WR 2023/67
Woonruimte – ontbinding en ontruiming – algemene voorwaarden – procesrecht: prejudiciële vragen aan de Hoge Raad; geen blijk van toetsing oneerlijke bedingen, ontvankelijkheid in verzet na verlopen termijn? gezag van gewijsde als niet ambtshalve is getoetst op oneerlijke bedingen? Consequenties ten aanzien van de beoordelingen
Rb. Amsterdam 03-03-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:1208
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
3 maart 2023
- Magistraten
Mr. E. Pennink
- Zaaknummer
CV EXPL 21-16160
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Europees verbintenissenrecht
Huurrecht / Algemeen
Huurrecht / Bijzondere onderwerpen
Huurrecht / Huur van woonruimte
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2023:1208, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 03‑03‑2023
- Wetingang
Art. 6:265 BW; art. 143-148 en 236 Rv; Richtlijn 93/13/EEG
Essentie
Woonruimte – ontbinding en ontruiming – algemene voorwaarden – procesrecht: prejudiciële vragen aan de Hoge Raad; geen blijk van toetsing oneerlijke bedingen, ontvankelijkheid in verzet na verlopen termijn? gezag van gewijsde als niet ambtshalve is getoetst op oneerlijke bedingen? Consequenties ten aanzien van de beoordelingen
Samenvatting
In casu is sprake van een geëxecuteerd verstek ontruimingsvonnis waarbij de verzettermijn is verstreken. Het gaat om een veroordeling tot betaling van een huurachterstand met een daarop gebaseerde ontruiming en een vordering van buitengerechtelijk kosten (gebaseerd op een contractueel beding). De kantonrechter stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over toetsing van een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.