Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/2.2.5:2.2.5 Mandeligheid
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/2.2.5
2.2.5 Mandeligheid
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS487177:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hijma/Olthof 2005, p. 125 en 126.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vraag doet zich vervolgens voor of het onderscheid tussen meer gemeenschappen met elk één zaak en één gemeenschap met meer zaken ten aanzien van mandeligheid een rol kan spelen. Bij mandeligheid op grond van de wet (art. 5:62) volgt noodzakelijkerwijs uit de wet dat de gemeenschap altijd één zaak omvat.1
Gelet op de tekst van art. 5:60 zou dat ook moeten gelden voor mandeligheid op grond van overeenkomst. Evengenoemd artikel spreekt immers over ‘een onroerende zaak’. Naar mijn oordeel verzet zich evenwel niets tegen het aannemen van een mandelige gemeenschap omvattende twee of meer zaken.
Het belang van een antwoord op deze vraag is overigens geringer dan hiervoor geschetst ten aanzien van de eenvoudige gemeenschap.
De mede-eigenaar is immers niet bevoegd verdeling te eisen (art. 5:63 lid 2), terwijl de mogelijkheid van overdracht van het onverdeelde aandeel is beperkt tot de situatie genoemd in art. 5:66.
In de volgende situaties zou zich de problematiek als hier besproken kunnen voordoen:
A, B en C kopen tezamen een perceel grond met de intentie een deel daarvan te bestemmen tot mandelig speelterrein en een ander deel tot mandelig parkeerterrein. In de akte waarbij de mandeligheid wordt overeengekomen worden beide perceelsgedeelten afzonderlijk vermeld en afzonderlijk op een aan de akte gehechte tekening aangegeven. Het reglement wordt voor beide perceelsgedeelten afzonderlijk vastgesteld. Feitelijk worden beide perceelsgedeelten van elkaar afgezonderd. Is hier sprake van een gemeenschap met meer zaken of zijn er twee gemeenschappen met elk een zaak? Ingevolge vorenstaand criterium – verkeersopvatting – zou ik willen aannemen dat er sprake is van twee zaken. Voorts zou ik – gelet op de situatie zoals door partijen geregeld – het bestaan van twee gemeenschappen willen aannemen.
Een andere situatie doet zich voor in de volgende casus.
A, B en C bestemmen het betreffende perceel tot mandelig speelterrein en mandelig parkeerterrein. In de akte wordt geen reglement vastgesteld. Ook wordt geen nadere locatie van de verschillende vormen van gebruik aangegeven. Het gehele perceel wordt eenvormig met bomen en struiken omzoomd.
Ik zou alsdan het bestaan van één zaak en derhalve één gemeenschap willen aannemen.
En de derde situatie:
A, B en C geven de perceelsgedeelten die worden bestemd voor de beide gebruiksdoeleinden feitelijk aan. In de akte worden de perceelsgedeelten niet afzonderlijk omschreven. Er is één reglement. Naar mijn oordeel zijn er thans twee zaken. Er is evenwel slechts één gemeenschap. Er is derhalve één mandeligheid.