Conversie en aandelen
Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/19.1:19.1 Conversie van aandelen
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/19.1
19.1 Conversie van aandelen
Documentgegevens:
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS371832:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een aandeel behelst rechten die overdraagbaar zijn en die ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen. Een aandeel is derhalve een vermogensrecht en daarmee een goed. Het is echter geen op zichzelf staand goed. Door de volledige gerechtigdheid tot het aandeel staat de aandeelhouder in relatie tot de vennootschap en haar organen welke verhouding niet contractueel kan worden geduid. Deze vennootschappelijke relatie tussen aandeelhouder en vennootschap wordt pas geactiveerd door erkenning of betekening van de overdracht, tenzij de vennootschap daarbij zelf partij is. Een aandeel is in eerste instantie een vermogensrecht waaraan een relatie tot de vennootschap en de bij haar organisatie betrokkenen is verbonden. De vennootschappelijke relatie omvat zeggenschapsrechten welke zijn belichaamd in het aan het aandeel verbonden vergaderrecht en stemrecht (voor zover het geen stemrechtloze aandelen betreft) en vermogensrechten in de vorm van rechten jegens de vennootschap op winst en andere uitkeringen, een en ander als door de statuten van de vennootschap en de wet bepaald. Het aandeel vertegenwoordigt aldus een waarde. De aan het aandeel verbonden rechten, zowel vermogensrechtelijk als vennootschappelijk, worden bepaald door de statuten.
Omdat conversie geen wettelijke term is lopen de definities van dit begrip uiteen. Algemeen wordt aangenomen dat door conversie geen inkoop of intrekking van aandelen en uitgifte van nieuwe aandelen plaatsvindt. De aan bestaande aandelen verbonden rechten en/of verplichtingen veranderen. Door statutenwijziging kan geen aandeelhoudersrelatie geschapen worden. Wel kan daardoor een bestaande aandeelhoudersrelatie gewijzigd worden. Ik zie hier geen goederenrechtelijke beperkingen. Door conversie wordt geen goed verkregen; hetgeen het goed behelst is aan wijziging onderhevig en daarmee het goed zelf. Ik hanteer gezien de vele verschijningsvormen van conversie een ruim conversiebegrip. Conversie definieer ik als ‘het omzetten van een of meer aandelen in het kapitaal van een vennootschap in een of meer aandelen in het kapitaal van dezelfde vennootschap met een gelijke, lagere of hogere nominale waarde, waaraan ingevolge de statuten andere rechten en/of andere verplichtingen zijn verbonden’. De soort of aanduiding van het aandeel behoeft door conversie niet te wijzigen.
Voor differentiatie van aan aandelen verbonden rechten is een statutaire regeling nodig. Voor een differentiatie van aan aandelen verbonden verplichtingen is dit eveneens het geval. Ook gescheiden agio- en winstreserves vereisen een statutaire grondslag. Conversie vereist statutenwijziging. Een statutaire conversieregeling dient te worden gezien als regeling die voorziet in een voorwaardelijke statutenwijziging. Indien de statuten niet in een conversieregeling voorzien, is voor conversie een statutenwijziging vereist waarbij de omzetting van aandelen plaatsvindt en wordt geconstateerd.
Door conversie bij statutenwijziging worden de diverse regelingen van minderheidsbescherming geactiveerd die in veel gevallen aanhaken bij een besluit tot statutenwijzing of bij de statutenwijziging zelf. De minderheidsbescherming van aandeelhouders in het NV-recht is, in vergelijking met de minderheidsbescherming bij de BV, relatief summier geregeld. De minderheidsbescherming van aandeelhouders in het BV-recht is veelvormig en kan in vier categorieën worden onderverdeeld (a) vereiste instemming van aandeelhouders aan wier rechten een wijziging afbreuk doet; (b) de unanimiteitseis; (c) het vereiste van het goedkeurend besluit; en (d) niet gebondenheid van de aandeelhouder die niet met het besluit tot wijziging heeft ingestemd. Voor zowel de NV als de BV geldt naast de wettelijke regelingen van minderheidsbescherming de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (2:8 lid 2 BW). De door een statutenwijziging in zijn zeggenschaps- of financieel-economische belangen getroffen aandeelhouder kan gehele of gedeeltelijke vernietiging van het besluit vorderen indien de belangen van de aandeelhouder door het besluit op onredelijke wijze of in onredelijke mate worden geschaad. Dit moet niet al te snel worden aangenomen. Wie deelneemt in een vennootschap weet dat de statutaire regels door een besluit van de algemene vergadering kunnen worden veranderd.
Op conversie door middel van statutenwijziging zal een regeling van minderheidsbescherming toepasselijk zijn als daardoor afbreuk wordt gedaan aan rechten van houders van bepaalde aandelen. Niet iedere afname van rechten vormt een afbreuk aan rechten. Een afbreuk veronderstelt echter wel een afname van rechten van houders van bepaalde aandelen. In veel gevallen is het niet eenvoudig om vast te stellen of, en zo ja, in welke mate, conversie een toe- of afname van aan aandelen verbonden rechten met zich meebrengt.
Aangezien conversie op grond van een statutaire conversieregeling als een statutenwijziging moet worden beschouwd welke effectief wordt doordat de conversie- effectuerende voorwaarde, waaronder begrepen een verzoek of besluit tot conversie of tijdsbepaling welke onderdeel uitmaakt van de conversieregeling, wordt vervuld, vindt de conversie zijn oorsprong in de statutenwijziging waarin het conversiemechanisme in de statuten werd opgenomen. Op die statutenwijziging zijn de regels van minderheidsbescherming van toepassing. Het zal vaak moeilijk zijn bij voorbaat te bepalen of, en zo ja, in welke mate voor welke aandeelhouders conversie een toe- of afname van rechten tot gevolg kan hebben of zelfs een afbreuk van hun rechten betekent, en daarmee hoe de regelingen van minderheidsbescherming ten aanzien van de statutenwijziging waarbij de mogelijkheid tot conversie in de statuten wordt opgenomen, moeten worden gehanteerd.
Euroredenominatie, conversie door verlaging van de nominale waarde van aandelen en (voor de NV) conversie door verhoging van de nominale waarde zijn wettelijk geregelde vormen van conversie. Niet duidelijk is of de ‘uitstotingsregeling’ van artikel 2:67b/178b, tweede zin BW alleen ziet op gevallen van euroredenominatie of algemeen geldt voor alle gevallen waarin het bedrag van de aandelen wordt gewijzigd. Een bijzondere vorm van conversie betreft de omzetting van een NV in een BV en van een BV in een NV. Met de omzetting worden de aandelen geconverteerd tot aandelen in een andersoortige, maar wel dezelfde entiteit. Omzetting in een andere rechtsvorm brengt, met de wijziging van de aard en de statuten van de vennootschap, andere aan de aandelen verbonden rechten en/of verplichtingen met zich mee. Omzetting van een kapitaalvennootschap in een kapitaalvennootschap met een andere rechtsvorm is derhalve een vorm van conversie. Grensoverschrijdende omzetting binnen de EER is mogelijk op grond van rechtspraak van het Europese Hof van Justitie. Een Nederlandsrechtelijke regeling daarvan ontbreekt vooralsnog. Ten aanzien van de besluitvorming kunnen de redelijkheid en billijkheid geacht worden bepalend te zijn. Ter invulling van die norm kan aansluiting worden gezocht met de regeling van grensoverschrijdende fusie en de regeling ten aanzien van zetelverplaatsing van de SE. Ik meen dat aan het ambtelijk voorontwerp ten aanzien van grensoverschrijdende omzetting vooralsnog weinig waarde dient te worden gehecht.
Ik onderscheid drie hoofdvormen van conversie, te weten automatische conversie, conversie op verzoek en conversie bij besluit van een orgaan. Conversie kan diep ingrijpen in de belangen van aandeelhouders. Een in de statuten omschreven conversiemechanisme dient dan ook voor alles duidelijk te zijn. Het dient helder te omschrijven wie in welke gevallen op welke wijze conversie kan initiëren, aan welke tijdsbeperkingen of voorwaarden deze bevoegdheid is verbonden, welke gevolgen conversie heeft op de aan geconverteerde aandelen verbonden reserves, de wijze waarop de desbetreffende aandeelhouders en eventueel de overige aandeelhouders van een conversie worden geïnformeerd en de aantekening in het aandeelhoudersregister. Ten aanzien van de conversie van preferente aandelen dienen de statuten te bepalen of de winstpreferentie over het lopende boekjaar tot aan het moment van conversie wel of niet na conversie aan de desbetreffende aandeelhouder toekomt. Tevens dient te worden geregeld wat er gebeurt met de aan de te converteren aandelen verbonden aandelen in reserves zoals agio- en winstreserves. Voorzien de statuten in een maatschappelijk kapitaal, dan dient dit geen barrière te vormen voor conversie. Een vaak voorkomende regeling die dit probleem moet ondervangen, is dat ter gelegenheid van conversie het maatschappelijk kapitaal afneemt met zoveel aandelen van de te converteren soort als er worden omgezet, en toeneemt met evenveel aandelen van de soort waarin de geconverteerde aandelen worden omgezet. Beter is het echter tranchegewijs het maatschappelijk kapitaal in de statuten vermelden teneinde aan het wettelijk voorschrift te voldoen dat de statuten het maatschappelijk kapitaal vermelden. Indien conversie afhankelijk is van een voorwaarde, zoals het niet nakomen van verplichtingen uit een aandeelhoudersovereenkomst, verdient het aanbeveling in de statuten te bepalen wie, of welk orgaan, bij verschil van mening over het al dan niet intreden van de voorwaarde kan beslissen.
Indien de nominale waarde van een aandeel door conversie wordt verlaagd behelst de conversie kapitaalvermindering. Voor de NV kan deze niet zonder meer plaatsvinden maar dient daarvoor de procedure van artikel 2:99/100 BW in acht genomen te worden. Wanneer NV-statuten voorzien in een conversiemechanisme, is voor conversie die tot kapitaalvermindering leidt niet alsnog een besluit van de algemene vergadering vereist. Dit besluit vormt een onderdeel van het besluit tot de statutenwijziging waarbij het conversiemechanisme in de statuten wordt opgenomen. De wet bepaalt niet binnen welke termijn de kapitaalvermindering na de procedure van crediteurenverzet dient te zijn geëffectueerd en in beginsel zou een eenmaal doorlopen crediteurenverzetsprocedure dan ook geacht kunnen worden ‘onbeperkt houdbaar’ te zijn. Dat echter is geen reëel standpunt. De uiterste houdbaarheidsdatum van de crediteurenverzetsperiode lijkt mij samen te vallen met de eerstvolgende publicatie van de jaarrekening. Indien het vermogen van de vennootschap voordien aanzienlijk in negatieve zin is gewijzigd dient alsnog niet tot kapitaalvermindering te worden overgegaan.
Verkrijging van eigen aandelen door een vennootschap dient niet als vorm van conversie te worden gezien. Daardoor worden geen andere rechten verbonden aan de aandelen. Het is de kwaliteit van de specifieke aandeelhouder, de vennootschap, die maakt dat stemrecht niet kan worden uitgeoefend, en dat de door de vennootschap gehouden aandelen niet meetellen voor de berekening van (winst)uitkeringen. Loyaliteitsaandelen, aandelen waaraan meer rechten worden verbonden naarmate de aandeelhouder de aandelen langer houdt, kunnen worden gecreëerd door het opnemen in de statuten van een conversieregeling.
De NV kent, anders dan de BV, naast aandelen nog de mogelijkheid van onderaandelen. Artikel 2:79 lid 2 BW definieert onderaandelen als de onderdelen, waarin de aandelen krachtens de statuten zijn of kunnen worden gesplitst. Onderaandelen maken geen onderdeel uit van de aandelen waaruit zij voortkomen. Het zijn zelfstandige vermogensrechten waarover afzonderlijk kan worden beschikt. Van onderaandelen dienen te worden onderscheiden zogenaamde ‘fracties van aandelen’. Dit is geen wettelijke term. Met het begrip ‘fractie’ wordt doorgaans een gerechtigdheid tot een deel van een aandeel bedoeld. Dit kan een economische gerechtigdheid zijn of een gerechtigdheid tot een gemeenschap waartoe een aandeel behoort. Splitsing van aandelen in onderaandelen wijkt in die zin af van de splitsing van aandelen in aandelen met een lagere nominale waarde, dat in het laatste geval na de splitsing aandelen ontstaan, en in het eerste geval geen aandelen ontstaan, maar onderaandelen waaraan andere (minder) rechten zijn verbonden en het aandeel dat in onderaandelen wordt gesplitst ophoudt te bestaan. Goederenrechtelijk ontstaan onderaandelen echter uit de aandelen, zij het dat ter gelegenheid van deze splitsing de hoedanigheid van het vermogensrecht wijzigt, namelijk van een aandeel in een onderaandeel. Onderaandelen kunnen worden omgezet in aandelen. Daarvoor is, zoals voor iedere conversie, statutenwijziging of een statutaire conversieregeling vereist. Hetgeen voor de conversie van aandelen geldt, is in beginsel van toepassing op de conversie van onderaandelen. Voor de conversie van onderaandelen in aandelen is niet vereist dat alle onderaandelen uit hetzelfde aandeel zijn voortgekomen.
Beperkte rechten, zoals pandrecht en vruchtgebruik, die op de aandelen voor splitsing of samenvoeging rusten, blijven rusten op de aandelen die uit de bezwaarde aandelen door samenvoeging of splitsing ontstaan. Indien niet op alle aandelen die tot een aandeel worden samengevoegd een pandrecht rust maar slechts op enkele, rust na samenvoeging een pandrecht op een evenredig aandeel in het door samenvoeging ontstane aandeel. Indien aandelen die aan verschillende aandeelhouders toebehoren worden samengevoegd ontstaat er een gemeenschap in de zin van artikel 3:166 BW. Tot de aldus ontstane gemeenschap zijn de aandeelhouders gerechtigd naar rato van hun aanvankelijke aandelenbezit aangezien uit hun rechtsverhouding voortvloeit dat zij niet voor een gelijk aandeel in de gemeenschap zijn gerechtigd (3:166 lid 2 BW). Dit is in beginsel geen gebonden gemeenschap en derhalve kan in beginsel ieder van de deelgenoten over zijn aandeel daarin beschikken (3:175 lid 1 BW).
Enkelvoudige conversie, de conversie waarbij een aandeel wordt omgezet in een ander aandeel, laat een op het geconverteerde aandeel rustend pandrecht of recht van vruchtgebruik intact. Wel kan conversie die de aan het aandeel verbonden rechten uitholt, gevolgen hebben voor de pandhouder of vruchtgebruiker, die immers een van het hoofdrecht, de volledige gerechtigdheid tot het aandeel, afgeleid recht hebben. Zelfs is het mogelijk dat een pandhouder of vruchtgebruiker zijn stem- of vergaderrecht verliest door conversie indien de verpande aandelen worden omgezet in aandelen waaraan geen stem- of vergaderrecht voor de pandhouder zijn verbonden, zij het dat de pandhouder en vruchtgebruiker van BV aandelen beschermd worden tegen de ontneming van vergaderrecht door artikel 2:227 lid 4 BW.
Als aandelen of certificaten van aandelen zijn genoteerd aan een effectenbeurs heeft dit vooral gevolgen voor de vennootschap en over het geheel genomen slechts indirect voor de aandeelhouders. Conversie van aandelen heeft alleen gevolgen voor het girale systeem wanneer het een wijziging van de ISIN-code tot gevolg heeft. Conversie van aandelen die gevolgen hebben voor de ISIN code zijn (a) conversie van gewone aandelen in aandelen van een andere soort; (b) conversie door het splitsen van aandelen; en (c) conversie door het samenvoegen van aandelen. Door conversie kan een verschuiving optreden in de kapitaaldeelneming of het stemrecht, hetgeen kan leiden tot het bereiken van, het overschrijden of onderschrijden van een drempelwaarde en daarmee kan leiden tot een meldingsplicht als omschreven in de Wft. Bij de voorbereiding van een conversie dient dit mogelijke gevolg in ogenschouw te worden genomen. Notering aan een effectenbeurs beschouw ik niet als vorm van conversie. De statuten van een vennootschap worden met het oog op een beursgang gewijzigd om deze toe te snijden op de notering en de handel na de notering. Deze statutenwijziging impliceert, voor zover deze wijziging aanbrengt in de aan de aandelen verbonden rechten en verplichtingen, een conversie van aandelen. De notering als zodanig niet. Ook de notering aan een andere beurs beschouw ik niet als conversie. De daaruit voortvloeiende wijziging van rechten en verplichtingen ziet niet op de aan de aandelen als zodanig verbonden rechten en verplichtingen. Voor zover deze al gevolgen heeft voor de aan de aandelen verbonden rechten en verplichtingen zullen deze vooral terug te voeren zijn op de statutenwijziging die met het oog op de notering in het buitenland plaatsvindt dan wel door opneming van de aandelen in een buitenlands handelfaciliterend platform. Ook giralisering beschouw ik niet als een vorm van conversie nu hierdoor de aandeelhouder zijn aandelen in vennootschapsrechtelijke zin inruilt voor effecten in de zin van de Wge.