Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/1.3.3
1.3.3 Vermenging
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS645008:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
D. 41, 1, 7, 8 (Gaius): “Voluntas duorum dominorum miscentium materias commune totum corpus efficit, sive eiusdem generis sint materiae, veluti vina miscuerunt vel argentum conflaverunt, sive diversae, veluti si alius vinum contulerit alius mel, vel alius aurum alius argentum: quamvis et mulsi et electri novi corporis sit species.”
D. 41, 1, 7, 9 (Gaius): “Sed et si sine voluntate dominorum casu confusae sint duorum materiae vel eiusdem generis vel diversae, idem iuris est.” “Als beide eigenaren de wil hadden om honing en wijn samen te voegen dan ontstond mede-eigendom. Als tegen de wil van de partijen honing en wijn werden samengevoegd, dan ontstond een nieuwe zaak: mede.” De eigenaar van de mede was in beginsel degene die de zaak had gevormd, zoals de volgende tekst zegt.
D. 6, 1, 5, 1 (Ulpianus): “Idem scribit, si ex melle meo, vino tuo factum sit mulsum, quosdam existimasse id quoque communicari: sed puto verius, ut et ipse significat, eius potius esse qui fecit, quoniam suam speciem pristinam non continet. Sed si plumbum cum argento mixtum sit, quia deduci possit, nec communicabitur nec communi dividundo agetur, quia separari potest: agetur autem in rem actio ….”
De meeste Digestenteksten waarin twee of meer zaken met elkaar waren verbonden, waarna mede-eigendom was ontstaan, gaan over gevallen waarin verschillende vloeibare zaken zich vermengden. Als de zaken vóór de vermenging aan verschillende eigenaren toebehoorden en als na de vermenging geen hoofdzaak was aan te wijzen, dan verkregen deze eigenaren een onverdeeld aandeel in het eigendomsrecht op de vermengde zaak.
“De wilsovereenstemming van twee eigenaren die hun materialen vermengen, bewerkstelligt dat de gehele massa gemeenschappelijke eigendom wordt, daargelaten of de materialen van dezelfde soort zijn – wanneer zij bijv. wijnen vermengd of zilver versmolten hebben – dan wel van ongelijke soort, bijv. indien de een wijn bijdraagt en de ander honing, of de een goud en de ander zilver, ofschoon zowel de mede alsook het elektron verschijningsvormen van een nieuw object zijn.1 Ook als materialen van dezelfde of van verschillende soort zonder de wil van de eigenaars door toeval vermengd zijn geraakt, geldt rechtens hetzelfde.”2
Niet iedereen was de mening toegedaan dat er mede-eigendom ontstond na vermenging van zaken tegen de wil van een der eigenaren. Pomponius en - in navolging van hem - Ulpianus meenden dat er geen mede-eigendom was, maar dat door de vermenging een nieuwe zaak ontstond. Dan was er namelijk sprake van zaaksvorming en werd de vormer eigenaar van de zaak.
“Evenzo schrijft hij dat, als uit mijn honing en uw wijn mede is gemaakt, sommige juristen de opvatting waren toegedaan dat deze ook gemeenschappelijk eigendom is geworden. Ik acht het evenwel juister, zoals ook Pomponius aangeeft, dat de mede eerder van degene is die haar heeft gemaakt, aangezien zij haar oorspronkelijke gedaante niet meer heeft. Is echter lood met zilver gesmolten, dan wordt dat niet gemeenschappelijk, aangezien het eruit kan worden gehaald; er wordt evenmin met de delingsactie geprocedeerd, aangezien scheiden mogelijk is; een zakelijke actie zal echter wel ingesteld kunnen worden.”3