Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.3.2
3.3.2 Partij-initiatief in Engeland
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS298612:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor een overzicht: Zuckerman 2006, p. 482 e.v. (hoofdstuk 11 CPR 1998); Andrews 2003, p. 3941 (nrs. 2.34-2.38) en p. 121-122 (nrs. 6.49-6.51).
Andrews 2003, p. 252 (nr. 10.54) definieert het als ongeveer al het feitelijk materiaal dat beschikbaar is. Voor het overzicht zal ik dat niet doen.
Andrews (2003, p. 253 (nr. 10.57)) noemt verder: het benoemen van de kern van het geschil, voorkomen van onbedoeld onjuiste verklaringen, ze slaan procedurele piketpalen, stellen de rechter in staat om te bepalen aan welke track de zaak moet worden toegewezen en stellen rechter en wederpartij in staat om te oordelen of er sprake is van misbruik van recht of van andere procedurele belemmeringen.
Vgl. Sime 2008, p. 182.
Dyson L.J. in Al-Medenni v. Mars UK Ltd. [2005] EWCA Civ. 1041; Zuckerman 2006, p. 235-236 en p. 402-403. De invoering van pre-action protocols (vgl. Zuckerman 2006, p. 134-135) heeft echter met zich gebracht dat veel geschilpunten al zijn opgehelderd voordat de procedure een aanvang neemt (vgl. Herb 2007, p. 86-87).
115.
Een Engelse civiele procedure wordt aan een procedurele track toegewezen. Daar zijn er drie van: de small claims-track, de fast-track en de multi-track. Welke zaak in welke track wordt behandeld, hangt af van de waarde van het geschil. Geschillen tot £ 5,000,- worden behandeld in de small claims-track, geschillen tot £ 15,000,- in de fast-track en geschillen vanaf £ 15,000,- in de multi-track.1 Om te kunnen bepalen aan welke track een bepaald geschil moet worden toegewezen, is inzicht vereist in de specifieke geschilpunten. Het is aan partijen om die punten naar voren te brengen en de daarvoor noodzakelijke feiten aan te voeren. Daarbij is voor de rechter geen rol weggelegd. Partijen voeren de geschilpunten en de noodzakelijke gegevens aan in hun statements of case, vaker aangeduid als pleadings. Deze pleadings bevatten de standpunten van partijen met betrekking tot de vordering, het verweer en eventuele stellingen van de wederpartij en dienen – ex de artikelen 16.4 en 16.5 – gemotiveerd te zijn.2 Ze dienen er voornamelijk toe om de wederpartij te informeren over de door een partij ingenomen standpunten en hetgeen deze partij van haar verlangt.3 Als dit niet voldoende duidelijk wordt gemaakt in de pleadings, loopt de daarvoor verantwoordelijke partij het risico dat de rechter de particulars (de grondslag van de vordering of het verweer) buiten beschouwing laat en de vordering afwijst.4
Met de stellingen in de pleadings bakenen partijen de rechtsstrijd af. De rechter is aan die stellingen gebonden, want oordelen over unpleaded facts mag hij niet. Als hij dat wel zou doen, zou hij een inbreuk maken op de partijautonomie. De uitspraak zou dan ook in strijd zijn met het beginsel van hoor en wederhoor. Partijen behoeven er geen rekening mee te houden dat de rechter zal oordelen over niet door hen naar voren gebrachte aspecten. Doet de rechter dat wel, dan neemt hij een ontoelaatbare verrassingsbeslissing.5