RFR 2024/103
Prejudiciële vragen over procespositie jongmeerderjarige in echtscheidingsprocedure en voorlopige voorzieningen.
Rb. Rotterdam 22-05-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4732
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
22 mei 2024
- Magistraten
Mr. S. Wierink
- Zaaknummer
C/10/675871 / FA RK 24-2172
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS974153:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2024:4732, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 22‑05‑2024
- Wetingang
Essentie
Prejudiciële vragen.
Valt de jongmeerderjarige onder de reikwijdte van art. 822 lid 1 onder c Rv? En kan de werkwijze van de Rechtbank Rotterdam in echtscheidingsprocedures analoog worden toegepast?
Samenvatting
Partijen zijn met elkaar gehuwd, uit welk huwelijk drie kinderen zijn geboren, waarvan twee minderjarig en één jong meerderjarig. Het betreft een voorlopige voorzieningenprocedure die gaat over de toevertrouwing, zorgregeling en onderhoudsbijdragen. De jongmeerderjarige heeft haar vader gemachtigd om namens haar op te treden in de procedure ter zake de voorlopige voorzieningen en haar moeder in de echtscheidingsprocedure. Dit leidt tot de vraag of het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.