HR, 10-10-2017, nr. 16/05765 A
ECLI:NL:HR:2017:2596
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10-10-2017
- Zaaknummer
16/05765 A
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2017:2596, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 10‑10‑2017; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:1048, Gevolgd
ECLI:NL:PHR:2017:1048, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑07‑2017
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:2596, Gevolgd
- Vindplaatsen
Uitspraak 10‑10‑2017
Inhoudsindicatie
Antilliaanse zaak. Medeplegen van: moord en poging tot moord. Schriftuur te laat ingediend. Verdachte is n-o ex art. 437.2 Sv.
Partij(en)
10 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 16/05765 A
JHO/SSA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 9 mei 2016, nummer H 43/15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.M.E. Mohamed, advocaat te Oranjestad, een schriftuur houdende een middel van cassatie ingediend.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1.
Blijkens de daarvan opgemaakte akte is de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv op 12 december 2016 aan de verdachte in persoon betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na de betekening van die aanzegging door de raadsman van de verdachte een schriftuur houdende middelen van cassatie moet worden ingediend. De onderhavige schriftuur is echter eerst bij de Hoge Raad ingekomen op 14 februari 2017.
2.2.
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2017.
Conclusie 11‑07‑2017
Inhoudsindicatie
Antilliaanse zaak. Medeplegen van: moord en poging tot moord. Schriftuur te laat ingediend. Verdachte is n-o ex art. 437.2 Sv.
Nr. 16/05765 A Zitting: 11 juli 2017 | Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [verdachte] |
De verdachte is bij arrest van 9 mei 2016 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, ter zake van de parketnummers P-2013/08624 en P-2014/06430 wegens 1. "medeplegen van moord", 2. "medeplegen van poging tot moord" 3. "overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening" en ter zake van parketnummer P-2014/02890 wegens "overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening" en ter zake van parketnummer P-2015/02780 wegens "overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening", veroordeeld tot achttien jaren gevangenisstraf. Tevens heeft het hof de in de zaak met parketnummer P-2014/02890 inbeslaggenomen revolver en munitie onttrokken aan het verkeer.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. P.M.E. Mohamed, advocaat te Oranjestad, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 12 december 2016 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie wordt ingediend. De schriftuur is eerst binnengekomen op 14 februari 2017.
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG