat centraal in hoofdstuk 6. Zie hoofdstuk 7 voor de invoer van een stelsel van intern toezicht bij OOB-accountantsorganisaties bezien vanuit het licht van de statutaire bevoegdheden van de leden van het intern toezichtsorgaan. In hoofdstuk 8 maak ik gebruik van gegevens uit accountantsverklaringen bij OOB’s uit de boekjaren 2014 t/m 2017 om de kwaliteitsbevordering te beoordelen.
Het accountantsberoep heeft zich van volledig vrij beroep langzaam maar zeker ontwikkeld tot een sterk gereguleerd beroep met een toenemend aantal maatregelen dat op de accountantsorganisatie en de bij haar werkzame accountants van toepassing is. In de kern zijn de doelstellingen van de op de accountants (organisatie) van toepassing zijnde wet- en regelgeving terug te brengen tot het borgen of bevorderen van het (herstel van) gerechtvaardigd vertrouwen in de accountant en de door hem afgegeven accountantsverklaring. Om deze doelstelling te bereiken staat het creëren van kwaliteitswaarborgen en het ontwikkelen van prikkels voor kwaliteitsverbetering in wet- en regelgeving centraal. Deze kwaliteitsbevorderende maatregelen grijpen op verschillende niveaus in. Tevens zijn de maatregelen te plaatsen binnen een spectrum van meer indirecte naar directe invloed op de kwaliteit van de accountantscontrole. Ik onderscheid maatregelen die zich richten op de maatschappelijke context, maatregelen op het niveau van de accountantsorganisatie en maatregelen die zien op de accountant en de accountantsverklaring. In dit hoofdstuk evalueer en beoordeel ik vanuit elk niveau één (aspect van een) kwaliteitsbevorderende wet vanuit juridisch perspectief. De kwaliteitsbevorderende wetgeving die in dit hoofdstuk centraal staat heeft het accountantsberoep (inter)nationaal zichtbaar veranderd. In de maatschappelijke context waarbinnen de controlewerkzaamheden verricht worden is de invoering van een externe onafhankelijke toezichthouder op accountantsorganisaties een van de meest ingrijpende maatregelen voor Nederlandse accountantsorganisaties van de afgelopen jaren.1 De invoering van extern, onafhankelijk toezicht op accountantsorganisaties staat dan ook centraal in paragraaf 5.2.2 Vervolgens bezie ik in paragraaf 5.3 de wettelijke verplichting voor Nederlandse OOB-accountantsorganisaties om een stelsel van intern toezicht in te voeren.3 Deze kwaliteitsbevorderende maatregel grijpt op directe wijze in op de governance van de accountantsorganisaties, maar heeft een indirecte invloed op de kwaliteit van de accountantscontrole. Ten slotte staat in paragraaf 5.4 de uitgebreide accountantsverklaring centraal.4 Deze maatregel heeft directe invloed op het product van de accountantscontrole. De verplichting tot uitbreiding van de informatie draagt bij aan het inzicht dat gebruikers van de jaarrekening verkrijgen in de controle die de accountant verricht. Ik rond af met een conclusie in paragraaf 5.5.
De theoretisch juridische beoordeling van de maatregelen vormt de basis voor de drie navolgende hoofdstukken waarin ik de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze kwaliteitsbevorderende wetgeving beoordeel op basis van de publiek beschikbare informatie over de implementatie van de wetgeving in de praktijk.5