Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/4.6.6:4.6.6 Nakoming door een der schuldenaren bevrijdt ook de andere schuldenaren
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/4.6.6
4.6.6 Nakoming door een der schuldenaren bevrijdt ook de andere schuldenaren
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648814:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dit kader artikel 6:30 BW, artikel 6:34 BW en artikel 6:35 BW. Vergelijk Parl. Gesch. BW Boek 6 1981, p. 168.
Zie artikel 6:60 BW. Dit kan anders zijn wanneer een schuldeiser er belang bij heeft om een specifieke prestatie in het bijzonder van een van de schuldenaars te ontvangen, zie Asser/ Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2016, nr. 113 en Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2016, nr. 312.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Alle schuldenaren worden bevrijd wanneer een van de schuldenaren de verbintenis ten aanzien waarvan zij hoofdelijk zijn verbonden, nakomt of wanneer een derde overgaat tot nakoming.1 Bevrijding van beide hoofdelijk gebonden schuldenaren geldt niet alleen in geval van nakoming, maar ook in geval van verrekening, inbetalinggeving of wanneer de rechter op vordering van een van de schuldenaren verklaart dat de verbintenis is komen te vervallen.2