Bindend advies
Einde inhoudsopgave
Bindend advies (O&R nr. 74) 2012/3.3.5:3.3.5 Vergoeding
Bindend advies (O&R nr. 74) 2012/3.3.5
3.3.5 Vergoeding
Documentgegevens:
Pauline Elisabeth Ernste, datum 01-07-2012
- Datum
01-07-2012
- Auteur
Pauline Elisabeth Ernste
- JCDI
JCDI:ADS360722:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Alternatieve geschillenbeslechting
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Smits 2008, p. 294-295
Besluit van 28 januari 2005, Stb. 2005, 55. Zie ook Bovend’Eert 2008, p. 222-224.
Stein/Rueb 2011, p. 36.
Boer 1990, p. 33; en Jacobs 1998, p. 325; en Hondius 2003, p. 45.
Deze richtlijnen zijn gepubliceerd op www.nai-nl.org.
Vgl. Snijders 2007a, p. 142 met betrekking tot de rechtsverhouding tussen de partijen en de arbiter.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bezoldiging van overheidsrechters is geregeld in Hoofdstuk 3 Wrra. In dit hoofdstuk is objectief vastgesteld welke overheidsrechter welk salaris verdient aan de hand van categorieën waaraan een bij AMvB vastgesteld salaris is verbonden. Daarnaast zijn de bijkomende emolumenten en uitkeringen, het aanvangstijdstip en het einde van de bezoldiging in dit hoofdstuk geregeld.1 Het ministerie van Justitie financiert, met tussenkomst van de Raad voor de rechtspraak, de rechterlijke macht op basis van een financieringsstelsel neergelegd in het Besluit financiering rechtspraak 2005.2 De Raad voor de rechtspraak moet als schakel tussen de rechterlijke macht en het ministerie van Justitie bijdragen aan de onafhankelijkheid van de rechtelijke macht ten opzichte van de uitvoerende macht.3 Partijen zijn niet belast met de bezoldiging van de overheidsrechter. Zij betalen nu nog slechts een beperkt bedrag aan vast recht.
De leden van de verschillende geschillencommissies voor consumentenzaken worden ook niet rechtstreeks gefinancierd door branche- of consumentenorganisaties. De schakel tussen de verschillende geschillencommissie en financiers is de SGC respectievelijk de stichting Kifid. De SGC ontvangt gelden van de consumentenorganisaties, brancheorganisaties en een subsidie van de Minister van Justitie. De SGC is dus niet enkel afhankelijk van de branche- en consumentenorganisaties.4 De stichting Kifid wordt daarentegen uitsluitend gefinancierd door jaarlijkse bijdragen van de aangeslotenen. Doordat de stichting Kifid enkel wordt gefinancierd door bijdragen van de aangesloten brancheorganisaties kan bij de consument ten onrechte het beeld ontstaan dat ‘wie betaalt, die bepaalt’. Wat betreft de hoogte van de beloning van de leden van de verschillende geschillencommissies voor consumentenzaken is niets bepaald in de reglementen of de statuten. Partijen betalen bij de geschillencommissies voor consumentenzaken enkel klachtgeld. Dit dekt niet de werkelijke kosten.
In geval van arbitrage bij het NAI, wordt het honorarium van de arbiters(s) daarentegen wel door partijen betaald. Veelal stort eiser een bedrag in depot bij het NAI waaruit alle kosten van de arbitrage worden voldaan. Het honorarium van de arbiter(s) wordt vastgesteld na overleg met de arbiter(s) aan de hand van de bestede tijd, het belang en de ingewikkeldheid van de zaak. Om partijen inzicht te geven in de kosten heeft het NAI een richtlijn opgesteld voor de uurtarieven die de arbiters mogen rekenen.5
Bij ad hoc bindend advies dragen partijen evenals bij arbitrage zelf de kosten van het bindend advies. Dit vloeit voort uit de rechtsverhouding die tussen partijen en de bindend adviseur bestaat. Uit de rechtsverhouding die kan worden aangemerkt als een overeenkomst van opdracht, ontstaat voor partijen de verplichting de bindend adviseur loon te betalen (art. 7:405 en art. 7:400 lid 2 BW) (§ 2.3.4).6 Dit heeft in de praktijk tot gevolg dat de bindend adviseur eerst op gelijke voet moet onderhandelen met partijen over zijn honorarium. Daarna zal de bindend adviseur een omslag moeten maken en boven partijen moeten staan bij het nemen van de beslissing.
Wie van partijen de kosten van het bindend advies bij het ad hoc bindend advies zal dragen, hangt af van hetgeen partijen zijn overeengekomen. Partijen kunnen besluiten dat de kosten voor de verliezende partij komen, dat eenieder de helft van de kosten draagt of dat de bindend adviseur beslist over de verdeling van de kosten in het bindend advies. Uit de praktijk blijkt dat het wel eens voorkomt dat de grotere partij veelal de kosten van de bindend adviseur draagt. Zo komt het in verzekeringszaken wel voor dat de verzekeraar ongeacht de uitkomst de gehele kosten van het bindend advies voor zijn rekening neemt, omdat de verzekeraar op deze manier een langlopend en dus dure zaak kan sluiten. Deze wijze van vergoeding kan bij de verzekerde de schijn van partijdigheid opwekken. Met het oog op de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid verdient het de voorkeur dat de verliezende partij deze kosten betaalt of dat partijen gezamenlijk voor een gelijk deel de kosten van de bindend adviseur dragen.