AB 2025/255
Omgevingsvergunning, intrekking, vertrouwensbeginsel, conclusie A-G.
ABRvS 22-01-2025, ECLI:NL:RVS:2025:213, m.nt. T. Groot
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
22 januari 2025
- Magistraten
Mrs. R. Uylenburg, B.P.M. van Ravels, J.L.W. Aerts, H.G. Rottier, F.R. Salomons
- Zaaknummer
202301857/1/R3
- Noot
T. Groot
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD25094:1
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Omgevingsvergunning
Bouwrecht / Bouwen
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2025:213, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 22‑01‑2025
- Wetingang
Art. 8:12a Awb; art. 2.1 lid 1 sub a, art. 2.33 lid 2 sub a Wabo
Essentie
Omgevingsvergunning, intrekking, vertrouwensbeginsel, conclusie A-G.
Samenvatting
Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kan ook ruimte bestaan zonder een uitdrukkelijke toezegging van het bestuursorgaan. Ook een andere omstandigheid kan leiden tot een gerechtvaardigd vertrouwen. Zo zal het onder omstandigheden op de weg van het bestuursorgaan liggen om uit eigen beweging, in aanvulling op concreet gevraagde informatie, mededelingen te doen over een (mogelijk) op handen zijnde verandering van de situatie, bijvoorbeeld in geval van een bestaande concrete aanleiding of bestaand voornemen om een zeker besluit te nemen. Onder omstandigheden zullen aan het achterwege blijven van een dergelijke mededeling gerechtvaardigde verwachtingen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.