RAV 2025/50
Gezag van gewijsde. Staat het gezag van gewijsde van de beslissingen in een eerder tussen partijen gewezen vonnis eraan in de weg dat verweerder een beroep doet op de na dat vonnis bij hem geconstateerde morfineafhankelijkheid?
HR 25-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:667
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 april 2025
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
24/00086
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD16759:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Verkeersrecht / Aansprakelijkheid
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:667, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1131, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑01‑2024
- Wetingang
Art. 236 Rv
Essentie
Letselschade. Verkeersongeval. Gezag van gewijsde. Nieuwe feitelijke grondslag.
Staat het gezag van gewijsde van de beslissingen in een eerder tussen partijen gewezen vonnis eraan in de weg dat verweerder een beroep doet op de na dat vonnis bij hem geconstateerde morfineafhankelijkheid?
Samenvatting
Verweerder raakt in 2015 betrokken bij een verkeersongeval. Hij exploiteerde ten tijde van het ongeval een rijschool en was werkzaam als rijinstructeur. Als gevolg van het ongeval loopt verweerder letsel aan zijn rug op. Klaverblad, de WAM-verzekeraar, erkent jegens verweerder aansprakelijkheid voor het ongeval.
Verweerder vordert in een procedure naar aanleiding van het ongeval (Procedure ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.