V-N 2020/8.19
Geen belastingrente als vóór in uitnodigingsbrief genoemde datum aangifte wordt gedaan. Toelichting staatssecretaris
Hof 's-Hertogenbosch 26-09-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3541, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
26 september 2019
- Magistraten
Harthoorn, Gladpootjes, Pieterse
- Zaaknummer
18/00613
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS185633:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Rente
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSHE:2019:3541, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 26‑09‑2019
- Wetingang
art. 30fc AWR
Essentie
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt in navolging van de rechtbank dat het zorgvuldigheidsbeginsel zich in dit geval verzet tegen het in rekening brengen van belastingrente.
Samenvatting
X doet op 20 juni 2016 aangifte IB/PVV 2015. De inspecteur legt de aanslag op conform de ingediende aangifte. Daarbij is € 53 belastingrente in rekening gebracht, omdat de aangifte is gedaan na 31 maart 2016 waardoor de uitzondering van art. 30fc lid 4 AWR niet van toepassing is. Rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigt de beschikking belastingrente. De nieuwe belastingrenteregeling gaat uit van de verzuimgedachte. Gelet op art. 30fc lid 4 AWR is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.