Prg. 2020/100
Zelfstandig hoger beroep instellen, is niet mogelijk maar de minderjarige kan ook in appel in een omgangsprocedure een informeel verzoek doen ex art. 1:377g BW, waarna het hof dit onder omstandigheden in volle omvang moet beoordelen.
HR 21-02-2020, ECLI:NL:HR:2020:321
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
21 februari 2020
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, M.J. Kroeze, F.J.P. Lock
- Zaaknummer
19/00616
- Conclusie
A-G mr. M.L.C.C. Lückers
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS198057:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Personen- en familierecht / Personenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:321, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 21‑02‑2020
ECLI:NL:PHR:2019:1180, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 01‑11‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑02‑2019
- Wetingang
Art. 1:377g BW; art. 223, 362, 806 Rv
Essentie
Personen- en familierecht. Kan minderjarige in omgangsprocedure zelfstandig hoger beroep instellen tegen beslissing rechtbank die ambtshalve is ingeleid, na informeel verzoek minderjarige ex art. 1:377g BW?
Nee, maar ook in hoger beroep kan minderjarige informeel verzoek doen en dat kan ertoe leiden dat hof omgang opnieuw in volle omvang moet beoordelen.
Samenvatting
In een omgangsprocedure is de vader opgekomen tegen het oordeel van de rechtbank dat de omgangsregeling wordt vastgesteld conform de wens van de dochter, zoals vermeld in het verslag van de bijzonder curator. De rechtbank heeft de wens van de dochter ambtshalve opgevat als ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.