RI 2022/85
Kwalificeren de Recofa-richtlijnen 2021 als recht in de zin van art. 79 RO?
HR 15-07-2022, ECLI:NL:HR:2022:1093
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
15 juli 2022
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
21/05110
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- JCDI
JCDI:ADS674197:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Insolventierecht / Surseance van betaling
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1093, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 15‑07‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:480, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑05‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑10‑2021
- Wetingang
Essentie
Rechter-commissaris. Cassatie.
Kwalificeren de Recofa-richtlijnen 2021 als recht in de zin van art. 79 RO? (X en Y/Rompelberg q.q.)
Samenvatting
In de faillissementen van twee natuurlijke personen stelde de rechter-commissaris op grond van artikel 21, aanhef en onder 2 Fw vast welk bedrag dat door hen door persoonlijke werkzaamheid wordt verkregen buiten het faillissement blijft. De rechter-commissaris baseerde dat bedrag op de beslagvrije voet. De gefailleerden meenden dat daarvoor op basis van de Recofa-richtlijnen aansluiting gezocht moet worden bij het vrij te laten bedrag zoals dat in schuldsaneringsregelingen natuurlijke personen gebruikelijk is. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.