AB 2020/287
Besluit. Mijnbouwschade. Wettelijk bewijsvermoeden. Eerste rechtbankuitspraak.
Rb. Noord-Nederland 18-05-2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:1935, m.nt. H.E. Bröring
- Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
- Datum
18 mei 2020
- Magistraten
Mrs. R.L. Vucsán, J.W. Keuning, S.M. Schothorst
- Zaaknummer
LEE 19/3399
- Noot
H.E. Bröring
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS224746:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBNNE:2020:1935, Uitspraak, Rechtbank Noord-Nederland, 18‑05‑2020
- Wetingang
Art. 1:3 lid 1 Awb; art. 6:177a BW
Essentie
De mate van zekerheid die de TCMG verlangt voor het bestaan van een andere oorzaak dan gaswinning voldoet naar het oordeel van de rechtbank aan hetgeen de Hoge Raad daarvoor verlangt.
Samenvatting
De rechtbank is van oordeel dat verweerder met het Besluit een beleidsregel heeft vastgesteld waarin hij zijn algemene bevoegdheid tot het doen van financiële uitkeringen nader heeft geconcretiseerd. Het Besluit heeft gezien de context waarbinnen die regeling is opgesteld, een publiekrechtelijk karakter zodat beslissingen op basis van het Besluit naar het oordeel van de rechtbank moeten worden aangemerkt als een besluit in de zin van art. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.