M en R 2024/55
“Schiphol-vordering” Stichting recht op bescherming tegen vliegtuighinder: schending art. 8 en 13 EVRM (maar tegen welke prijs (?)).
Rb. Den Haag 20-03-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:3734, m.nt. B. Arentz
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
20 maart 2024
- Magistraten
Hartendorp, Luiten, Seinen
- Zaaknummer
C/09/632625/HA ZA 22-610
- Noot
B. Arentz
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS956833:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Algemeen
Milieurecht / Inrichtingen en activiteiten - vergunningen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBDHA:2024:3734, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 20‑03‑2024
ECLI:NL:RBDHA:2023:19096, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 29‑11‑2023
- Wetingang
Samenvatting
- 1.1.
In deze procedure vordert RBV dat de rechtbank voor recht verklaart dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door disproportioneel veel mensen bloot te stellen aan ernstige hinder en slaapverstoring door luchtverkeer van en naar Schiphol, onder meer door in regelgeving uit te gaan van te hoge toelaatbare niveaus voor geluidbelasting. RBV bepleit dat de Staat moet uitgaan van de geluidsnormen die de Wereldgezondheidsorganisatie heeft opgesteld en/of van normen die een beschermingsniveau bieden dat gelijkwaardig ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.