RVR 2016/28
Huur bedrijfsruimte. Is het bestaan van de vordering van verhuurder voldoende aannemelijk om toewijzing bij voorraad van de door haar gepretendeerde geldvordering te kunnen rechtvaardigen?
Hof Arnhem-Leeuwarden 22-12-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:9827
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
22 december 2015
- Magistraten
Mrs. W.L. Valk, L.F. Wiggers-Rust, Th.C.M. Willemse
- Zaaknummer
200.169.473
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS922958:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Goederenrecht / Algemeen
Insolventierecht / Schuldsanering natuurlijke personen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
Huurrecht / Huur van bedrijfsruimte
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2015:9827, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 22‑12‑2015
- Wetingang
Essentie
Huur bedrijfsruimte. Incassokortgeding. Buitengerechtelijk schuldeisersakkoord.
Is het bestaan van de vordering van verhuurder voldoende aannemelijk om toewijzing bij voorraad van de door haar gepretendeerde geldvordering te kunnen rechtvaardigen?
Samenvatting
Huurder V&D heeft eenzijdig de huurprijs verlaagd van een aantal winkelpanden met verhuurder Mondia. Mondia maakt geen deel uit van de groep verhuurders waarmee V&D (met iedere verhuurder apart) een vaststellingsovereenkomst heeft gesloten met daarin een regeling over tijdelijke huurkortingen om een faillissement van V&D te voorkomen. Mondia vordert bij de kantonrechter in kort geding V&D te veroordelen tot betaling van de huurachterstand en toekomstige huurtermijnen. Haar vorderingen strekken ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.