De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/4.2.3:4.2.3 Cumulatieve of alternatieve grondslagen?
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/4.2.3
4.2.3 Cumulatieve of alternatieve grondslagen?
Documentgegevens:
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS371132:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Nieuwe Weme 2004, p. 121-122.
Nieuwe Weme 2004, p. 152.
Art. 5:72 lid 3 Wft bevat dan ook een ontheffingsmogelijkheid voor de OK indien de (slechte) financiële toestand van de vennootschap daartoe aanleiding geeft, zie nader hierover § 15.6.
Als moet worden aangenomen dat controleverwerving steeds het gevaar van machtsmisbruik met zich brengt, dan is de hier geschetste situatie grotendeels een theoretische, vgl. eerder § 4.2.2.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor kwam aan de orde dat de verplicht bod-regeling strekt tot bescherming tegen het gevaar van machtsmisbruik en tot een evenredige verdeling van de controlepremie (§ 4.2.2.2-§ 4.2.2.3). Een belangrijke kwestie is of een biedplicht ook gerechtvaardigd is in gevallen waarin slechts een van beide grondslagen aan de orde is. Zoals hierna nog zal worden toegelicht, is dat vooral bij de uitleg van de acting in concert-regels van belang (§ 4.3).
Aangenomen dat in beide situaties minderheidsaandeelhouders benadeeld kunnen worden, staat de Overnamerichtlijn niet toe dat de nationale biedplicht afhankelijk gesteld zou worden van ofwel de betaling van een controlepremie of het zich daadwerkelijk voor doen van het gevaar van machtsmisbruik.1 Anderzijds lijkt mij voldoende dat een specifiek onderdeel van de verplicht bod-regeling strekt tot waarborging van een van beide. Zo is voor de toepasselijkheid van de biedplicht de wijze waarop de controle is verworven niet van belang omdat de door biedplicht mede de strekking heeft bescherming te bieden tegen machtsmisbruik.2 Dat bij sommige wijzen van controleverwerving geen controlepremie wordt betaald, is niet van belang. Een voorbeeld hiervan is een herstructurering van een noodlijdende vennootschap, waarbij eerder sprake is van een discount dan van een premie.3 Andersom is niet van belang dat in sommige gevallen waarin een premie wordt betaald, geen sprake is van dreigend machtsmisbruik.4 Concluderend: er rijst pas een legitimiteitsprobleem als een biedplicht zou bestaan in situaties waarin sprake is van het gevaar van machtsmisbruik, noch van de betaling van een controlepremie.