Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/IV.2.8.2
IV.2.8.2 Spaanse villa: persoonlijke zorgvuldigheidsplicht
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460420:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881 (concl. A-G Timmerman), NJ 2013/302, m.nt. Van Schilfgaarde (Spaanse Villa), r.o. 3.4.1.
In deze zaak speelt nog de bijzonderheid dat er geen bemiddelingsovereenkomst tussen het echtpaar en de makelaarsvennootschap tot stand gekomen is.
HR 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881 (concl. A-G Timmerman), NJ 2013/302, m.nt. Van Schilfgaarde (Spaanse Villa), r.o. 3.4.1.
HR 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881 (concl. A-G Timmerman), NJ 2013/302, m.nt. Van Schilfgaarde (Spaanse Villa), r.o. 3.4.2. Ik merk terzijde nog op dat de Hoge Raad in deze rechtsoverweging verschillende accenten lijkt te leggen: in de eerste volzin op “de tekortkoming of het onrechtmatig handelen van de rechtspersoon”, in de derde volzin op “een tekortschietende of onbehoorlijke taakuitoefening als bestuurder”, en in de tweede volzin op een combinatie van deze omstandigheden. De eerste en derde volzin brengen verschillende regels tot uitdrukking, want een tekortschietend bestuurlijk gedrag leidt niet automatisch tot een onrechtmatige daad of tekortkoming van de vennootschap, en vice versa.
Zie o.a. Assink 2013b, m.n. nr. 5, waarin Assink benadrukt dat er in Spaanse Villa géén sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid.
Zie voor een overzicht van de reacties de annotatie van Van Schilfgaarde onder het HR 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881 (concl. A-G Timmerman), NJ 2013/302, m.nt. Van Schilfgaarde (Spaanse Villa), en voetnoot 28 van Van Veen 2016, p. 271.
Zie o.a. Olden 2013, nrs. 20-37; Raaijmakers 2013; Van Bekkum 2013a, p. 93-100. Van Bekkum miskent in dit artikel m.i. echter dat met de toepassing van de ‘gewone regels van de onrechtmatige daad’ er niet automatisch sprake is van risicoaansprakelijkheid. Er zijn ook auteurs die menen dat de Hoge Raad in het Spaanse Villa-arrest naar een uitkomst toe geschreven heeft, en dat de redenering maar vergeten moet worden. O.a. Schild 2015.
Bezien vanuit de systematiek van artikel 6:162 BW, is het onjuist om te spreken van aansprakelijkheid ter zake van het handelen van een ander, waarover meer in par. IV.3.3.
Verstijlen 2013, p. 4. Het onderscheid dat de Hoge Raad in dit arrest maakt, kan via de conclusie van de AG worden herleid tot het proefschrift van De Valk 2009, waarin De Valk onderscheid maakt tussen rechtstreekse en secundaire aansprakelijkheid, waarover meer in paragraaf IV.3.3.3.
Karapetian 2019, p. 20; Van Bekkum 2013a, par. 4.3.c; Westenbroek 2015, p. 357-358; Tjittes 2017; Sinninghe Damsté 2013, p. 35 en 36; Huizink 2013, nr. 17-18.
Kan een bestuurder altijd een beroep doen op aanvullende bescherming? Met andere woorden, wordt de ernstig verwijt-maatstaf automatisch geactiveerd wanneer een schadevergoeding wordt gevorderd van een bestuurder? De Hoge Raad heeft deze vraag ontkennend beantwoord: soms dient de aansprakelijkheid van de bestuurder te worden beoordeeld aan de hand van de ‘gewone regels van de onrechtmatige daad’. In dit kader zijn twee uitspraken relevant: het Spaanse villa-arrest en het nader te bespreken Tulip Air-arrest.
In het (onderhand beruchte) Spaanse villa-arrest,1 speelde het volgende. Een ouder echtpaar (Hoffman) wil een vakantiehuis kopen. Op de ‘Second Home’ beurs komen zij in contact met een makelaarsvennootschap (Van Eertwegh en Van de Riet BV) dat gespecialiseerd is in de bemiddeling voor de aankoop van een huis in Spanje. Het echtpaar is geïnteresseerd in het kopen van een Spaanse villa in het project ‘Villa Mundo’. Het echtpaar gaat naar Spanje om het bouwproject te bezichtigen, begeleid door bemiddelaar (en bestuurder) Van de Riet.2 Tijdens de bezichtiging van de villa staan er waarschuwingsborden op het terrein, met de boodschap dat voor het project geen bouwvergunning is afgegeven. Van de Riet zegt tegen het echtpaar dat dit euvel met een boete kan worden opgelost, terwijl hij weet dat de informatie onjuist is. Gerustgesteld, stemt het echtpaar in met de koop. Door protesten van omwonenden gaat het bouwproject niet door. Van de Riet helpt ze echter bij het vinden van een ander, half-afgebouwde villa. Van de Riet prijst het aan als een prima investering. Enkele maanden later verneemt het echtpaar dat de aangekochte villa is afgebroken omdat ook voor deze villa geen bouwvergunning was afgegeven. Daarop stelt het echtpaar de vennootschap en Van de Riet aansprakelijk uit onrechtmatige daad voor de deels overgemaakte aankoopsom.
In cassatie wordt aan de Hoge Raad de vraag voorgelegd of voor de persoonlijke aansprakelijkheid van Van de Riet is vereist dat hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. De Hoge Raad overweegt, onder verwijzing naar het hiervoor besproken Ontvanger/Roelofsen-arrest, dat “de bestuurder slechts (naast de vennootschap) persoonlijk aansprakelijk gehouden [kan] worden, indien hem ter zake van het onrechtmatig handelen van de vennootschap persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt (..)”..3 Echter gelden volgens de Hoge Raad in dit geval ‘de gewone regels van de onrechtmatige daad’, omdat de bestuurder in het onderhavige geval niet aansprakelijk is gehouden voor een “een tekortschietende of onbehoorlijke taakuitoefening als bestuurder” ten gevolge waarvan “de Vennootschap in strijd heeft gehandeld met een op haar rustende zorgvuldigheidsverplichting jegens [het echtpaar]”, maar vanwege het schenden van een “op hem persoonlijk rustende zorgvuldigheidsverplichting jegens Van de Riet”.4
Volgens de Hoge Raad is er dus géén sprake van bestuurdersaansprakelijkheid indien de bestuurder een losstaande, op hem persoonlijk rustende zorgplicht schendt, in tegenstelling tot de gevallen waarin de bestuurder aansprakelijk wordt gehouden ter zake van onbehoorlijke taakuitoefening waardoor de rechtspersoon tekortschiet in de naleving van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt.5 De consequentie van dit arrest is dat bestuurders niet altijd een beroep kunnen doen op de bescherming die het ernstig verwijt-criterium biedt.
Het arrest heeft een golf van kritiek teweeggebracht.6 Sommige auteurs menen dat de bescherming van bestuurders hiermee wordt uitgehold.7 Andere auteurs menen dat het criterium onvoldoende duidelijkheid biedt omtrent het toepassingsbereik van de ernstig verwijt-maatstaf. Verstijlen vindt het onderscheid kunstmatig, omdat er voor de aansprakelijkheid van de bestuurder altijd sprake moet zijn van een schending van een ‘op de bestuurder persoonlijk rustende zorgplicht’, ook als ‘ter zake van het onrechtmatig handelen van de vennootschap’8 een verwijt wordt gemaakt.9 Met veel andere auteurs,10 deel ik deze kritiek. Mijns inziens is de tegenstelling die de Hoge Raad hanteert illusoir: de bestuurder kan (ook handelend in de taakuitoefening van bestuurder) een op hem persoonlijk rustende zorgvuldigheidsverplichting schenden, en dit kan bovendien wanprestatie of een onrechtmatige daad van de rechtspersoon tot gevolg hebben. Het gaat hierbij om verschillende vragen.