Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.5.4:3.5.4 Conclusie
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.5.4
3.5.4 Conclusie
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS302233:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
131.
Was de conclusie ten aanzien van de inzet van de procedure nog dat het uitgangspunt dat het initiatief bij partijen ligt in alle vergelijkingsstelsels wordt gedeeld, voor wat betreft de vergaring van de feitelijke grondslag lopen de regelingen in de vergelijkingslanden, alsmede de daaraan ten grondslag liggende uitgangspunten veel meer uiteen. In alle vergelijkingslanden is het de rechter verboden om ambtshalve feiten te vergaren en wordt het primaat voor het aandragen van feiten bij partijen gelegd. Er bestaat echter een verschil tussen Nederland, Duitsland en Frankrijk enerzijds en Engeland anderzijds. Weliswaar wordt het in al deze genoemde landen aan partijen gelaten om feiten aan te voeren, maar in Nederland,
Duitsland en Frankrijk bestaan er wel vergaande bevoegdheden van de civiele rechter in de fase van het vergaren van feiten. Zo kan de Nederlandse rechter binnen het kader van het partijdebat (onder omstandigheden) ambtshalve feitelijke aspecten opwerpen, kan de Duitse rechter met Hinweise partijen trachten te verleiden tot het aanvullen van feitelijke gronden en kan de Franse civiele rechter het gehele dossier aanwenden voor zijn eindbeslissing. In schril contrast daarmee staat de Engelse rechter die zich zeer passief opstelt in de fase van het vergaren van feiten en slechts door middel van het stellen van vragen kan trachten het geschil op te helderen.