Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VII.G.2.2:VII.G.2.2 De bevoegdheidsvariant
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VII.G.2.2
VII.G.2.2 De bevoegdheidsvariant
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS408248:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bijvoorbeeld bij de verdeling van een zich in de nalatenschap bevindende aanmerkelijk be-langpakket in verband met de mogelijkheid tot geruisloze doorschuiving voor de inkomstenbelasting, art. 4.17 Wet IB 2001. De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet volgen de verdeling indien deze binnen twee jaar na het overlijden plaatsvindt, art. 53a SW1956.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nadat de wettelijke verdeling buiten toepassing is verklaard, bevinden de erfgenamen zich in een onverdeeldheid. Het eerste instrument om vervolgens een wettelijke verdeling na te bootsen is het afwikkelingsbewind. Dit bewind wordt bij uiterste wilsbeschikking ingesteld, waarbij de afwikkelingsbewindvoerder op grond van art. 4:171 BW de bevoegdheid krijgt om zelfstandig een verdeling tot stand te brengen. Hierbij staat de wettelijke verdeling model. Deze wordt als een soort 'algemene voorwaarde' gebruikt. Overigens is het ook voor de rekening en verantwoording van de afwikkelingsbewindvoerder wenselijk dat hij een richtsnoer heeft op welke wijze hij zijn taak mag en kan uitoefenen.
Op het richtsnoer kunnen allerlei nuances aangebracht worden. Zo kan bepaald worden, als een van de spelregels van het testamentair bewind, dat de bewindvoerder bevoegd is de betreffende verdeling ook gedeeltelijk tot standte brengen. Met name zal er echter behoefte zijn aan de bepaling dat bij wijze van een tenzij-clausule door de langstlevende ook nog een beslissing genomen kan worden op een later tijdstip dan de in art. 4:18 BW opgenomen termijn, bijvoorbeeldtot twee jaar na het overlijden. Deze tweejaarstermijn treft men aan in vele fiscale regelingen,1 zodat er vaak vanuit fiscale optiek de wens zal bestaan om bij deze termijn aan te sluiten. Men kan de onge-daanmakingstechniek van art. 4:18 BW gebruiken door er in het bewind naar te verwijzen, zij het met een aanpassing van de termijn. De langstlevende wordt in beginsel tot afwikkelingsbewindvoerder benoemd. De verdelingsbevoegdheid van de bewindvoerder is alsdan voorwaardelijk oftewel afhankelijk van de wil van de langstlevende, waarover hierna meer.
Dit wat de bevoegdheidsvariant van de 'quasi-wettelijke verdeling' betreft, waarbij men gebruik maakt van een afwikkelingsbewind.
Als meer de nadruk gelegd moet worden op de verplichting voor de erfgenamen om te verdelen als ware er een wettelijke verdeling, dan wordt gewerkt metdeverplichtendevariant.