Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/3.3.2
3.3.2 Vermindering van exposure van aandeelhouders: a preference
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS409057:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Deze term wordt in het Engelse recht gehanteerd. Zie bijvoorbeeld, Walters, Preferences, p. 150: 'Any payment reducing or extinguishing the principle debt has the effect of reducing or extinguishing the guarantor's exposure pound for pound.'
Cork Report, p. 289: 'In our view, justice and logic alike require that, wherever possible, the burden of repayment should ultimately be bonze by the party intended to be preferred (namely, the guarantor or surety). then it should be possible to proceed directly against him, without being obliged to join the creditor at all.'
Bijzondere aandacht vragen de gevallen waarin de schuldenaar in de aanloop naar de formele insolventie juist die schulden voldoet waarvoor de aandeelhouder zich borg heeft gesteld of op andere wijze heeft sterk gemaakt. Zonder deze betaling zal de schuldeiser in insolventie van de schuldenaar bij de aandeelhouder aankloppen. Indien juist deze schuldeiser betaald wordt, vermindert daarmee het exposure1van de moeder.
Het Engelse recht kent een speciale regeling voor de gevallen waarin de schuldenaar een schuldeiser betaalt teneinde een derde, die zich sterk heeft gemaakt voor deze schuld, te bevoordelen. De regeling is hierboven reeds besproken in § 3.2.2.2 ten aanzien van preferences gecreëerd in relatie tot borgen en garantieverstrekkers. Lid 4 bepaalt het volgende ten aanzien van wat als een preference heet te gelden:
(4) For the purposes of this section and section 241, a company gives a preference to a person i f
(a) that person is one of the company's creditors or a surety or guarantor for any of the company 's debts or other liabilities.
Artikel 239IA geeft daarmee een zelfstandige grondslag om de derde die bevoordeeld is, zonder rechtstreeks betaling van de schuldenaar te hebben ontvangen, aan te spreken.2 Vereist is dan wel dat komt vast te staan dat de schuldenaar juist deze derde wenste te bevoordelen. Tevens is vereist dat de schuldenaar ten tijde van de betaling reeds insolvent was of door de betaling insolvent werd.