JOR 2017/65
Effectenlease, prejudiciële vragen, voordeelstoerekening
HR 03-02-2017, ECLI:NL:HR:2017:164
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
3 februari 2017
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak
- Zaaknummer
16/03355
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:164, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 03‑02‑2017
ECLI:NL:PHR:2016:1073, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 28‑10‑2016
- Wetingang
Art. 392 RV; art. 6:100, 6:101 BW
Essentie
Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over voordeelstoerekening bij afwikkeling effectenleaseovereenkomsten
Samenvatting
A (gedaagde) heeft de in jaren 1996/1997 met (een rechtsvoorgangster van) Dexia Nederland BV (eiseres, hierna: Dexia) een aantal effectenleaseovereenkomsten gesloten. Een aantal van deze overeenkomsten heeft een batig saldo opgeleverd, een aantal andere zijn verliesgevend geweest. In het kader van deze procedure heeft de kantonrechter een aantal prejudiciële vragen over voordeelstoerekening aan de Hoge Raad gesteld.
De Hoge Raad overweegt dat het er bij de voordeelstoerekening van artikel 6:100 BW om gaat dat genoten voordelen, voor zover dat redelijk is, mede in aanmerking behoren ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.